Oververtegenwoordigd

Anti Crimi

Als sinds ik een tiener was, of zelfs jonger, heb ik meegekregen dat Antillianen crimineel zijn. Niet zomaar crimineel maar sterk crimineel. We zouden er aanleg voor hebben.  Hele families doen aan louche zaken en als je onverhoopt een Antilliaan tegenkwam die dat niet was, was die de uitzondering die de regel bevestigde. Hoe hardnekkig dit beeld is heb ik zelf ondervonden. Ik geloofde erin. Ik leefde ernaar. Retoriek is verleidelijk en voor jongeren, vooral uit minderbedeelde milieus, is criminaliteit aantrekkelijk. Gangsterrap en misdaadfilms schetsen ook een romantisch beeld van een aanlokkelijke criminele carrière die zelfs als het misgaat een eervol en mannelijk einde biedt. Sterven in een ‘blaze of glory’, staand op je voeten in plaats van nederig op je knieën je weinig benijdenswaardige lot aanvaardend. Op beïnvloedbare jongeren gaat de nuance van de artistieke uiting in muziek en films vaak verloren. Net als jonge voetballers met het geloof de nieuwe Messi of Ronaldo te worden, fantaseren andere jongeren de nieuwe Escobar of de nieuwe Tupac te zijn. Natuurlijk met alle pieken maar zonder de dalen. Zodoende vervagen grenzen en raken oorzaak en gevolg verward met elkaar. Negatieve zelfbeelden versterken elkaar en vooroordelen en stereotypen worden geijkt.

Een stellige uitspraak die ik vaak voorbij heb horen komen is dat het land overspoeld wordt met criminele Antillianen. Hele wijken zouden vol zitten met werkloze, bijstand trekkende, criminelen uit de Caraïben. In Nederland wonen een kleine 150.000 Antillianen. De werkelijkheid is dat van deze relatief kleine groep iets minder dan 20% werkloos is (3x zoveel als bij autochtonen, doch niet de overweldigende meerderheid die ons keer op keer wordt voorgeschoteld) en een significant gedeelte is dat redelijk recent door de crisis en de aanhoudende kwakkelende economie geworden. We horen bij de eersten die ontslagen worden en de laatsten die aangenomen worden. Over vaste aanstellingen niet te spreken. Of dat nou racisme is of ‘onbekend maakt onbemind’, werkgevers nemen liever geen risico’s en laten zich vaak sturen door hardnekkige denkbeelden die maar matig door cijfers of zelfs persoonlijke positieve ervaringen getemperd kunnen worden.

MLB anti's

Antillianen zijn oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Afro-Nederlanders zijn oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Niet-westerse allochtonen zijn oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Maar wat betekent die zin nou eigenlijk? Wanneer politici zoals Habe Zijlstra zulke uitspraken doen om etnisch profileren door de politie te verdedigen is het van belang om te weten of wat er gezegd wordt ook strookt met wat er bedoeld wordt.  Wat er gezegd wordt is namelijk dat in vergelijking met autochtonen er procentueel meer leden van de andere groep verdacht worden (‘verdacht’ is hier belangrijk maar daar kom ik later op terug) van criminele activiteiten. Dat is namelijk wat ‘oververtegenwoordiging’ betekent.  Maar wat er bedoeld wordt is wat anders, bij mij is er weinig twijfel dat wat er bedoeld wordt is dat er meer niet-autochtone criminelen (met name van de ‘donker’ en ‘licht getinte’ varianten) rondlopen dan autochtone, dus dat legitimeert alle donker en licht getinte Nederlanders nauwlettend te volgen en te beoordelen louter op kleur. Dit is racisme, mensen op raciale kenmerken beoordelen en in staat zijn over deze groep macht uit te oefenen en dit ook te doen door deze groep anders te bejegenen dan andere groepen in de samenleving, is het schoolvoorbeeld van racisme. Discriminatie gegrond op ras + systematische machtsuitoefening om die discriminatie te bewerkstelligen = racisme.

Dan maakt het niet uit of er oververtegenwoordiging is en hoe groot deze oververtegenwoordiging is, in Nederland is het strafrecht nog altijd gegrond op een onschuldpresumptie en discriminatie op grond van ras is nog altijd niet toegestaan. Dan kan ik wel met cijfers gaan strooien om te illustreren hoe belachelijk, ineffectief en disproportioneel etnisch profileren is ten aanzien van het bestrijden van misdaad, maar dat zou eigenlijk niet moeten hoeven. Het bovenstaande zou, zoals onze rechtstaat betaamt, voldoende moeten zijn om dergelijke praktijken achterwege te laten. Maar onze rechtstaat is ziek en de kwaal is institutioneel racisme. Daarom hier toch wat simpele berekeningen over de situatie van Antillianen (vergelijkbare berekeningen kunnen voor alle niet-westerse[1] allochtone groepen gemaakt worden).

Het klopt dat Antillianen boven aan de lijst pronken van verdachten. Van de 150.000 Antillianen worden volgens recente cijfers (globaal en afgerond) van het CBS tussen de 6 en 8% gemiddeld verdacht van criminele activiteiten.  Dat komt uit, over heel Nederland verspreid, op maximaal 12.000 personen (een getal dat steeds verder dalende is). Van de 15.000.000 autochtonen wordt 1 – 1,5% verdacht van criminele activiteiten. Dat komt neer op minimaal 150.000 personen. De kans dat je dus een autochtone crimineel tegen het lijf loopt is 12x groter dan dat je een criminele Antilliaan treft. Het bovenstaande in overweging nemende moet we ons ook nog eens afvragen hoe iemand verdachte wordt en hoe vaak een groep gecontroleerd wordt. Het is natuurlijk logisch dat als er meer lieden van één groep vaker gecontroleerd worden dat er vaker bij die groep ook wat aangetroffen wordt dat het daglicht niet kan verdragen dan bij de groep die maar sporadisch gecontroleerd worden. Ook moet de vraag gesteld worden wat er eerst was, de verdachtmakingen of de misdaden? Zoals ik in het begin van dit stuk aangestipt heb, het is een vicieuze cirkel. Naarmate een groep steeds verder gecriminaliseerd wordt, des te meer de groep zich deze identiteit kan gaan aanmeten.  Zeker wanneer andere opties tot ontplooiing en sociaal stijgen geblokkeerd worden door vooroordelen die weer bevestigd worden door cijfers die ontstaan door overmatige controles gevoed door, jawel, vooroordelen. Ook wordt door de focus op verdachten en minder op veroordeelden de oververtegenwoordiging, die er zeker is, opgeblazen. Deze cirkel kan alleen doorbroken worden als autoriteiten voorgaan in het gelijk behandelen van alle burgers. Dit zijn geen nieuwe inzichten, maar het zijn inzichten die hedendaags overstemd worden door racistisch populisme aangevoerd door de Grote Blonde Leider waar steeds meer politieke partijen uit angst voor zetelverlies zich steeds meer mee vereenzelvigen.

