Categorie archief: Uncategorized

Wie DENK jij dat je bent?



Wat is het dat er verwacht wordt van migranten en hun kinderen, van nieuwkomers, van voorheen koloniale subjecten, van Caribische-Nederlanders? Moeten wij ons Nederlands voelen en Nederlands gedragen, of moeten wij naar ‘echte’ Nederlanders luisteren en doen wat zij ons opdragen?

Vroeger, toen alles beter was en ik regelmatig spijbelde van school, maakte ik lange wandelingen door Hoogvliet. Tijdens deze wandelingen zijn mijn gedachten meer dan eens afgedwaald naar mijn verantwoordelijkheden en waar die nou vandaan kwamen. ‘Waarom zou ik moeten doen wat al die andere mensen mij vertellen om te doen? In de keuzes die zij mij stellen heb ik nooit enig aandeel gehad en hoe kan ik afspraken schenden die ik nooit gemaakt heb?’ De conclusies die ik trok waren op die leeftijd natuurlijk altijd zo dat ik er met minder verantwoordelijkheden van afkwam. Lang heb ik die gedachtegang gebruikt om mijn  maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen en een egoïstische, op mijzelf gecentreerde levensvisie te na te streven. Iets wat eigenlijk niet in mijn aard ligt. Nadat ik eenmaal voor mezelf besloot dat ik een volwaardig onderdeel van de maatschappij wilde zijn heb ik het concept van een ‘sociaal contract’ ontdekt. Toen viel alles op zijn plaats. Wat het was waar ik aan deel wilde nemen en, vooral ook, wat het was dat mij daarvan weerhouden heeft.

Door verschillende filosofen zijn er door de tijden heen uiteenlopende uitwerkingen geweest van het sociaal contract, ook wel het maatschappelijk verdrag genoemd. Voor mij komt het neer op het opgeven van persoonlijke vrijheden in ruil voor het algemeen belang en inbreng om te bepalen wat dat algemeen belang concreet is. De persoonlijke vrijheden die opgegeven worden zijn onder andere het opgeven van het recht om eigen rechter te zijn en om bijvoorbeeld geweld in te zetten, door dat aan onze overheid over te laten. Onze inbreng in het bepalen van wat het algemeen belang is komt tot uiting in het passief en het actief stemrecht dat elke burger toekomt. Wij kunnen stemmen op partijen die onze visie op de maatschappij uitdragen en zelf actief deelnemen aan het politiek proces als vertegenwoordiger. Wat bij mij als tiener weerstand opleverde (wat ik later pas begreep) was het gevoel geen onderdeel te zijn van dat contract, van het maatschappelijk verdrag. Het is een perspectief dat vele met een vergelijkbare afkomst als de mijne delen, Nederland is niet van ons. Zo bedoeld of niet, dat is het gevoel dat de Nederlandse samenleving ons geeft. Het gevolg daarvan is dat het geloof ontstaat dat het sociaal contract geen betrekking op ons heeft. Ik hoor dat sentiment nog altijd gedeeld worden, een acceptatie van onvolwaardig burgerschap.

In mijn zoektocht naar mijn identiteit ben ik van heel erg Antilliaans-Nederlands, naar Nederlands-Antilliaans gegaan en heen en weer. Nergens heb ik mij zo thuis gevoeld als tijdens vakanties op de Antillen, tegelijkertijd beseffend dat ik er niet lang zou kunnen wonen want ik zou Nederland ontzettend missen. Het klinkt heel simpel maar het duurde even voordat ik het kon begrijpen en erin kon berusten Antilliaans én Nederlands te zijn. Te weten en te waarderen dat mijn Nederlands zijn niet is wat Antillianen denken dat het is en dat mijn Antilliaans zijn niet is wat Nederlanders denken dat het is. Dat ik dat zelf bepaal. Dat die twee identiteiten in de context van de geschiedenis en mijn leven enorm verschillen en tegelijkertijd hetzelfde zijn. Vanuit deze visie is het dat ik deelneem aan maatschappelijke debatten, dat ik stem, dat ik tweet. Dat ik schrijf en mijn gedachtes deel.

Samen met de migranten, hun kinderen, de nieuwkomers, de voorheen koloniale subjecten, de Caribische-Nederlanders en alle anderen die zich in Nederland bevinden en willen bijdragen aan de maatschappij heb ik de bewuste keuze gemaakt om mijzelf niet alleen een volwaardig burger te achten maar mij er ook naar te gedragen. Er zijn echter nog velen die zich niet gesterkt voelen deze keuze te maken. Zij zien in de huidige politiek, van links tot rechts en alles wat er tussen zit of tegenaan hangt, geen representatie van wie zij zijn. Dat begrijp ik. Zij zien al jaren een afwijzing van wie zij zijn. Expliciet in uitingen van Wilders en de premier, maar ook impliciet in de compromissen van de PvdA nu zij deelnemen aan een regering met de VVD. Zij zien het in het gemak waarmee SP prominenten bepaalde uitspraken doen en vriendelijkheden uitwisselen met zelfverklaarde racisten. Zij zien het in de overtrokken en beschadigende opstelling van GroenLinks bij het kandidaat lijsttrekkerschap van Tofik Dibi. Zij zien het in de in elkaar gekunstelde ondemocratische samenwerking van het CDA met de ondemocratische PVV. Zij zien het overal in de politiek. Zij zien het in de onkunde om de rug te rechten en Wilders echt van repliek te dienen, met een eigen verhaal en eigen handelingen van inclusiviteit. Zij zien het in de assimilatie van de al zo in geringe aantal zijnde niet-witte Kamerleden. Om van invloed te kunnen zijn binnen en gevestigde politieke partij moet je dusdanig cultureel Nederlands zijn dat je afkomst geen waarde meer heeft, positief of negatief. Je moet van je ‘kleur’ en cultuur ontdaan zijn. Behalve natuurlijk als het ‘lekker exotisch’ is. Je Nederlands moet beter zijn dan dat van de gemiddelde Nederlander en dat van menig Kamerlid. Je standpunten mogen zich niet teveel richten op je culturele achtergrond om geen twijfel aan je loyaliteit te doen rijzen. Tegelijkertijd wordt je achtergrond er constant aan de haren bij gesleept, of het voor het onderwerp relevant is of niet. Deelname (aan de politiek) in de gevestigde partijen is deelname aan iets wits, niet aan iets Nederlands. Dit is niet hoe ik het sociaal contract voor ogen had, daarom denk ik aan verandering. Wij verkiezen ervoor ergens vóór te kiezen, voordat we weer in de situatie belanden ergens tegen te moeten kiezen vanuit een gebrek aan een beter alternatief.

Instituties met alleen maar witte mensen zijn niet per definitie fout of slecht, maar de kans op eenzijdige belichting van kwesties is wel groter. Maak echt gebruik van de diversiteit in dit land. In een wereld die in een stroomversnelling zit van verandering, kunnen we juist van verandering onze kracht maken. Verschillende perspectieven op waarde kunnen schatten is daar een groot onderdeel van.

Dat steeds meer mensen niet alleen in Nederland willen wonen maar ook actief willen bijdragen moet juist stemmen tot vreugde. Het is volkomen in lijn met de Nederlandse ambities en waarden van zelfontplooiing dat er een partij opstaat die denkt dat het anders moet, daar plannen voor aandraagt en deze volgens onze democratische methodes wil realiseren. Wat mij daarom dwars zit en prikkelbaar maakt is de onheuse bejegening van DENK. Dat rechts het niet zitten dat twee Turkse-Nederlanders een partij oprichten is te verwachten. Zij begrijpen dat DENK pal tegenover hen staat en zich niet laat intimideren. Wat mij meer stoort is de reactie op links en van velen in het antiracisme kamp. Het meegaan met de vooringenomen persoonlijke aanvallen, insinuaties en diskwalificaties op grond van de culturele achtergrond van de leden. Linkse lieden die ongegeneerd DENK vergelijken met de PVV en de huidige polarisatie in hun schoenen proberen te schuiven, een aanklacht zo belachelijk dat ik mij genoodzaakt voel de motieven van diegenen die dat roepen in twijfel te trekken. Onzinnige betichtingen van racisme aan het adres van DENK door rechts die niet fel en onvoorwaardelijk verworpen en van tegengas voorzien worden door de vele zelfbenoemde experts op het onderwerp, die wat ik opmerk zeker niet ontgaan kan zijn. Waar blijft de steun voor Simons nu zij daadwerkelijk de daad bij het woord voegt? Gewoon de algemene steun voor iemand die onze waarden deelt en zich op het strijdtoneel begeeft, niet alleen de steun wanneer zij weer eens doelwit is van racisme? Elke kleine misstap van DENK (of zelfs de mogelijkheid van een misstap) wordt aangegrepen als excuus om maar niet de gedeelde verantwoordelijkheid te hoeven nemen om het proces eerlijk te houden. Zonder het geheel in de bredere context te plaatsen van wat gebruikelijk is in de Nederlandse politiek en de unieke gebeurtenissen van deze tijd. ‘Zetelroof!’ wordt er verontwaardigd van de daken geschreeuwd, alsof de grootste partij in de peilingen niet een afscheiding is van de voornaamste regeringspartij van vandaag. Alsof afscheidingen en fusies niet behoren tot de politieke stoelendans die de Nederlandse politiek altijd al is geweest. De integriteit van Öztürk wordt breed uitgemeten in de krant in twijfel getrokken en gekoppeld aan de voor corruptie aangeklaagde Van Rey, maar wanneer dat onterecht blijkt is dat vrijwel nergens terug te vinden. De situatie in Turkije is schrijnend maar de berichtgeving vaak ook vooringenomen en voor oneigenlijke motieven ingezet. Huis-tuin-en-keuken Turkije specialisten werpen constant de huidige mensenrechtenschendingen in Turkije en de Armeense kwestie op als bewijs dat de Turkse DENK leden onbetrouwbaar zouden zijn. Dat zij zich niet loyaal aan Nederland van hun taak als Kamerleden zouden kunnen kwijten. Omdat zij niet genoeg van hun culturele achtergrond ontdaan zijn voor het establishment. Bejegening die niet alle Kamerleden in vergelijkbare posities ten deel valt. GroenLinks gooit een Turks-Nederlands raadslid uit de partij vanwege een naar verluid met de partijstandpunten onverenigbare opvatting, om vervolgens een zelfverklaard liberaal prominent op de kieslijst te plaatsten. De PvdA stelt haar Turks-Nederlandse Kamerleden voor het ultimatum om een met de PVV flirtende integratienota te steunen of uit de partij gezet te worden, maar draait om en laat Monasch wekenlang heulen met extreemrechts zonder enige consequenties daaraan te verbinden. Hoe ik dat zie is dat om een bepaald deel van het electoraat te bekoren, dat deel dat steeds minder neigt naar saamhorigheid en meer naar verdeling. Dat deel dat steeds meer neigt naar ‘de witte Nederlander maakt hier de dienst uit’. Er zijn bijna ontelbaar veel voorbeelden van zulke vergelijkbare situaties waarbij Kamerleden met meer dan alleen een Nederlandse achtergrond veel minder bewegingsruimte hebben. Zij worden eerder afgerekend en vervolgens geportretteerd als niet loyaal aan Nederland, of niet loyaal aan de dan opeens onbeweegbare partijstandpunten. Wat de gevestigde partijen doen is ongeschreven voorwaarden scheppen voor deelname aan het politiek proces. Voorwaarden gebaseerd op het eerst moeten bewijzen van loyaliteit doormiddel van wat in essentie op zelfverloochening uitkomt. Dat de verwijten van disloyaliteit ontstaan uit niet op ratio gestoelde motieven deert niet.

Wellicht is het nog niet de tijd voor een partij als DENK, maar na elf jaar Wilders en geen effectieve weerlegging van zijn politiek vraag ik mij af wanneer is het dan wel tijd voor een andere invalshoek? Nu DENK is opgestaan, een duidelijke visie heeft en bedachtzaam te werk gaat is mijn interesse in de politiek, in hun receptie en bejegening sterk gewekt. Niet alleen met oog op deze verkiezingen, maar ook met oog op het creëren van een wezenlijk alternatief voor de gevestigde partijen op de langere termijn. DENK en haar leden hoeven wat mij betreft in hun eerste rondje om de kerk niet perfect te zijn, het zijn hun intenties die mij bekoren. De manier waarop hun (kandidaat) Kamerleden zich bekwamen in publieke optredens, de rust die zij uitstralen en de kennis van zaken die zij etaleren. De positieve en inclusieve boodschap. Niet alleen durven benoemen wat er mis is, maar ook een concrete visie uiteenzetten hoe die verandering te bewerkstelligen. DENK wil institutioneel racisme niet alleen agenderen maar ook aanpakken door mogelijke veranderingen in verankerde systemen bespreekbaar te maken. Voor een Nederland waar alle inwoners op basis van wederzijdse acceptatie gelijkwaardig deelnemen. Meer dan eens is de wens naar concrete acties daartoe door velen in de antiracisme voorhoede uitgesproken. Met tien thema’s die al onze levensgebieden raken en bij elk thema tien voorstellen, schetst DENK een positief toekomstbeeld voor het Nederland waar iedereen inbrengt en bijdraagt. Dit klinkt mij als muziek in de oren, dus ik luister kritisch en aandachtig.

Natuurlijk zijn er vele stemmen die het tegenovergestelde roepen van wat ik schrijf en ik sta open voor kritische beschouwing van alles wat ik stel. Graag ga ik de discussie aan over wat goed is voor Nederland en of er een plek is voor een partij als DENK. Enige voorwaarde die ik stel is dat dat op basis van feiten gebeurt. De wijze waarop het er nu aan toe gaat is oneerlijk en onrechtvaardig en dat is uitermate teleurstellend. Te weinig zijn zich voldoende bewust van de steun die DENK genereert bij een groeiend deel van de samenleving. Nu verbolgen linkse partijen met een rancuneuze houding en rechtse partijen met hun vertrouwde afwijzing onze samenleving elkaar gevonden lijken te hebben in de bejegening van DENK, wordt er door velen met steeds meer ongeloof naar het schouwspel gekeken. De vooringenomen media die ervoor kiest om aannames en veronderstellingen te verspreiden alsof het feiten zijn, doet dat zo consequent en schaamteloos dat het bijna persoonlijk lijkt en verliest daarmee steeds meer geloofwaardigheid. Misschien kijk ik wel te positief naar DENK en projecteer ik mijn verwachtingen op hen maar tot op heden zijn er geen handelingen of uitspraken van hen geweest om dit beeld voor mij te veranderen. Toch, je hoeft mij niet te geloven op mijn woord en mijn beeld van DENK op basis daarvan over te nemen. Klik op de onderstaande link, lees zelf maar waar zij voor staan en stel jezelf de vraag of dit een sociaal contract is zoals jij dat voor ogen had.

https://www.bewegingdenk.nl/wp-content/uploads/2016/11/Verkiezingsprogramma_DENK_2017-2021.pdf
verkiezingsprogramma_denk_2017-2021_banner

Advertenties

Wat ik ervan DENK

denk1Het was ergens rond middernacht dat ik een berg kleren stond te vouwen terwijl ik tv keek. Opeens zag ik in een flits, terwijl ik langs de kanalen zapte, ‘Turkey Coup’ en stond aan de grond genageld. WTF?! Meteen hing ik aan de telefoon met een vriendin. Stomverbaasd. Na al die jaren toch weer een ingrijpen door het Turkse leger, dat van de vader des vaderlands -Atatürk- het expliciete mandaat meegekregen heeft om de seculiere staat te beschermen. We hadden er, gezien het afglijden van de rechtsstaat en de groeiende nadruk op religie door de regering, al eerder over gespeculeerd maar de kans erop als miniem beoordeeld.