1311_rap_etnprof

Vandaag zijn we weer geconfronteerd met een zaak waarbij een jonge Afro-Nederlander is doodgeschoten door de politie. Hij bleek ongewapend en de voorlopige details doen weer een tragisch drama vermoeden als gevolg van overmatig geweld door de politie (er zijn minimaal 6 schoten gelost) bij een mogelijk verwarde jongen. Ik vraag me af in hoeverre vastgeroeste percepties van zwarte jongeren een aandeel gehad hebben in zijn dood. Het moet benadrukt worden dat het absoluut geen makkelijke zaak is voor agenten om binnen luttele seconden gevaar in te schatten en te handelen in kwesties van leven en dood. Maar we kunnen de lat op geen enkele wijze lager leggen dan onze huidige wetgeving vereist noch kunnen we gedogen dat de wet niet naar de letter uitgevoerd wordt door haar handhavers. Dit is wat een rechtstaat is, liever 10 criminelen op vrije voeten dan één enkele onschuldige dood. Als blijkt dat onze agenten de zware taak die zij hebben niet aankunnen moeten wij beter selecteren en opleiden, maar ook ontlasten, financieren en ondersteunen. Zodat zij hun werk naar behoren kunnen doen. Daarom hebben wij als volk het geweldsmonopolie bij de overheid neergelegd. Zodat daar door bekwame personen, volgens vaste procedures die onze veiligheid zo goed mogelijk trachtten te bewaken, gebruik van wordt gemaakt. Zodat Rishi niet doodgeschoten wordt terwijl hij bang wegrent en Mitch niet gewurgd wordt met de dood tot gevolg omdat agenten zich geprovoceerd voelen. Sommigen denken dat wij (zij die ageren tegen overmatig politiegeweld) het erom doen. Dat we weer een zaak hebben om ‘racisme aan op te hangen’ en de politie te demoniseren. Het tegendeel is waar. Gisteren hoopte ik vurig dat het geen zwarte jongen, geen Antilliaan, was die doodgeschoten is en als het wel zo was dat er een te begrijpen aanleiding voor was, dat hij met een wapen zwaaide en een gevaar was voor anderen. Niet omdat ik liever een witte jongen doodgeschoten zie worden of vind dat verdachten ter plekke geëxecuteerd dienen te worden, maar omdat ik het liever heb dat wij die protesteren tegen etnische profilering en institutioneel racisme het fout hebben, dat wij overdrijven. Liever dat dan dat er weer een leven ontnomen wordt waar dat niet gehoeven had als we eerlijk tegen elkaar zouden zijn in het aankaarten van (en het voordragen van oplossingen voor) onze maatschappelijke problemen. Als we echt oplossingen willen vinden dan moeten we kijken naar wat de gemene deler is tussen alle criminelen. Dan kom je uit op sociaaleconomische omstandigheden, toekomstperspectieven en maatschappelijke acceptatie van de ‘ander’. Dit weten we, laten we er ook naar gaan handelen.

[1] Antillianen met een westerse levensstijl, grotendeels katholiek en letterlijk liggend in het westen als niet-westers omschrijven en Indonesiërs en Japanners weer wel, is nonsens.

Update 04-10-2016: Naar aanleiding van een nieuwe verschenen rapport over etnisch profileren schreef sociaal-wetenschapper Sinan Çankaya enkele kritiekpunten

Advertenties

Aanklacht of Pleidooi

Twitter Logo

Lange tijd heb ik de gewoonte gehad om bij het wakker worden meteen het nieuws of het journaal op te zetten. Het haalt me uit de slaapstand en activeert de hersenen. Zonder ben ik veel te veel geneigd om maar weer om te draaien en door te slapen. Al enkele jaren werk ik nu middagen en avonden waardoor ik het ochtendnieuws mis. Twitter is een meer dan waardige vervanger gebleken, een betere zelfs. Twitter is actueler, interactief en veelomvattender. Keerzijde is dat ook mindere zaken koud op je dak komen, zo bij het wakker worden.

Gisteren werd ik weer wakker met dit vertrouwde ritueel en werd geconfronteerd met een bekend fenomeen; het gedraai rond en het minimaliseren en goedpraten van racisme. Het is gemeengoed geworden dat mensen die racisme nauwelijks kunnen definiëren, noch lived experiences hebben, weloverwogen en onderbouwde standpunten in twijfel trekken met erbarmelijk slecht geschreven, doch wel groot uitgemeten stukken, krantenartikelen en blogs. Een artikel bevroeg of die Chinese reclame wel racistisch was met een betoog dat zich richtte op onwetendheid, iets wat geenszins de geuite onwenselijkheid van zwart zijn weerlegde. De NTR die de hakken in het zand zet en vraagt of we nog even een decennium willen wachten met racisme uit  het sinterklaasfeest te verbannen. Voor de goede orde ook nog de op het oog doodnormale mensen die met fysiek geweld dreigen omdat BN’ers een brief ondertekend hebben. Vanuit de emotie deed ik wat ik vaak vermijd, een reeks tweets afvuren vanuit gevoel in tegenstelling tot ratio. De reeks eindigde met een paar opmerkingen en observaties over de anti-racisme beweging. Over de richting, de focus en de doelgroep van verschillende inzetten die gepleegd worden teneinde het racisme in Nederland te beslechten. Mijn inziens is dit te weinig gericht op de mensen die de kennis, die de beweging heeft, broodnodig hebben, en teveel gericht op het houden van steeds door dezelfde mensen bezochte bijeenkomsten. Weliswaar op prachtige locaties, in mooie zalen en met prominente gasten maar toch zonder degenen voor wie gesproken wordt.

Met deze blog probeer ik wat dieper in te gaan op wat ik stelde in de voorgenoemde tweets. Neem bijvoorbeeld Gloria Wekker, een briljante vrouw met rake inzichten en dat al sinds de jaren ’80. Zelf ben ik opgegroeid in Hoogvliet Rotterdam in een vrij zwarte omgeving. Vrijwel al mijn vrienden waren zwart, kansarm en rebels. We waren met tientallen, meer dan honderd soms. We waren niet heel significant anders dan onze witte leeftijdsgenoten, toch ervoeren wij dat wel zo. Veel van wat Wekker beschreef als alledaags racisme waren nou precies die dingen waar mijn vrienden en ik ons zo boos over konden maken. De onrechtvaardigheid waar we steeds meer verbolgen over raakten, wat ons de overtuiging gaf er niet en nooit bij te kunnen horen. Wij waren koppig en weigerden te erkennen dat wat wij waren, fout was. We ontwikkelden een gevoel van trots dat zich richtte op juist alle verkeerde dingen. Recalcitrant gedrag, afzondering en verering van het negatieve. Andere zwarte jongeren die naar onze mening toegaven aan de druk en zich “Nederlands” opstelden werden door ons vervloekt. “Laat ze maar” zeiden we tegen elkaar, “de dag dat ze uitgespuugd worden door diezelfde mensen die ze willen zijn komt onvermijdelijk toch, bounty’s”. Uiteindelijk waren het die door ons vervloekte jongeren die ‘geslaagd’ zijn in deze maatschappij, weliswaar door zich af te zetten tegen types als wij en door zichzelf zo wit mogelijk te presenteren, maar toch. En wij, wij raakten verbitterd, geïsoleerd, naar binnen gekeerd en criminaliseerden. Waarom zou je een aandeel nemen in, of regels respecteren van, een maatschappij die jou buitensluit of eronder houdt?

Hoewel ik mijzelf lang overtuigd had van de legitimiteit van dat standpunt; het is niet wie ik ben en dat schuurde steeds meer. Als één van de weinigen die mijzelf buiten school opleidde, actualiteit volgde en verder keek én ook de capaciteit had om de afvoerput van het MBO te ontlopen, maakte ik de overstap naar de ‘andere groep’. Daarbij nog steeds, maar gestaag steeds minder, terugreikend naar de oude groep totdat ik er vervreemd van raakte. Er volgde een periode van schipperen tussen identiteiten en perspectieven. Na omzwervingen langs verschillende opleidingsniveaus en het maken van vrienden uit verschillende klassen, besefte ik door de inzichten die ik verkreeg en nu weer door het huidige debat verkrijg, waar ik mij in bevond en bevind. Hoe anders was het gelopen met mij en mijn vrienden als alleen ik al (van de groep) in de jaren ’90 wist wat Wekker had geschreven? Wat had het betekend om te weten dat wij niet het probleem waren maar dat het probleem ons overkwam en ons problematiseerde? Dat wij, menselijk als we waren, omdát we menselijk waren, ons er naar schikten en het beste ervan maakten. Goedschiks of kwaadschiks.

Wekker voelde zich een roepende in de woestijn, toch was er wel degelijk vruchtbare aarde. Haar stem reikte daar alleen niet. Dat neem ik de zwarte intellectuele voorhoede kwalijk. Als zo iemand als Wekker zo waarheidsgetrouw in de roos schiet is het ons aller verantwoordelijkheid haar te steunen, haar woord te verspreiden, de jeugd op te leiden en volwassen bij te sturen. Wat ik nu zie is een herhaling van zetten. Intellectuelen weten en begrijpen het keerpunt waarop we staan, intrinsiek gemotiveerden sluiten aan. Maar verder niemand. En dat is niet verwonderlijk, persoonlijk heb ik een hoge mate van ontoegankelijkheid ervaren waar het kennisdeling betreft. Iets wat juist nu van onmiskenbaar groot belang is. Het was een wit persoon die mij de juiste kant op wees, mij kennis liet maken met literatuur die ongelooflijk verhelderend was. Hoe veelzeggend is dat? Ik ben er mij er dan ook heel scherp van bewust van wie bereikt wordt met verschillende initiatieven. Dat er twee werelden zijn. Terwijl wij op social media het woord “neger” uit het Nederlandse vocabulaire trachten te weren stappen onze jongeren over van de geuzenbenaming “nigga” naar het sterk racistische “nigger”. Voor mij illustreert dit de alom aanwezige en verder groeiende kloof in het verschil van beleving in deze werelden. Om dan steeds dezelfde bijeenkomsten te zien, in dezelfde kring, met dezelfde uitkomst, steekt. Ik kan mij maar moeilijk onttrekken aan het beeld van zelfverheerlijking van hoogopgeleiden en intellectuelen. Van elitevorming. Voor wie is de beweging als het niet voor de meest gemarginaliseerden is? Wat weten wij van deze groep, waarom lukt het niet deze groep te activeren, wat wil deze groep? Waarom spreken wij voor en over deze groep, zonder deze groep? Er zijn meer uitsluitingsmechanismen dan kleur.

IMG_4483

Als ik denk aan mijn jeugd en wat ik meegekregen heb van de ouderen om mij heen over de verschillende werelden is het vooral in de ene wereld geen aandacht naar je toe trekken, racisme negeren en keihard werken om anders te zijn dan de slechtsten onder ons, de criminelen, de werklozen, de onaangepasten. Incalculeren dat je daarmee over één kam geschoren wordt en je leven daarop inrichten. Of zoals in de andere wereld gewoon schijt hebben aan alles, iedereen vervloeken en de negatieve stempel omarmen. Het is mijn overtuiging dat dit ten grondslag ligt aan de vaak apathische houding van ouderen, die vooral niet willen dat al hun verworvenheden en fragiele bestanden met witte collega’s en witte buren onder druk komt te staan en de racisme reproducerende jeugd dat inclusiviteit invult aan de hand van schadelijke zelfbeelden; zoals verregaande normalisering van racistisch taalgebruik,  acceptatie en uitdragen van beperkte toekomstperspectieven en hyperseksualisering. Neem respectievelijk een draaiende Humberto Tan bij de vraag van Sylvana Simons of hij een kunstmatig plafond ervaart bij het bespreken van bepaalde onderwerpen (om maar niet tegen tenen te stoten) en de uitspraak van de populaire rapper Sevn Alias die witte meiden als blanke vrouwen omschrijft en zwarte meiden als “nigger peki’s” en dan niet snapt wat het probleem is, als sprekende voorbeelden. Het wegstoppen en negeren van de gemarginaliseerden moet veranderen in het opzoeken en incorporeren van deze groepen.

In een eerder blog heb ik in een optimistische bui hier al uiting aan gegeven maar ik voel de noodzaak het te herhalen. Onze krachten moeten meer naar binnen gericht worden, naar de eigen groep. Naar zij die anti-zwart racisme in al haar facetten ondergaan in deze samenleving. Consolidatie van wat en wie wij zijn is naar mijn mening het enige dat een stem creëert die krachtig genoeg is om gehoord te worden en een debat faciliteert waar halve waarheden, drogredeneringen en racistische retoriek minder beklijft. Gelijkwaardigheid eis je op, dat pak je, dat druk je door. Gelijkwaardigheid afdwingen vereist een krachtige en uniforme stem. Gelijkwaardigheid is niet iets dat je krijgt, wat eufemistische geschiedschrijving ons ook wil doen geloven.

Alternatieve Piet vs Zwarte Piet. 

alto piet

De Raad van State adviseerde deze week over het wetsvoorstel van de PVV om Zwarte Piet vast te leggen als enige toegestane uiting van Piet in het sinterklaasfeest. Haar oordeel was dat zo’n wetsvoorstel de uitingsvrijheid van burgers -vastgelegd in de Grondwet en EVRM- die alternatieve Pieten willen uitvoeren, ongeoorloofd zou beperken. Het wetsvoorstel is in strijd met de wet en verdrag.

Uitingsvrijheid
Velen, zie ik op Twitter, lezen daarin dat de overheid dan ook niet mag bepalen dat de figuur Zwarte Piet uit het sinterklaasfeest gehaald moet worden. Immers, dat zou de uitingsvrijheid van voorstanders van Zwarte Piet ook aantasten. Deze analoge lezing is maar gedeeltelijk juist. Ja, het klopt dat het advies van de Raad van State uiteenzet dat aan de inhoud van culturele manifestaties niet getornd mag worden. Nee, dit is, vanwege de historische context, niet per definitie overdraagbaar naar de figuur Zwarte Piet. De overheid dient zich te onthouden van een inhoudelijk oordeel over culturele uitingen, bijvoorbeeld bij verlening van vergunningen. Dit houdt in, alleen toetsen aan het voldoen aan procedurele regels. Slechts bij verstoring van de openbare orde, of iets in die trant, mag de overheid ingrijpen en moet dan per geval oordelen.
Wat de Raad echter ook zegt is dat de overheid de uitingsvrijheid van burgers de ruimte moet geven en deze zo ruim mogelijk moet afbakenen. Afbakenen is waar het bij Zwarte Piet om gaat. Dit betekent dat alles mag, zolang het niet in strijd is met de goede zeden, hogere wetten, verdragen of de rechten van anderen. De rechten die neergelegd zijn in de Grondwet en het EVRM. De afbakening mag dus bijvoorbeeld niet vanwege economische redenen, of het heersende politiek klimaat o.i.d. zijn.