‘Eindelijk, het leger doet wat het moet doen en komt op voor het Turkse volk.’ Ik was in een jubelstemming. De democratische rechtsstaat zou weer overwinnen. Weliswaar niet op conventionele wijze, maar Turkije is in deze kwestie een geval apart. ‘Desperate times call for desperate measures,’ zei ik. Maar naarmate de nacht vorderde en er steeds meer informatie naar buiten sijpelde, bleek dat het leger of beter (wat later bleek), elementen binnen het leger, een grove misschatting hadden gemaakt. Zij hadden onvoldoende steun van het volk waar zij dachten voor op te staan. Hier sloeg mijn stemming om van een pro-leger houding naar een pro-regering houding. Maar nog altijd een pro-democratische rechtsstaat houding. Dat is immers waar het altijd op uit moet komen; democratische zelfbeschikking van volkeren. Turkije ging de straat op en uit de mond van burgers, de oppositie, de legertop en naar mijn weten de gehele Turkse pers, klonk het eensgezind: de democratisch gekozen regering moest blijven. Turkije is de tijd van militair ingrijpen ontgroeid en de Turken zijn de enige die dat besluit kunnen en mogen nemen. Dat besluit luidt dat onenigheden en conflicten langs de rechtsstatelijke weg beslecht moeten worden. Vergis je niet, dit is de verdienste van de mede door de AK partij ingezette -ongekende- economische groei die Turkije de afgelopen decennia heeft meegemaakt. Voor mij was het niet verwonderlijk dat de leden van DENK vierkant achter de regering in Ankara gingen staan. It was the right thing to do, op dat moment.  Het steunen van een democratisch gekozen regering is een logisch uitgangspunt van democratisch gekozen parlementariërs. Ondanks de spanningen waar de rechtsstaat onder staat heeft het Turkse volk ervoor gekozen om een moderne democratie te zijn, ingrijpen van het leger is niet meer nodig. Erdogan, die hen zoveel voorspoed en trots heeft gebracht had, niet verrassend, nog wat krediet.

Tijdens dit alles viel mij iets merkwaardigs op. De Amerikanen bleven stil. Europa bleef stil. Uit Incirlik, de uitvalsbasis van het Amerikaans leger, of uit Washington, kwam er geen snelle en ondubbelzinnige verwerping van de coup. Net zomin uit de Europese hoofdsteden of Brussel. Het werd al snel duidelijk voor mij (en voor de Turken zeker al helemaal) dat men de uitkomst afwachtte. Het met de belerende vinger wijzende Westen was bereid tegen de eigen idealen in te gaan. Steun voor een door het leger geïnstalleerde interim-regering was een reële optie. Toen het duidelijk werd dat de coup mislukt was, was er zelfs teleurstelling te bemerken. Toch, wederom, niet verwonderlijk. Wanneer hebben westerse idealen waarmee naar de rest van de wereld geschermd wordt het ooit gewonnen van westerse economische belangen?

Bijkomend van de teleurstelling dat de Turken hun democratie niet naar Westers goeddunken te grabbel hebben gegooid, werd de aanval op DENK geïntensiveerd. Eindelijk was er een grote, harde en zware stok om mee te slaan. Nu kon iedereen die zich tot dusverre afzijdig had gehouden -vanwege het racisme dat kritiek op de leden van DENK omkleedde- zich beroepen op de schendingen van de rechtsstaat die meteen na de coup volgden. Moedwillig werd de steun van DENK voor de regering in Ankara, voor het rechtop houden van de democratische rechtsstaat, gelijkgesteld aan onvoorwaardelijke steun voor Erdogan en al zijn overtrokken maatregelen. Ik sloeg het gade. Sinds de toetreding van Simons tot DENK ben ik er heel attent op geworden te horen wat mensen daadwerkelijk zeggen, ongeacht de woorden die zij gebruiken. Waarom, wanneer en hoe dingen worden gezegd is minstens even belangrijk als wat er gezegd wordt. De boodschap achter wat er gezegd wordt is voor steeds meer mensen klip en klaar, glashelder: Allochtone parlementsleden worden langs een veel hogere lat gelegd dan autochtone. Niet alleen door wit Nederland.

denk3

Als je als allochtone volksvertegenwoordiger niet bij elke stap die je zet een disclaimer toevoegt van twee kantjes over hoe Nederland het beste land op aarde is, wordt er aan je loyaliteit getwijfeld. Verbondenheid met het land van herkomst is een diskwalificatie. Een mening die niet in lijn is met de waan van de dag is een diskwalificatie. Niet vooraan lopen om bij elke misstap in het land van herkomst stellig van leer te trekken is een diskwalificatie. Een diskwalificatie, niet alleen als volksvertegenwoordiger, maar als intellectueel, als professional, als Nederlander. Een notie rechtstreeks uit een oriëntalistisch wereldbeeld. Uitgedragen nota bene in dit land. Dit land dat de Armeense kwestie uit volle borst genocide noemt maar het eigen optreden in Nederlands-Indië eufemistisch ‘politionele acties’. Dit land waar in fractiekamers pontificaal de vlag van een vreemde mogendheid hangt. Dit land waar burgers met toestemming dienen in het leger van die vreemde mogendheid. Dit land waar het dan niet uitmaakt dat men daar de Geneefse Conventies met enige regelmaat aan hun laars lapt. Dit land waar parlementsleden vol heimwee verwijzen naar de tijd van Apartheid in Zuid-Afrika. Dit land dat wegkijkt bij een nieuwe Apartheid in Palestina en waarvan parlementsleden op snoepreisjes gaan tussen de illegale nederzettingen. Dit land dat vol trots de gerechtshoven van de  internationale rechtsorde huisvest en de berechting van oorlogsmisdadigers faciliteert, maar waar de langzame genocide door die ene misdadiger niet deert. Dit land waar haat normaliseert. In dit land wil men massaal met het opgeheven vingertje, nog voordat alle feiten boven tafel zijn, de moraalridder uithangen. De hypocrisie in dit land zou komisch zijn ware het niet zo tragisch. Alsof we niet met zijn allen aan de rand van de afgrond staan met de PVV fier bovenaan in de peilingen.