Alternatieve Piet vs Zwarte Piet
De alternatieve Pieten zijn met geen enkele mogelijkheid te typeren als aantasting van onze goede zeden of de rechten van anderen. Zwarte Piet daarentegen is door verschillende, onafhankelijke nationale en internationale, partijen erkend als zijnde een racistische karikatuur van mensen met Afrikaanse afkomst. Een racistische karikatuur van donkere mensen die hen als dom en onderdanig typeert, in een voornamelijk witte samenleving waar wit een economische en sociale machtspositie heeft tegenover zwart, is racisme. Het negatief stereotyperen van zwarte mensen in verhouding tot witte mensen in de onderlinge relatie Sinterklaas en Zwarte piet kan aangemerkt worden als onderscheid maken op grond van ras. Discriminatie op basis van ras, onderdeel van racisme, is in strijd met artikel 1 van de Grondwet -niet voor niks het eerste artikel- en nog vele andere artikelen, in vele andere wetten en verdragen. Daarnaast, voor sommigen is dit wellicht een stap te ver, stel ik dat racisme ook in strijd is met de goede zeden.

De uitingsvrijheid waar de Raad naar verwijst is de vrijheid van meningsuiting, die niet absoluut is zoals velen veronderstellen. Het kan beperkt worden door andere (grond)rechten, letterlijk staat er ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’ (art. 7, lid 1 GW). Het kan dus afgebakend worden. De uitingsvrijheid van burgers afbakenen om schending van de grondrechten van anderen en van verdrag te beletten is dus wel degelijk mogelijk -zoals o.a. de beledigingsdelicten waar de Raad in haar advies naar verwijst-  aantonen. Aannemende dat Zwarte Piet racisme is en dat handelingen die oneigenlijk onderscheid maken en uitmonden in racisme in strijd zijn met de wet, goede zeden en /of verdrag, kan de uitingsvorm van Zwarte Piet mijn inziens legitiem beperkt worden. Daarvoor is het niet nodig dat bestuurders of rechters een inhoudelijk oordeel vellen over deze culturele uiting. Zij kunnen voldoen met vaststelling dat alle uitingen kunnen plaatsvinden mits deze conform geldende wetgeving zijn.
Het is dan de taak van de politie, handhavers van onze wetgeving, om een uiting in strijd met wet, halt toe te roepen. Een rechter moet daarna oordelen of het wel of niet toestaan van de uitingen in deze kwestie voldoet aan de procedurele vereisten, waaronder dus het niet door de overheid faciliteren en/of subsidiëren van schendingen van wet, verdrag en openbare zeden. Bij vaststelling dat er niet voldaan is aan de genoemde procedurele vereisten kan een vergunning en subsidieverlening voor het sinterklaasfeest in de openbare ruimte ingetrokken worden tenzij het onderdeel dat buiten de afbakening valt van de uitingsvrijheid van belanghebbenden (een racistische karikatuur in strijd met goede zeden, wet en verdrag) weggenomen wordt.

Emotie
Veel van het bovenstaande is afhankelijk van de weging van het ene grondrecht ten aanzien van het andere. Vooraanstaande sociale wetenschappers hebben uitvoerig uiteengezet dat het positieve zelfbeeld van tolerantie en onschuld volgens een ‘master narrative’ in Nederland tot een massale vorm van culturele afasie geleid heeft, dat een objectieve blik naar racisme kwesties voor velen blokkeert. Het is dus nog maar de vraag of, ondanks onze wetgeving, uiterst geprivilegieerde witte mannen in het witte bolwerk dat ons rechterlijke macht is, tot een objectieve en eerlijke afweging kunnen komen. Gezien dat in deze kwestie het gedrag van de politie tot op heden veelal niet conform wetgeving is, gezien dat er ondanks terechtwijzingen door de Nationale Ombudsman geen gevolgen kleven aan dat gedrag van politie en justitie en gezien dat de Raad van State telkens om de hete brij heen draait, is handhaving en objectieve vaststelling van wet en regelgeving voorlopig nog niet aan de orde.
Onze huidige wetgeving biedt voldoende handvatten om dit te beslechten, ik kan daarom alleen maar concluderen dat degene die het moeten interpreteren en handhaven hun posities inzetten om het te negeren en te ontwijken, ten gunste van de publieke opinie en de eigen emotionele overwegingen, waar enige rationaliteit in ver te zoeken is.

anti piet demo

Kleine Dingen

Vanochtend las ik een artikel van @frontaalnaakt waarvan de titel de hele dag in mijn hoofd ronddwaalde. De titel was: Dit is geen discriminatie meer; dit is Duitsland in de jaren ’30

Iets stak me in deze zin. Het duurde even maar ik denk dat ik het heb. Het waren twee dingen.


Dit Is Geen Discriminatie Meer
Als eerste, de veronderstelling dat waar we tot nu toe mee te maken hebben slechts discriminatie is en niet de uitwassen van het zwaarder wegende, en veel meer omvattende, Institutioneel Racisme. Gegrond in de gedachte van Witte Suprematie. Waarvan de instandhouding niet (alleen) bij de uitgesproken racisten ligt. Wat er aan de hand is, is veel meer dan het (wederrechtelijk) maken van onderscheid.

Dit Is Duitsland In De Jaren ’30
Het tweede was de implicatie dat Nazi-Duitsland iets totaal anders was, een anomalie, een ‘one-off’, dat in de jaren ’30 opkwam en na de oorlog weer verdween, dan wat het daadwerkelijk was; een logisch gevolg van kolonialisme/Europese expansiedrift en het daarmee gepaard gaande rassenleer en hiërarchische indeling van volkeren.
Nazi-Duitsland was een Europese mogendheid die de in de koloniën beproefde tactieken doorgezet en uitgewerkt heeft. Alleen dan dichter bij huis. Met strengere voorwaarden voor wie superieur was of niet. Tactieken die grotendeels na de Tweede Wereldoorlog elders ter wereld gewoon werden doorgezet door de andere Europese mogendheden. Ik noem een Nederlands Indië en Frans Algerije.

Redelijk Onschuldig
Op het oog is zo’n zin natuurlijk redelijk onschuldig, we begrijpen allemaal wat er mee bedoeld wordt. Zeker gezien de bekende standpunten van de auteur.

Tot je er bij stilstaat dat het anders benoemen en het verzwakken, erger, het veelvoorkomend gebruik van eufemismen, ten grondslag liggen aan de collectieve culturele afasie en cognitieve dissonantie in Nederland die door zoveel sociale wetenschappers treffend is omschreven.
Die twee dingen, culturele afasie en cognitieve dissonantie, zijn op hun beurt weer sturend in het onbegrip van velen in deze samenleving (en in andere samenlevingen van voormalig koloniale mogendheden), wanneer zij gewezen worden op het causale verband tussen het staatsgestuurd racisme van de afgelopen eeuwen en de racistische uitspattingen (inclusief normalisering daarvan) in het Nederland van nu.

Kleine Dingen
Het zijn zulke kleine dingen die doorwerken in het geheel. Zodoende bijdragend aan het gegeven dat wat ten grondslag ligt aan Nazi-Duitsland nooit verbannen is uit Europa maar alleen genegeerd. Waardoor het weer zichtbaar kon opborrelen in de 21ste eeuw. Zeggen dat iets geen discriminatie is maar ‘Nazi-Duitsland’ is een stap overslaan. De stap van het erkennen van Institutioneel Racisme en het afbreken van de (on)bewuste (vaak subtiel geïmpliceerde) overtuiging van Witte Suprematie. De stap waar onze gedeelde verantwoordelijkheid ligt om een terugval te voorkomen. De stap die wij aan het naderen zijn met elke vordering die we als land maken in het racismedebat. De stap die nodig is zodat uitgesproken racisten niet weer Politicus van het Jaar worden.

Die Hard Racist 

foto: Emiel Muijderman


Geloof het nog steeds half niet dat er zoveel mensen echt vallen over ‘liever een die-hard racist’ en andere quotes uit het NRC artikel ‘Leven in een blanke wereld’. Maar goed, here we go. 

Nee, we drinken nog steeds liever een biertje/wijntje met anti-racisten dan met racisten. Als dat is waar je in eerste instantie op uitkomt ligt dat wellicht aan een negatief verwachtingspatroon. Wie dat verwachtingspatroon niet deelt, en de context van het artikel zwaarder laat meewegen dan de eigen aversie tegen het onderwerp of de zenders, komt uit op:

Waar het gaat om de strijd tegen racisme zijn die-hard racisten een duidelijk doel/obstakel dat overwonnen moet worden waarover geen ambivalentie is. Goedbedoelende anti-racisten daarentegen die onbedoeld of onbewust vorderingen temperen of teniet doen zijn een minder voor de hand liggend maar net zo hardnekkig probleem. Misschien wel een groter probleem bij het ontmantelen van vastgeroeste structuren. Omdat men geneigd is de aandacht te richten op de uitwassen van racisme (de nazi’s/rechtsextremisten), die resoluut af te wijzen en in het verlengde daarvan de focus bij de ander, de uitgesproken racist, te leggen. 

Helper Whitey
Het systeem van racisme wordt echter niet instandgehouden door extremisten maar door de gematigde massa. Die gematigde massa heeft voorbeelden nodig die het voortouw nemen in het op de juiste wijze van positioneren en acteren ten aanzien van de donkere mensen in het discours en, in het algemeen, in de maatschappij. Als zelfs de anti-racisten dan niet in staat zijn de hand in eigen boezem te steken en echt kritisch hun aandeel te benaderen, hoe zal de massa daar ooit op uit komen? Hier komt dat ‘helper whitey’ dan ook bij om de hoek kijken. Het is een strijd van iedereen waarin iedereen welkom is, maar ongecoördineerde strijd en inzet kan naast positieve effecten ook contraproductief zijn voor de groep die met deze inzet wordt getracht te emanciperen. Waar is de inzet dan het meest effectief, met zo min mogelijk negatieve bijwerkingen? Dat leren we door te luisteren naar de juiste mensen. Dat is alles wat er gevraagd wordt.

Contraproductief
Bij effectiviteit ligt ook een ander tegenargument: de toon is contraproductief. Joh? We zijn al ruim twee decennia bezig met ‘eerlijk benoemen’ van wat er allemaal schort aan allochtonen in dit land. Met het oog op integratie en een betere samenleving. Inmiddels zijn velen het eens dat integratie van twee kanten moet komen wil het daadwerkelijk plaatsvinden. Om dat te bewerkstelligen is dat eerlijke benoemen op open en directe wijze, wat niet hetzelfde als ‘bot’ is heb ik mij laten wijsmaken, nu ten aanzien van wit Nederland aan de beurt. En dan niet de slager die zijn eigen vlees keurt omdat hij zichzelf als objectief heeft bestempeld. Niet gebaseerd op wat wij denken te weten nee, maar in navolging van sociale wetenschappers. En dan niet de sociale wetenschappers die in hun talrijke onderzoeken steeds weer de invloeden van slavernij, kolonialisme en institutioneel racisme, om wat voor wonderlijke reden dan ook, buiten beschouwing laten.

En nu dan?
Ik weet dat er bij velen nog de vraag speelt; maar hoe kan ik dan helpen? Wederom, dat leren we door te luisteren naar de juiste mensen. Dat is alles wat er gevraagd wordt.
Als je reactie dan is dat je het allemaal maar wetenschappelijk, Amerikaans jargon vindt en je gaat gewoon door met wat je doet omdat jij het wel beter weet, sta je vooruitgang dus gewoon in de weg. Dat is wat er ‘gebroken’ moet worden. Die overtuiging, die wereldwijd gemeengoed is onder de aangesproken groep. Racisme heeft invloed op de gehele samenleving, racismebestrijding weerspiegelt dit onvoldoende en ontbreekt daarmee de vereiste fundering. Degenen met die het minst benadeeld worden door racisme nemen vooraanstaande posities in. Dit is soms nodig, maar vaker niet. De vanzelfsprekendheid van deze onderverdeling moet afgebroken worden en opnieuw opgebouwd. Met een verbeterde perceptie van maatschappelijke structuren en de rol van alle actoren daarin die we dan hebben, slaan we eindelijk de juiste weg in.

Recht de rug
Witte anti-racistische Nederlandse mannen van ongeveer 50 jaar kunnen heus wel tegen een stootje. Dit was een speldenprik. Om het niveau van de reacties dan te zien, de mate van verongelijktheid en de hakken in het zand, is ronduit teleurstellend. Laakbaar zijn de aai-over-je-bol-ik-ben-WEL-dankbaar-laat-die-gekkies-maar-met-hun-Amerikaanse-termen allochtonen met een misplaatste nuancering, danwel verzoeningsdrang. Die daarbij gemakshalve vergeten dat we de afgelopen jaren steevast dezelfde verhouding ten aanzien van anderen en één op één overdraagbare argumentatie hebben mogen zien vanuit dezelfde demografische groep in Amerika, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Zuid Afrika etc. Het enige wat verschilt is de mate en intensiteit van de gevolgen daarvan. Om dan zwak beargumenteerd de kennis waar in Nederland op voortgebouwd wordt te beschimpen en weg te zetten als minder valide is simpelweg een zwaktebod. Recht de rug mensen, wat is dit nou voor een wanvertoning.

Violence isn’t the answer? Who said that?

Violence may well not be the answer but unfortunately it has always proven to be the outcome. Because violence motivates towards the solution.