De daden van Erdogan dienen als een schild van waarachter alles geroepen wordt en waarheden verdraaid worden zodat men een moreel verheven standpunt kan innemen. Maar het eigen aandeel in wat er nu in Turkije gebeurt ziet niemand. Waar dat land decennialang getracht heeft toenadering te zoeken tot Europa, werden zij bij voortduring uitgekotst. Ondanks hun pogingen werd het duidelijk dat het niet uitmaakt aan welke voorwaarden zij voldoen, zij zullen nooit als Europees gezien worden en dus nooit toegelaten worden tot de EU. Het Midden-Oosten en moslims zijn altijd al verbonden geweest met Europa en scheidslijnen die men nu wil hanteren zijn niet alleen onzinnig maar diep racistisch en arrogant. Mijn vermoeden is dat in Turkije dit besef doorgedrongen is en erger, geaccepteerd is. Een ontwikkeling met zorgwekkende  gevolgen inderdaad. Maar ook hier in de EU kunnen de handen niet in onschuld gewassen worden, de Europese arrogantie om de deur stijf dicht te houden heeft de voorwaarden voor de huidige ontwikkelingen daar mede geschapen. Voordat je een oordeel velt over Turkije en Turken in Nederland, besef dat goed. De enige met recht van spreken over hoe te handelen nu zijn de Turken, voor wie linksom of rechtsom de consequenties niet te overzien zijn. Doordrammen op standpunten die geen reële gevolgen hebben voor jouw leven dag tot dag is onverantwoord en hypocriet. Zeker in dit land waar men amper familieleden en vrienden durft aan te spreken op racisme of openlijk er voor uit durft te komen PVV te stemmen. Waar haal je het lef vandaan om in kwesties die niet jouw zaken zijn een antwoord te eisen onder jouw voorwaarden in de door jou gestelde termijn? Doe rustig.

Kuzu en DENK worden er van beschuldigd constant Turkije ter sprake te brengen. De omgekeerde wereld natuurlijk nu Simons vrijwel alleen over Turkse kwesties bevraagd wordt en de andere leden van DENK idem dito. De blinde vlekken in dit land worden één grote zwarte waas. Laat het dan ook net die zaken zijn, voor velen van ondergeschikt belang, die voor mij belangrijk zijn. Anti-racisme is een nagedachte in dit land. Sterker nog, van de VVD tot de SP en van GroenLinks tot D66, links en rechts, men valt over elkaar heen om met Wilders’ retoriek zieltjes te winnen. Over de ruggen van mensen zoals ik. Wat betekenen economische groei, algemene welvaart en andere zaken voor mij als ik door aanhoudend racisme geen volwaardig burger ben? Voor wit Nederland kan racisme misschien geen prioriteit zijn, voor mij en mijn naasten is het een obstakel dat als eerste geslecht moet worden. Ik ben opgegroeid met het geloof dat het op den duur goed zou komen. Van die aandoening ben ik inmiddels wel genezen. Racisme viert hoogtij, men voelt zich steeds meer gesterkt om het te uiten. En wat doet de politiek? De kwestie bagatelliseren. De kwestie vermijden. De kwestie negeren. Lip service zonder echte maatregelen. Het risico is te groot om het groeiend deel van het electoraat dat steeds racistischer wordt te vervreemden. Verkiezingen komen eraan. Betrokken en geschrokken is er maar één daadwerkelijke keuze. Een partij voor iedereen, door iedereen. Een partij die Nederlandse waarden uitdraagt waar iedereen onderdeel van kan zijn. Niet alleen voor de bühne. Een partij die mijn kwesties agendeert. Een partij waar plek is voor een divers ledenbestand dat zich richt op echte inclusiviteit. Wat er in Turkije gebeurt zal mij een zorg wezen wanneer het gaat om standpunten in Nederland. Net zoals het jullie in maart een zorg zal wezen dat de SP, ChristenUnie, PvdA, VVD, PVV, D66, CDA etc etc allemaal handjes hebben staan schudden met een oorlogsmisdadiger. Daarom zeg ik: Ik stem DENK.

denk2

Beste Kiza

colorisme

Beste Kiza,

Met grote interesse heb ik het stuk ‘Het monster is niet alleen de witte man’ van jouw hand gelezen. Ik moet zeggen dat ik het na de opvallende titel wel even opkeek toen ik je zag aanvangen met wat ik niet anders kan omschrijven dan een vrij karikaturale omschrijving van het ‘antiracisme kamp’, waar ik moeite heb herkenning in te vinden; een feestelijke en gezellige stemming van een groep waar consensus in bereikt is. Er is geen consensus en al was er consensus is dit niet het overgesimplificeerde ‘de witte man is een monster dat gebroken moet worden’. Iets waar jij van op de hoogte moet zijn gezien je verwijzing naar structuren en de verhouding daarvan met de persoonlijke schuldvraag en intentie van individuen.

Tuurlijk, ik begrijp waar je op doelt en waar je naar verwijst maar om je betoog te starten met een onjuiste weergave van het landschap op aanmatigende toon is niet aan te raden. Persoonlijk ben ik een fervent voorstander van kritische beschouwing gepaard met zelfreflectie, maar dan graag wel gebaseerd op sterk onderbouwde feiten. Woorden als ‘gezellig’ en ‘feestelijk’ om een collectief aan te duiden dat racisme bestrijdt -door zich te richten op overmatig politiegeweld, traumatiserende beeldvorming en emotionele en fysieke schade die men oploopt vanwege racisme-  dragen bij aan een impliciete diskwalificatie van de omschreven groep. Om het geheel dan nog, in navolging van typeringen als ‘militant’ in de pers etc., als ‘leger’ te omschrijven onderstreept dat impliciete diskwalificeren. Ik kan mij maar moeilijk voorstellen dat je met zo’n binnenkomer tracht de stem van rede te zijn. Een stem die solidariteit, niet alleen intersectioneel denken maar ook het zijn, moet uitdragen. Misschien ben ik op dit punt al persoonlijk te verontwaardigd geraakt door de toon die gezet is, maar de omschrijvingen van Helper Whitey en Whitesplaining konden mij ook al niet bekoren. Echter, dat is bijzaak.

Nadat je op aanmatigende toon een vrij simpele analyse neergezet hebt over de antiracisme beweging verzeker je ons met de zinsnede: ‘Dit essay heeft geen enkele intentie om het breken van de witte man goed te praten of af te keuren.’, van je neutraliteit in de grote racismevraagstukken die ons land treffen. Om dan vervolgens direct met gestrekt been in te zetten op een marginale kwestie voor Afro-Nederlanders. Dit doet mij vermoeden dat de geadresseerden van je essay niet de leden van de antiracisme beweging zijn, maar haar tegenstanders. Of anders de lichtelijke met de antiracisme beweging geïrriteerde massa. Het is niet mijn intentie om hier het oordeel juist of onjuist aan op te hangen, ik wil het alleen bespreekbaar maken.  Want wanneer sommigen observeren vergeten zij vaak dat zij ook geobserveerd worden. Mijn observatie in deze is dat hetgeen je als onbesproken bestempelt en problematiseert een gegeven is dat al langer en breder dan alleen in de Nederlandse antiracisme setting aangekaart wordt, het racisme onder mensen van kleur onderling. Zwarte moslims spreken zich al jaren uit, Arabische moslims spreken hun eigen achterban aan en geleerden wijzen expliciet op Koranverzen die racisme verbieden. Nee, het is bij lange na niet genoeg en het racisme is zeker nog in sterke mate aanwezig maar wat het niet is, is onbesproken.