Without violence in all its different manifestations, the oppressed simply would not be oppressed. Physically and mentally oppressing a community requires violent penetration of the personal and public sphere of the oppressed by the oppressor. This is what we are witnessing in Baltimore. The unrelenting pressures on the private sphere, of racism, meager social-economic conditions and the excesses this leads to, has in turn created a confrontational situation with the government in the public sphere. A situation where, for a black person, an encounter with an officer of the law can lead to death by the slightest of occurrences.

There are several ways in which violence can manifest when it comes to bringing about change. The change however isn’t necessarily for the better. With these displays of violence accompanying protests we can observe how a constant threat of unprovoked escalation creates a highly combustible landscape where any ‘incident’ can be a flaming torch. This time the beating and sub-sequential death of Freddie Gray was that torch. Thing is, there comes a point where the necessity of violently compelling change is perceived as inevitable. The consequences won’t matter anymore to the protesters. Only changing what is. The violence that ensues will, for the better or for the worse, bring that change. Best case scenario: this motivates governments as well as citizens and others towards direct and lasting improvements. Worst case scenario: this leads to more repression and further escalation of violence. But as for many things, destruction of the old must precede construction of the new.

Another display of civil disobedience, the one we see championed by the authorities, is the non-violent protest. This method is only effective after the oppressed have endured lengthy and vastly disproportional acts of violence being brought to bear upon them. They must endure this violence, suffer publicly and beg for consideration whilst being trampled. Without this degradement insufficient pressure will be generated from private citizens, societal organizations or the international community to affect change. Any short term interventions that might be possible won’t be addressed, only talk of swift deescalation and pledges for eventual improvements on the long run will be heard. Injustices persist this way and tensions simmer in the background until this, again, inevitably erupts to the surface in anarchistic violence

Only when there has been enough violence to disrupt the system to a point it can no longer endure or afford it, interests will be such that compromise is possible. A compromise that will only last as long as it’s satisfactory. Oppressor and oppressed will face off again and the only question will be how much violence will it take this time to nudge the oppressor just that little bit further towards equality amongst men, and women.

Suspect Dies Baltimore

The Revolution Will Be Tweeted

black-twitter-2-wideEr is een revolutie gaande en het heet Black Twitter. Dat Twitter een bijzonder en grensoverstijgend medium is, dat weten we inmiddels. De Arabische Lente was vast anders gelopen zonder. Het is ook een medium vol met idioten, gespuis en ander tuig. Tussen de updates over het avondmaal en selfies van beroemdheden die viral gaan is het fenomeen Black Twitter ontstaan.

Dat populaire cultuur steeds meer beïnvloed wordt door de stijl, humor en kunst van Afro-Amerikanen is een gegeven. Onder invloed van Hiphop hebben zwarte jongeren wereldwijd elkaar gevonden en hebben jongeren van alle etnische achtergronden een uitlaatklep gevonden. Op Twitter heeft dit geleid tot herkenbare en vaak humoristische kenmerken waarmee de groep zwarte jongeren zaken bespreekbaar maakt, bespot en razendsnel verspreidt. Het zijn vaak inside jokes die alleen door ingewijden in de cultuur volledig begrepen kunnen worden. Deze ingebeelde gemeenschap noemt men Black Twitter. Met haar oorsprong in Afro-Amerikaanse cultuur zijn er razendsnel afdelingen over de hele wereld ontstaan waartussen onderling feilloos gecommuniceerd wordt in universele taal van Hiphop en lokale ‘slang’ dat vaak overlappingen kent. Zelf volg ik de meest geweldige twitteraars uit de VS, Zuid-Afrika, Groot Brittannië, Malawi, Frankrijk, Nigeria, de Caraïben en ga zo maar door.

Het delen van grappen, herkenning zien in de ander en steun vinden in gelijkgestemden heeft ertoe geleid dat intelligente jongeren in de Afrikaanse diaspora ook kennis zijn gaan delen. Een gedeelde verontwaardiging over sociale misstanden en het besef dat zwarte mensen in Europa, in Amerika, in Azië, in Australië en zelfs in Afrika –het thuis continent- in dezelfde giftige verhouding staan tot de witte medemens, heeft gezorgd voor een direct en onmiskenbaar gevoel van verbondenheid. Met een wereldwijd medium voorhanden en direct contact met de mensen delen jong en oud ervaringen en inzichten. Afrikaanse literatuur, kunst en geschiedenis worden herijkt en gedeeld. Verworvenheden van onze profeten & leiders die massaal het zwijgen zijn opgelegd in de 20ste eeuw worden nu gretig gedeeld. De mythe van fysieke politieke dekolonisatie wordt verworpen en kenmerken van de vasthoudendheid van kolonisatie in gewijzigde vorm worden blootgelegd. Niet langer is ontwikkelingshulp vanzelfsprekend en automatisch in het belang van een Somalië of een Sudan, of Rwanda. Ook ‘hulporganisaties’ en ‘vrijwilligers’ worden met argusogen bekeken en de motieven kritisch beoordeeld. De weg naar dekolonisatie van de geest is hervonden nu de gecoördineerde deconstructie van zwarte bewegingen door overheden in de jaren 70 en 80 overwonnen wordt; steeds vaker is men ‘on-apologetically black’. Niet integratie en conformering naar westerse standaarden is het doel, maar het herintroduceren van oude en het ontwikkelen van nieuwe, eigen, Afrikaanse standaarden.

Persoonlijk heb ik in de afgelopen 4 jaar (mede ook door de opkomst van een steeds sterker wordende en door Twitter verbonden Afro-Nederlanders) ontzettend veel geleerd van deze ontwikkelingen. Uitgangspunten zoals integratie, Nederlanderschap en het eigen zelfbeeld zijn rigoureus aan verandering onderhevig. Niet langer laat ik irrationele en racistische angsten van wit Nederland mij sturen. Niet ik moet veranderen maar zij en of zij dat doen is hun probleem. Zodra zij echter dit probleem in mijn levenssfeer willen introduceren zullen zij tot de ontdekking komen dat de fluwelen handschoenen zijn ingeruild voor iets gelijkend aan boksbeugels. Het zit namelijk zo: ik geloofde in onzin.

Ik geloofde namelijk dat als ik maar goed genoeg Nederlands sprak men verder zou kijken dan mijn uiterlijk en betreurenswaardige afkomst. Immers, als Antilliaan in Nederland wordt je steevast verwezen naar de onderste regionen van de maatschappij. Een opmerking over bolletjesslikkers, tienermoeders of taalvaardigheid is nooit ver weg. En dient je te herinneren aan de superioriteit van de ander. Ondanks alle vermeende solidariteit ervaar ik, ervaren wij Antillianen, dit nog steeds. Hoe aangepast je ook bent, de eerste kennismaking met de ouders van een Nederlands vriendinnetje is even slikken altijd. Vaak weet de dochter niet eens van mogelijke bezwaren die er leven of die geuit worden in een luidruchtige stilte en in de lichaamstaal. Een Marokkaanse vriend is je beste mattie en jullie versieren samen meiden, maar je zult nooit goed genoeg zijn voor zijn zus, nicht of willekeurige stamgenote. Of de Surinamer die en passant grapt over de ‘domme’ Antillianen zodat ik niet vergeet: ik kan wel slimmer zijn, of beter Nederlands spreken dan hij; als volk hebben zij een streepje voor, zij zijn beter aangepast. Er zijn legio voorbeelden hiervan en Antillianen reageren op verschillende wijzen. De één verwerpt zijn afkomst, verhuist naar een blanke wijk en verfoeit alles wat Antilliaans is. Meet zichzelf een Surinaams accent aan en paradeert als een pauw bij Antilliaanse gelegenheden. Hij heeft het gemaakt. De ander die daarvoor de capaciteiten, kansen of wil ontbreekt beseft zijn of haar isolatie en versterkt deze; ‘Als zij mij niet moeten en van het slechtste uitgaan zal ik hen eens laten zien wat slecht is’ is de gedachte. Criminaliteit en agressiviteit worden (on)bewust verheerlijkt en als afweermechanisme gebruikt. Tussen deze twee polen kunnen alle gradaties gevonden worden.

In mijn tijd hier in Nederland heb ik tussen beide posities geschipperd. In mijn puberjaren resulteerde dit in een afkeer van de maatschappij en het zoeken van een toevlucht in snel crimineel geld en statusverhogende activiteiten en levensdoelen. Een eerste serieuze kennismaking met Justitie deed mij op mijn 19de een ander pad te kiezen. Het roer ging 180 graden om. De daaropvolgende 10 jaar werkte ik mij, met vallen en opstaan, op van MBO niveau 2 naar een Universitaire propedeuse van de meest vooraanstaande rechtenfaculteit van Nederland.

In die periode was ik er van overtuigd dat als ik voldoende inzet toonde en de kansen greep die dit land biedt, dat dat de oplossing was voor het gevoel van niet goed genoeg zijn voor deze samenleving. Demonstratief liet ik mijn dreads groeien om mijn overleden oom te eren -die veel te jong aan de druk van deze maatschappij ten onder ging- en aan te tonen dat het idee dat men had bij het zien van mij met mijn dreads gegrond was in vooroordelen. Ik sprak immers netjes, ben hoogopgeleid en werk ook nog eens daarnaast voor de gemeente. Echter, witte mensen doen afstappen van hun xenofobische en racistische tendensen is niet iets wat ik, of anderen, kunnen bewerkstelligen, dat moeten zij zelf willen en zelf energie in steken. En energie ergens in steken doen mensen alleen als zij daar het nut van inzien. Het idee dat zwarte mensen inferieur zijn is helaas nog steeds diep gegrift in de psyche van de kolonisator en gekoloniseerde. Zo diep dat ondanks herhaaldelijke weerlegging van deze overtuiging, door anderen of door verlichte geesten uit de eigen groep zelf, massaal verworpen wordt. Zij worden niet benadeeld door de gevolgen van hun daden en waar dit wel gebeurt ligt de oorzaak bij de ‘vreemdeling’. Dat de vreemdeling door dezelfde maatschappij als zij geschapen wordt impliceert een gedeelde verantwoordelijkheid met de vreemdeling, een conclusie dat door grote aantallen pertinent van de hand gewezen wordt. Terugblikkend denk ik, wat een verspilde moeite en energie om in anderen te steken in plaats van in mijzelf.

De kern van mijn overwegingen vandaag de dag zit ook daarin. Verspilde moeite, investeer in jezelf. Ik verwerp de gedachte dat ik een ‘buitenlander’ ben in de zin van dat ik minder recht zou hebben op de verworvenheden van Nederland, of dat deze rechten afhankelijk zijn van mijn opstelling ten aanzien van deze maatschappij. Net als autochtone Nederlanders hebben mijn voorouders gezwoegd en gezweet, en zijn zij gestorven voor de Nederlandse staat. Mijn geboorte nationaliteit is Nederlands en als ik besluit de Hakkelaar als lichtend voorbeeld te nemen doet dat niet af aan mijn recht te verblijven in dit land. Zij het in vrijheid of detentie. Mijn huidskleur en/of geboorteplaats Curaçao rechtvaardigen geen afwijkende behandeling. Als geboren handelaren en VOC adepten moet het begrip Koop is Koop niet vreemd in de oren klinken. Jullie hebben de slaven gehaald, gekocht en verkocht. Hele kolonies zijn verhandeld. Nou, dit is wat je gekocht hebt. Dat economische ontwikkelingen niet gelopen zijn zoals gehoopt en de voordelen weggeëbd zijn, pech. Een erfenis is zowel de lasten als de baten.

Tegelijkertijd accepteer ik nu pas dat ik anders ben en dat dat oké is. Men zegt dat een mens die zijn geschiedenis niet kent verloren is. Nu ik mijn geschiedenis -de gestolen en ontkende geschiedenis van Afrika- EINDELIJK leer kennen, weet ik EINDELIJK wat ik miste. Het idee dat iedereen die ook maar enigszins op jou lijkt nooit tot iets significant gekomen is om trots op te zijn kan verlammend werken. Daarom ben ik zo blij met wat ik leer en kan ik vaak niet wachten om het te delen. Ik kan nu al niet wachten om mijn zoon en mijn nichtje te introduceren tot de keizerrijken van Songhai en Ghana, of de ruïnes van Great Zimbabwe, of de door de Arabieren en Islam verdrongen cultuur van de Swahili. Ik kijk er naar uit om de sprankeling in hun ogen te zien die ik zelf ervaren heb. Ik hoop dat de ontwikkeling die in gang gezet is met Black Twitter, die van onderlinge verbondenheid in de Afrikaanse diaspora, voortgezet wordt en dit effect verspreidt. Ontwikkelingen in Zuid Afrika zoals #RhodesMustFall en in de Verenigde Staten #BlackLivesMatter tonen aan dat wij als Afrikanen, als zwarten, als ‘nikkers’, tegen dezelfde mechanismen aanlopen van Witte Suprematie. Dit is voor mij vanzelfsprekend: Europese vorstenhuizen, adel en gegoede burgerij waren/zijn welbeschouwd een beerput van incestueuze relaties die over elkaar heen struikelden om als eerste te kunnen te plunderen, moorden en verminken. Allemaal gerechtvaardigd door duivelachtige religieuze praktijken en pseudowetenschap die het aandeel van Afrikanen in de wereldgeschiedenis trachtten te ontkennen, of zelfs uit te wissen. De miljoenen tonnen aan omgesmolten edelmetalen kunstvoorwerpen, de vernietigde bouwwerken, de aanhoudende genocides… Hoeveel kennis is er niet verloren gegaan door deze hebzucht en het economisch belang in het propageren van de vermeende inferioriteit van de Afrikaan.