Als rechtstreekse afstammeling van tot slaaf gemaakten (die door toedoen van Arabische, Afrikaanse en Europese actoren zich nu als lid van een gemarginaliseerde groep bungelend aan de onderkant van deze maatschappij bevindt) ben ik mij uitermate bewust van de rol van alle actoren die daaraan hebben bijgedragen. Dat hoeft door geen één van die actoren duidelijk gemaakt te worden met verwijzing naar de ander. Ik zei net ‘met gestrekt been op een marginale kwestie voor Afro-Nederlanders’ maar laat ik het dichter bij mijzelf houden. Ik acht de Arabische slavenhandel en racisme onder Marokkanen en Turken van ondergeschikt belang vergeleken bij de grotere racismekwesties die mij treffen in dit land. Niet omdat de Trans-Atlantische slavenhandel erger was, wat wel degelijk het geval was, maar vanwege waar we wonen en de context van Nederland. Racisme en bijbehorende structuren, opvattingen en gedragingen komen voort uit het zelfbeeld en het beeld van de ander. In Nederland is dit zelfbeeld (en het beeld van de ander) ontstaan uit de concrete handelingen en overtuigingen (van Nederland zelf) die, gedeeld met omringende samenlevingen, bijgedragen hebben aan systematische -in cultuur, wetenschap en religie verankerde- denkbeelden. Het klopt ook dat deze denkbeelden niet alleen voorbehouden zijn aan witte Nederlanders. Toch,  hier komt het, zij zijn wel de eerste waar wij op moeten richten, als je het mij vraagt. Ik zal proberen te verduidelijken waarom. Intersectionaliteit is een mooi en verhelderend begrip maar ik heb ten aanzien ervan een wellicht controversiële mening. Namelijk, dat het niet bevorderlijk is in het afbreken van structuren om alles tegelijk te willen doen. Naar mijn mening moet er kritisch gekeken worden naar welke stap in het dekoloniseren van onze maatschappij helpt de volgende stap in dat proces te realiseren. Zo ook in de relatie Racisme versus Colorisme. Begrijp mij niet verkeerd, racisme tussen allochtonen onderling en colorisme is wel degelijk een probleem, doch niet een probleem dat wij mijn inziens moeten prioriteren boven onze andere problemen. De antiracisme beweging in Nederland richt zich voornamelijk op het ontmantelen van institutioneel racisme en hoe je het ook wendt of keert de macht die dat in stand houdt is wit.

In Nederland is racisme, naar de regels van de seculiere democratische rechtstaat, verboden en dit wordt aan de oppervlakte ook zo uitgedragen. De strijd die nu gevoerd wordt is er niet eentje voor het codificeren van rechtsregels of afdwingen van (grond)rechten op dit gebied. Die strijd is al geleverd. Waar nu om gestreden wordt is de intrinsieke morele verplichting die wij allen zouden moeten voelen om elkaar gelijk te behandelen en te bejegenen gemeengoed te maken. De strijd om het doen wat juist, omdat het juist is. In deze strijd worden obstakels opgeworpen door de uitwassen van wat Robin Diangelo White Fragility noemt en Professor Wekker in de Nederlandse context omschrijft als Witte Onschuld. In deze fase van de strijd, in Nederland, moet  mijn inziens het voornaamste doel zijn de grootste groep, de dominante groep, de witte Nederlanders, zo ver te krijgen dat er een breed gedragen en uitgebreide blik ontstaat op wat racisme is in al haar facetten en verschijningen. Colorisme daar aan ondergeschikt maken is niet hetzelfde als het goedpraten van colorisme, of het ophouden van schijngezelligheid op dit punt. Als wij racisme door het bovenstaande marginaliseren in onze samenleving ontnemen wij ook de racisten in onze eigen sub-gemeenschappen de voedingsbodem die zij nodig hebben om te gedijen. In tegenstelling tot wat men ons wil doen geloven integreren allochtonen groepen wel degelijk en nemen wij zeer zeker Nederlandse normen en waarden over.  Als wij als allochtonen dan ook nog eens een aandeel hebben in deze normen en waarden zullen die zeker langs alle etnische lijnen navolging vinden.

Natuurlijk zullen er in landen van herkomst racistische sentimenten blijven bestaan, maar dat is voor die maatschappijen om mee te worstelen. Ik kan alleen maar hopen dat wat wij als samenleving met elkaar bereiken als een olievlek navolging vindt in landen van herkomst. Intersectioneel denken moeten we zeker blijven doen maar intersectioneel handelen, als in zaken tegelijk en door elkaar heen aanpakken, moet wat mij betreft tegen de lat van praktische toepasbaarheid gelegd worden teneinde idealisme effectiviteit niet te laten ondermijnen.

 

Hoogachtend,

Roderick

 

 

 

Vrijheid van Meningsuiting 

1280x720-7wy
Toen Fortuyn opkwam in 2001 en de boel op stelten zette met zijn Puinhopen van 8 jaar Paars was ik verontwaardigd door wat er gesteld werd. Niet dat ik het boek gelezen had, maar de strekking was vrij duidelijk. Alles wat ervoor gezorgd had dat ik als allochtone jongere kansen kreeg was opeens het aller slechtste wat het land ooit overkomen was. De multiculturele samenleving was mislukt en Nederland ging gebukt onder alle bijstandstrekkende allochtonen. Dat we niet altijd even gewenst waren, dat wist ik. Maar mislukt? Het ergste wat het land overkomen was? Hadden we het dan zo bont gemaakt? Misschien was over auto’s heen lopen onderweg naar huis van de kermis toch niet zo’n goed idee.

Voor en tijdens deze periode begon ik mij lichtjes te interesseren in de politiek. Ving hier en daar wat op en Lubbers en Kok grossierden in de statigheid van Ministers van Staat (ja, ik had een veel te romantisch beeld). Andere politici kende ik amper, van Hirsch Ballin pronkte ooit een cartoon in de High Times maandblad van mijn stiefvader maar meer niet. Wat ik wel eerder meekreeg was dat er ene Janmaat van de Centrum Democraten allerlei racistische dingen riep. Ondanks de vrijheid van meningsuiting werd dit door de overheid aan banden gelegd. Ik berustte mij in de overtuiging dat in een beschaafd en ontwikkeld land zoals Nederland zulke sentimenten nooit echt voet aan de grond zouden krijgen. Niet meer. Tuurlijk, er waren mensen die het eens waren met Janmaat maar die zaten in de marge. Vreemde vogels die we maar moesten negeren. Intussen had ik natuurlijk al op de basisschool gehoord van de vrijheid van meningsuiting. Van het verschil tussen ‘je bent een klootzak’ en ‘ik vind je een klootzak’. Een groot goed, dat alleen beperkt werd door de toen nog hoog in het vaandel prijkende tolerantie en de heersende positieve vooruitzichten en Zeitgeist.

Gaandeweg de eeuwwisseling begon de economie terug te lopen, de euro werd ingevoerd en mensen merkten het in hun portemonnee. Lontjes werden kort. Zondebokken werden gezocht, en gevonden. Ik heb ergens opgevangen dat tegenslag een goede graadmeter is voor karakter, dat is inderdaad zo gebleken. Het is geen toeval dat in heel West-Europa aan beide zijden van het spectrum dezelfde sentimenten geuit worden. Enerzijds dezelfde hoop en geloof in het samen maken van de samenleving versus anderzijds het zichzelf wentelen in slachtofferschap en de vermoorde onschuld. Dat laatste gaat steeds meer gepaard met agressieve en gewelddadige uitingen. Dit is onder meer het gevolg van een in de volksmond steeds verder uitbreidende (onjuiste) betekenis die gegeven wordt aan de vrijheid van meningsuiting die aan (en door) de massa, in een waan van verontwaardiging, een verlies van een niet bestaand privilege propageert. Frappant genoeg zijn het de ultranationalisten die invloed vanuit Europa vervloeken die zich in dit opzicht -zij het vanuit een verkeerd begrip- het meest beroepen op de verworvenheden van de Europese integratie. Onze grondwet kent de formulering ‘vrijheid van meningsuiting’ namelijk niet. Artikel 7 van de Grondwet (GW), het artikel van de Grondwet dat men hierbij in gedachten heeft, is het artikel dat het vereiste van voorafgaand verlof (preventieve maatregelen vanuit de overheid) voor uitingen via de drukpers (en andere uitingsmiddelen) uitsluit, waar de vrijheid van meningsuiting van afgeleid wordt. Het is artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) dat de expliciete bewoording ‘een ieder heeft het recht op vrijheid van meningsuiting’ bevat en waar de bescherming van het artikel reikt tot een zekere vorm van overdrijving waar zelfs een bepaalde mate van provocatie onder valt. Maar zelfs het ruimere artikel 10 EVRM geeft, net als artikel 7 GW, rechtmatige beperkingen die volgens wet gesteld kunnen worden (er zijn meer artikelen maar dit zijn de belangrijkste). Niet alleen de strafrechtartikelen voor belediging, smaad en laster vallen onder de toegestane beperkingen maar ook lagere regelingen, ongeschreven regels en beroepscodes, mits voldoende toegankelijk. Dit geldt niet alleen voor de verticale werking (overheid – burger) maar ook voor de horizontale werking (burgers onderling) die in artikel 7 GW wederom beperkter van aard is dan bij een beroep op artikel 10 EVRM.

Op hetzelfde moment dat de ‘ongebreidelde recht van belediging’ versie van de vrijheid van meningsuiting verdedigd wordt, tonen de gegriefde reacties op een algemene aanspraak door ‘streepjes-Nederlanders’ op de vrijheid van meningsuiting (zoals deze daadwerkelijk bedoeld is), feilloos waar het pijnpunt zit. Het pijnpunt zit hem in gelijke bejegening. Het zal waarschijnlijk moeilijk zijn om, in een wereld waar je als standaard en norm genomen wordt voor alles wat goed en fijn is, van hen te horen die dat in jouw (onbewuste) overtuiging niet zijn, dat je dat niet bent. Dat er niks speciaals aan je is, dat je gewoon een mens bent en ondanks al je individualiteit net als alle andere mensen een product bent van je maatschappij en de maatschappij van onze geschiedenis. Dat de vele opvattingen die je hebt over anderen, die geuit worden in grapjes, sneren en verwensingen over die anderen, voor die anderen (die niet zijn wat jij bent), ketens uit het verleden symboliseren en continueren. Dat je verongelijkte gevoelens -die ongecontroleerd boven komen drijven wanneer ‘de verkeerde’ aan zijn of haar irritant goed onderbouwde mening uiting geeft- voortkomen uit een overtuiging daar boven te staan en niet onderworpen te hoeven worden aan zulke ongemakken. Dat jouw gedrag onmogelijk door de ‘koffiejuffrouw’ en de ‘schoonmaker’ met dezelfde middelen en begrippen die jij inzet bij anderen geanalyseerd kan worden. Want jij bent wit. Onderbouwde argumenten? Een ‘nietes’ volstaat. Emeritus Hoogleraar? Positieve discriminatie. Cijfers, rapporten en verklaringen? Linkse propaganda, tenminste als zij de schuld niet bij etniciteit leggen. Als er al onverhoopt tussen de verwijzingen naar een genetisch criminele of een van nature luie aanleg een argument van enige waarde wordt geformuleerd, wordt dit gedaan onder valse voorwendselen en vanuit verkeerde vooronderstellingen. Valse voorwendselen die voortvloeien uit het eigen rigide en ongenuanceerde wereldbeeld doorspekt met zelfmedelijden. Het wentelen in slachtofferschap. Introspectie en zelfreflectie wordt van anderen geëist maar ontbreekt volledig op de eigen ‘nog te doen’ lijst. Net als bij de interpretatie van het recht op vrije meningsuiting ontbreekt het vermogen om te schakelen tussen algemene bewoordingen, specifieke omstandigheden per geval en uitzonderingen op de regel.

De reden waarom Zwarte Piet symbolisch zo goed past bij de hele racismekwestie in Nederland is het gemak waarmee parallellen getrokken kunnen worden voor het geheel. Zo ook hier. Het verwijt ‘Zwarte Piet is racisme’ aan de maatschappij wordt ondanks het ultieme geloof in individualisme gezien als een persoonlijke aanval. Net zoals de uitspraak ‘Nederland is een racistisch land’. Dat Nederland als geheel racistische denkbeelden reproduceert uit de koloniale tijd maakt de individuele Nederlander niet per definitie schuldig, of een racist. Het maakt ons wel allen verantwoordelijk voor het oplossen ervan. Wat je wel een racist maakt is het vooraf diskwalificeren van wetenschappers of (kandidaat) politici op hun uiterlijk of afkomst, denigrerende taal bezigen tegen onbekenden op dezelfde grond en het gebruik van racistische stereotyperingen om te kwetsen omdat je een discussie aan het verliezen bent. Het inzetten van je sociale positie en podium om snerende  columns te schrijven over hen die geen vergelijkbare podia hebben om te reageren, om vervolgens zelfvoldaan achterover te leunen in de gedachte ‘zo, die heb ik even op hun plek gezet’. Wat je een racist maakt is het aanhoudend bagatelliseren van racisme in dit land terwijl bij elke onwelgevallige mening van een niet in de pas lopende allochtone bekendheid, of een ‘land verradende’ autochtoon, de ‘apen, geiteneukers, uitkeringstrekkers en (zand)negers’ ons om de oren vliegen. Ik heb niet de illusie dat dit stuk indruk zal maken op de in perpetuele slachtofferschap wentelende witte racisten wiens gevoelens zo gekwetst worden door de inzet van de sociale wetenschap dat zij hele universiteiten afschrijven, maar irriteren zal het ze wel. Ik, en velen met mij, (zwart en wit) hoef namelijk niet racistisch en denigrerend te zijn om mijzelf beter te voelen dan een ander. Het beperkte redeneringsvermogen gepaard met kinderachtige emotionele uitbarstingen die wij dagelijks mogen aanschouwen doen al genoeg voor ons.

Oververtegenwoordigd

Anti Crimi

Als sinds ik een tiener was, of zelfs jonger, heb ik meegekregen dat Antillianen crimineel zijn. Niet zomaar crimineel maar sterk crimineel. We zouden er aanleg voor hebben.  Hele families doen aan louche zaken en als je onverhoopt een Antilliaan tegenkwam die dat niet was, was die de uitzondering die de regel bevestigde. Hoe hardnekkig dit beeld is heb ik zelf ondervonden. Ik geloofde erin. Ik leefde ernaar. Retoriek is verleidelijk en voor jongeren, vooral uit minderbedeelde milieus, is criminaliteit aantrekkelijk. Gangsterrap en misdaadfilms schetsen ook een romantisch beeld van een aanlokkelijke criminele carrière die zelfs als het misgaat een eervol en mannelijk einde biedt. Sterven in een ‘blaze of glory’, staand op je voeten in plaats van nederig op je knieën je weinig benijdenswaardige lot aanvaardend. Op beïnvloedbare jongeren gaat de nuance van de artistieke uiting in muziek en films vaak verloren. Net als jonge voetballers met het geloof de nieuwe Messi of Ronaldo te worden, fantaseren andere jongeren de nieuwe Escobar of de nieuwe Tupac te zijn. Natuurlijk met alle pieken maar zonder de dalen. Zodoende vervagen grenzen en raken oorzaak en gevolg verward met elkaar. Negatieve zelfbeelden versterken elkaar en vooroordelen en stereotypen worden geijkt.