Realisatie van dit alles heeft bij mij ervoor gezorgd dat ik anders naar zaken kijk inmiddels. Deelname aan blanke ruimtes is voor mij optioneel. Voor mij hoeft er geen diversiteitsbeleid gevoerd te worden. De instituties vol met briljante witte mensen die niet lijken te begrijpen wanneer zij uitsluiten of wanneer zij racistisch optreden, kunnen blijven wat zij zijn. De status quo wordt niet gehandhaafd door onbegrip bij hen maar door het vastklampen aan een superioriteitsideaal waaraan eigenwaarde wordt ontleent. Het streven van zwarte mensen om hier deel van te willen zijn ligt m.i. in de overtuiging (dan wel bewust of onbewust) dat wanneer iets bevestigd is door een witte het meer waarde heeft. Zelfs wanneer hier tegen geageerd wordt valt het op dat deze bevestiging is wat er indirect toch gezocht wordt. De vraag is, of nee, de eis is: accepteer mij. ‘Kijk wat ik kan, kijk wat ik NET ZO GOED als jij kan. Wil je mij nu niet eindelijk als gelijke zien?’ Dit is mij betreft energie de verkeerde kant op. Richting wit Nederland, om aan te passen, om te veranderen. Mensen echter hebben een afkeer van veranderen, vaak zelfs wanneer de onhoudbaarheid van hun positie klaarblijkelijk evident is. Integratie is dan ook in mijn optiek ongewenst omdat: 1. assimilatie is wat er eigenlijk verwacht wordt, het is nooit voldoende voor zij die zelf geen enkele verandering op zichzelf willen toepassen. 2. In verhouding tot de autochtoon zal ik daarmee altijd benadeeld worden. Het bevestigd mijn niet-Nederlanderschap. En 3. laat hen het eerst zelf voordoen op de stranden van Curaçao, goed voorbeeld doet volgen. Conformeren aan de blanke hegemonie en mijzelf acceptabel maken voor hen is dan ook geen streven meer. Het doel voor mij is wat verticale sociale stratificatie genoemd kan worden zoals Nederland dat gekend heeft met Verzuiling, niet horizontaal naar indeling van sociale klassen maar naar zuilen van sociale groepen. In plaats van het richten op het veranderen van de Nederlandse samenleving stel ik voor de energie te draaien en te richten naar binnen. Naar binnen, naar het innerlijk van het zwarte individu. Naar binnen, naar de welzijn van de diaspora. Educatie, voorlichting en verbondenheid realiseren onder zwarte mensen is wat gelijkheid zal effectueren met de witte mensen. De obstakels die er voor zwarte mensen zijn in de witte samenlevingen wereldwijd zullen er blijven en pas verdwijnen wanneer zij de effectiviteit verliezen voor diegene de hen opwerpen. De terugkeer naar racistische vitriool in de periode van crisis na een periode van groei en welvaart in de jaren 90 heeft mij daarvan verwittigd. Sommigen zullen hierin segregatie herkennen maar dat is het niet. Deelname aan de gecreëerde ruimtes voor zwart Nederland is namelijk net zoals bij de ruimtes voor wit Nederland open voor alle Nederlanders. Alleen wanneer wit Nederland hier een plek in wilt, opname in wilt, verwijzen wij deze vriendelijk naar de al aanwezige witte ruimtes. Het verschil tussen deelname en opname ligt in wie het discours in die ruimtes bepaalt.

In navolging van de uiterst capabele Zambiaanse econome Dambisa Moyo ben ik ervan overtuigd dat Afrika en Afrikanen op de eigen benen moeten staan, geen ontwikkelingshulp moeten willen maar investeringen moeten aantrekken. Wil het Westen niet, dan gaan we aan de slag met China. Met het streven op te stijgen naar een gelijkwaardig niveau. Ik trek een parallel hier. Niet trachten de instituties te bewegen ruimte te maken, maar elders zelf de ruimte te creëren. Natuurlijk, kennis is macht en de instituties in Nederland hebben veel kennis. Maar om daarvan kennis te nemen is opname erin niet vereist, slechts deelname. In plaats van te ageren tegen diversiteitsbeleid en discussies die gevoerd worden zonder dat de mensen waarover het onderwerp gaat een aandeel erin hebben, of slechts summier een aandeel, lijkt het mij voortvarender om elkaar op te bouwen. Door met elkaar de discussies aan te gaan, met elkaar de intellectuele ruimtes te creëren. Daarom begon ik dit verhaal met Black Twitter. Daar heb ik geleerd dat ik de droom van Martin Luther King jr. een mooie vind maar de geest van Marcus Garvey, Black Wall Street en Malcom X veel meer resoneerden. Daar leerde ik over Frantz Fanon, James Baldwin en Ida B. Wells. Zij spreken tot de verbeelding en hebben in mij een gevoel van intergenerationele overdraagbaarheid van verantwoordelijkheid ingeprent. Dekolonisatie is een interne aangelegenheid van de Afrikaanse diaspora en ik heb een verantwoordelijkheid daarin, al wordt deze interne aangelegenheid zwaar beïnvloed door externe factoren. Doch, ik stel dat alleen een versterking van de eigen intellectuele capaciteit door middel van collectieve kennisoverdracht gecombineerd met mobilisatie van, en kennisoverdracht aan de massa, achter het idee van internationale cross-culturele eenheid van de Afrikaan, zoden aan de dijk zet. Maar zoals Fanon betoogt, niet volgens het pad van de Europeaan:

“If we want to transform Africa into a new Europe, America into a new Europe, then let us entrust the destinies of our countries to the Europeans. They will do a better job than the best of us. But if we want humanity to take one step forward, if we want to take it to another level than the one where Europe has placed it, then we must innovate, we must be pioneers.”

Mijn overtuiging is dat dit inzicht niet alleen op macro maar ook op micro niveau moet worden toegepast. Afrikanen moeten zich niet spiegelen aan Europeanen, dit heeft desastreuze gevolgen. Van oorsprong matriarchale samenlevingen met gebalanceerde verhoudingen tussen man en vrouw zijn veranderd in uit balans geraakte patriarchale maatschappijen gericht op de religieuze verheerlijking van ‘de blanke man’ met Jezus als vandaaldrager. Culturele en spirituele mechanismen die homoseksuele relaties de ruimte boden binnen de samenleving en transseksuele individuen vaak zelfs verheven tot prominente en sturende figuren zijn verloren geraakt of gemarginaliseerd. Wat ooit een verrijking was is nu een probleem. Christelijke en Islamitische waarden worden nagestreefd terwijl zij die het opgelegd hebben inmiddels zelf er amper naar omkijken en het met de voeten treden. Ook democratische verworvenheden van het Westen zijn niet één op één overdraagbaar naar de Afrikaanse situatie. De Afrikaanse Unie naar model van de Europese Unie zal nooit zo effectief zijn als de EU, niet omdat Afrikanen niet kunnen samenwerken maar omdat de grondslagen voor de natiestaten volledig anders zijn. De liniaal rechte grenzen zijn arbitrair, niet door de eeuwen heen onderling door de Afrikaanse volkeren verworven en veroorzaken onnodige spanningen. Een unie zal op andere gronden, zoals regionale etnische verbanden, gevormd moeten worden. Zoals ik al zei, Afrikanen moeten zich niet spiegelen aan Europeanen maar duiken in de eigen geschiedenis om te redden wat er te redden valt en om een nieuwe geschiedenis vorm te kunnen geven. Ook hier in Nederland.

black-wall-street