Een stellige uitspraak die ik vaak voorbij heb horen komen is dat het land overspoeld wordt met criminele Antillianen. Hele wijken zouden vol zitten met werkloze, bijstand trekkende, criminelen uit de Caraïben. In Nederland wonen een kleine 150.000 Antillianen. De werkelijkheid is dat van deze relatief kleine groep iets minder dan 20% werkloos is (3x zoveel als bij autochtonen, doch niet de overweldigende meerderheid die ons keer op keer wordt voorgeschoteld) en een significant gedeelte is dat redelijk recent door de crisis en de aanhoudende kwakkelende economie geworden. We horen bij de eersten die ontslagen worden en de laatsten die aangenomen worden. Over vaste aanstellingen niet te spreken. Of dat nou racisme is of ‘onbekend maakt onbemind’, werkgevers nemen liever geen risico’s en laten zich vaak sturen door hardnekkige denkbeelden die maar matig door cijfers of zelfs persoonlijke positieve ervaringen getemperd kunnen worden.

MLB anti's

Antillianen zijn oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Afro-Nederlanders zijn oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Niet-westerse allochtonen zijn oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Maar wat betekent die zin nou eigenlijk? Wanneer politici zoals Habe Zijlstra zulke uitspraken doen om etnisch profileren door de politie te verdedigen is het van belang om te weten of wat er gezegd wordt ook strookt met wat er bedoeld wordt.  Wat er gezegd wordt is namelijk dat in vergelijking met autochtonen er procentueel meer leden van de andere groep verdacht worden (‘verdacht’ is hier belangrijk maar daar kom ik later op terug) van criminele activiteiten. Dat is namelijk wat ‘oververtegenwoordiging’ betekent.  Maar wat er bedoeld wordt is wat anders, bij mij is er weinig twijfel dat wat er bedoeld wordt is dat er meer niet-autochtone criminelen (met name van de ‘donker’ en ‘licht getinte’ varianten) rondlopen dan autochtone, dus dat legitimeert alle donker en licht getinte Nederlanders nauwlettend te volgen en te beoordelen louter op kleur. Dit is racisme, mensen op raciale kenmerken beoordelen en in staat zijn over deze groep macht uit te oefenen en dit ook te doen door deze groep anders te bejegenen dan andere groepen in de samenleving, is het schoolvoorbeeld van racisme. Discriminatie gegrond op ras + systematische machtsuitoefening om die discriminatie te bewerkstelligen = racisme.

Dan maakt het niet uit of er oververtegenwoordiging is en hoe groot deze oververtegenwoordiging is, in Nederland is het strafrecht nog altijd gegrond op een onschuldpresumptie en discriminatie op grond van ras is nog altijd niet toegestaan. Dan kan ik wel met cijfers gaan strooien om te illustreren hoe belachelijk, ineffectief en disproportioneel etnisch profileren is ten aanzien van het bestrijden van misdaad, maar dat zou eigenlijk niet moeten hoeven. Het bovenstaande zou, zoals onze rechtstaat betaamt, voldoende moeten zijn om dergelijke praktijken achterwege te laten. Maar onze rechtstaat is ziek en de kwaal is institutioneel racisme. Daarom hier toch wat simpele berekeningen over de situatie van Antillianen (vergelijkbare berekeningen kunnen voor alle niet-westerse[1] allochtone groepen gemaakt worden).

Het klopt dat Antillianen boven aan de lijst pronken van verdachten. Van de 150.000 Antillianen worden volgens recente cijfers (globaal en afgerond) van het CBS tussen de 6 en 8% gemiddeld verdacht van criminele activiteiten.  Dat komt uit, over heel Nederland verspreid, op maximaal 12.000 personen (een getal dat steeds verder dalende is). Van de 15.000.000 autochtonen wordt 1 – 1,5% verdacht van criminele activiteiten. Dat komt neer op minimaal 150.000 personen. De kans dat je dus een autochtone crimineel tegen het lijf loopt is 12x groter dan dat je een criminele Antilliaan treft. Het bovenstaande in overweging nemende moet we ons ook nog eens afvragen hoe iemand verdachte wordt en hoe vaak een groep gecontroleerd wordt. Het is natuurlijk logisch dat als er meer lieden van één groep vaker gecontroleerd worden dat er vaker bij die groep ook wat aangetroffen wordt dat het daglicht niet kan verdragen dan bij de groep die maar sporadisch gecontroleerd worden. Ook moet de vraag gesteld worden wat er eerst was, de verdachtmakingen of de misdaden? Zoals ik in het begin van dit stuk aangestipt heb, het is een vicieuze cirkel. Naarmate een groep steeds verder gecriminaliseerd wordt, des te meer de groep zich deze identiteit kan gaan aanmeten.  Zeker wanneer andere opties tot ontplooiing en sociaal stijgen geblokkeerd worden door vooroordelen die weer bevestigd worden door cijfers die ontstaan door overmatige controles gevoed door, jawel, vooroordelen. Ook wordt door de focus op verdachten en minder op veroordeelden de oververtegenwoordiging, die er zeker is, opgeblazen. Deze cirkel kan alleen doorbroken worden als autoriteiten voorgaan in het gelijk behandelen van alle burgers. Dit zijn geen nieuwe inzichten, maar het zijn inzichten die hedendaags overstemd worden door racistisch populisme aangevoerd door de Grote Blonde Leider waar steeds meer politieke partijen uit angst voor zetelverlies zich steeds meer mee vereenzelvigen.

1311_rap_etnprof

Vandaag zijn we weer geconfronteerd met een zaak waarbij een jonge Afro-Nederlander is doodgeschoten door de politie. Hij bleek ongewapend en de voorlopige details doen weer een tragisch drama vermoeden als gevolg van overmatig geweld door de politie (er zijn minimaal 6 schoten gelost) bij een mogelijk verwarde jongen. Ik vraag me af in hoeverre vastgeroeste percepties van zwarte jongeren een aandeel gehad hebben in zijn dood. Het moet benadrukt worden dat het absoluut geen makkelijke zaak is voor agenten om binnen luttele seconden gevaar in te schatten en te handelen in kwesties van leven en dood. Maar we kunnen de lat op geen enkele wijze lager leggen dan onze huidige wetgeving vereist noch kunnen we gedogen dat de wet niet naar de letter uitgevoerd wordt door haar handhavers. Dit is wat een rechtstaat is, liever 10 criminelen op vrije voeten dan één enkele onschuldige dood. Als blijkt dat onze agenten de zware taak die zij hebben niet aankunnen moeten wij beter selecteren en opleiden, maar ook ontlasten, financieren en ondersteunen. Zodat zij hun werk naar behoren kunnen doen. Daarom hebben wij als volk het geweldsmonopolie bij de overheid neergelegd. Zodat daar door bekwame personen, volgens vaste procedures die onze veiligheid zo goed mogelijk trachtten te bewaken, gebruik van wordt gemaakt. Zodat Rishi niet doodgeschoten wordt terwijl hij bang wegrent en Mitch niet gewurgd wordt met de dood tot gevolg omdat agenten zich geprovoceerd voelen. Sommigen denken dat wij (zij die ageren tegen overmatig politiegeweld) het erom doen. Dat we weer een zaak hebben om ‘racisme aan op te hangen’ en de politie te demoniseren. Het tegendeel is waar. Gisteren hoopte ik vurig dat het geen zwarte jongen, geen Antilliaan, was die doodgeschoten is en als het wel zo was dat er een te begrijpen aanleiding voor was, dat hij met een wapen zwaaide en een gevaar was voor anderen. Niet omdat ik liever een witte jongen doodgeschoten zie worden of vind dat verdachten ter plekke geëxecuteerd dienen te worden, maar omdat ik het liever heb dat wij die protesteren tegen etnische profilering en institutioneel racisme het fout hebben, dat wij overdrijven. Liever dat dan dat er weer een leven ontnomen wordt waar dat niet gehoeven had als we eerlijk tegen elkaar zouden zijn in het aankaarten van (en het voordragen van oplossingen voor) onze maatschappelijke problemen. Als we echt oplossingen willen vinden dan moeten we kijken naar wat de gemene deler is tussen alle criminelen. Dan kom je uit op sociaaleconomische omstandigheden, toekomstperspectieven en maatschappelijke acceptatie van de ‘ander’. Dit weten we, laten we er ook naar gaan handelen.

[1] Antillianen met een westerse levensstijl, grotendeels katholiek en letterlijk liggend in het westen als niet-westers omschrijven en Indonesiërs en Japanners weer wel, is nonsens.

Update 04-10-2016: Naar aanleiding van een nieuwe verschenen rapport over etnisch profileren schreef sociaal-wetenschapper Sinan Çankaya enkele kritiekpunten

Aanklacht of Pleidooi

Twitter Logo

Lange tijd heb ik de gewoonte gehad om bij het wakker worden meteen het nieuws of het journaal op te zetten. Het haalt me uit de slaapstand en activeert de hersenen. Zonder ben ik veel te veel geneigd om maar weer om te draaien en door te slapen. Al enkele jaren werk ik nu middagen en avonden waardoor ik het ochtendnieuws mis. Twitter is een meer dan waardige vervanger gebleken, een betere zelfs. Twitter is actueler, interactief en veelomvattender. Keerzijde is dat ook mindere zaken koud op je dak komen, zo bij het wakker worden.

Gisteren werd ik weer wakker met dit vertrouwde ritueel en werd geconfronteerd met een bekend fenomeen; het gedraai rond en het minimaliseren en goedpraten van racisme. Het is gemeengoed geworden dat mensen die racisme nauwelijks kunnen definiëren, noch lived experiences hebben, weloverwogen en onderbouwde standpunten in twijfel trekken met erbarmelijk slecht geschreven, doch wel groot uitgemeten stukken, krantenartikelen en blogs. Een artikel bevroeg of die Chinese reclame wel racistisch was met een betoog dat zich richtte op onwetendheid, iets wat geenszins de geuite onwenselijkheid van zwart zijn weerlegde. De NTR die de hakken in het zand zet en vraagt of we nog even een decennium willen wachten met racisme uit  het sinterklaasfeest te verbannen. Voor de goede orde ook nog de op het oog doodnormale mensen die met fysiek geweld dreigen omdat BN’ers een brief ondertekend hebben. Vanuit de emotie deed ik wat ik vaak vermijd, een reeks tweets afvuren vanuit gevoel in tegenstelling tot ratio. De reeks eindigde met een paar opmerkingen en observaties over de anti-racisme beweging. Over de richting, de focus en de doelgroep van verschillende inzetten die gepleegd worden teneinde het racisme in Nederland te beslechten. Mijn inziens is dit te weinig gericht op de mensen die de kennis, die de beweging heeft, broodnodig hebben, en teveel gericht op het houden van steeds door dezelfde mensen bezochte bijeenkomsten. Weliswaar op prachtige locaties, in mooie zalen en met prominente gasten maar toch zonder degenen voor wie gesproken wordt.

Met deze blog probeer ik wat dieper in te gaan op wat ik stelde in de voorgenoemde tweets. Neem bijvoorbeeld Gloria Wekker, een briljante vrouw met rake inzichten en dat al sinds de jaren ’80. Zelf ben ik opgegroeid in Hoogvliet Rotterdam in een vrij zwarte omgeving. Vrijwel al mijn vrienden waren zwart, kansarm en rebels. We waren met tientallen, meer dan honderd soms. We waren niet heel significant anders dan onze witte leeftijdsgenoten, toch ervoeren wij dat wel zo. Veel van wat Wekker beschreef als alledaags racisme waren nou precies die dingen waar mijn vrienden en ik ons zo boos over konden maken. De onrechtvaardigheid waar we steeds meer verbolgen over raakten, wat ons de overtuiging gaf er niet en nooit bij te kunnen horen. Wij waren koppig en weigerden te erkennen dat wat wij waren, fout was. We ontwikkelden een gevoel van trots dat zich richtte op juist alle verkeerde dingen. Recalcitrant gedrag, afzondering en verering van het negatieve. Andere zwarte jongeren die naar onze mening toegaven aan de druk en zich “Nederlands” opstelden werden door ons vervloekt. “Laat ze maar” zeiden we tegen elkaar, “de dag dat ze uitgespuugd worden door diezelfde mensen die ze willen zijn komt onvermijdelijk toch, bounty’s”. Uiteindelijk waren het die door ons vervloekte jongeren die ‘geslaagd’ zijn in deze maatschappij, weliswaar door zich af te zetten tegen types als wij en door zichzelf zo wit mogelijk te presenteren, maar toch. En wij, wij raakten verbitterd, geïsoleerd, naar binnen gekeerd en criminaliseerden. Waarom zou je een aandeel nemen in, of regels respecteren van, een maatschappij die jou buitensluit of eronder houdt?

Hoewel ik mijzelf lang overtuigd had van de legitimiteit van dat standpunt; het is niet wie ik ben en dat schuurde steeds meer. Als één van de weinigen die mijzelf buiten school opleidde, actualiteit volgde en verder keek én ook de capaciteit had om de afvoerput van het MBO te ontlopen, maakte ik de overstap naar de ‘andere groep’. Daarbij nog steeds, maar gestaag steeds minder, terugreikend naar de oude groep totdat ik er vervreemd van raakte. Er volgde een periode van schipperen tussen identiteiten en perspectieven. Na omzwervingen langs verschillende opleidingsniveaus en het maken van vrienden uit verschillende klassen, besefte ik door de inzichten die ik verkreeg en nu weer door het huidige debat verkrijg, waar ik mij in bevond en bevind. Hoe anders was het gelopen met mij en mijn vrienden als alleen ik al (van de groep) in de jaren ’90 wist wat Wekker had geschreven? Wat had het betekend om te weten dat wij niet het probleem waren maar dat het probleem ons overkwam en ons problematiseerde? Dat wij, menselijk als we waren, omdát we menselijk waren, ons er naar schikten en het beste ervan maakten. Goedschiks of kwaadschiks.

Wekker voelde zich een roepende in de woestijn, toch was er wel degelijk vruchtbare aarde. Haar stem reikte daar alleen niet. Dat neem ik de zwarte intellectuele voorhoede kwalijk. Als zo iemand als Wekker zo waarheidsgetrouw in de roos schiet is het ons aller verantwoordelijkheid haar te steunen, haar woord te verspreiden, de jeugd op te leiden en volwassen bij te sturen. Wat ik nu zie is een herhaling van zetten. Intellectuelen weten en begrijpen het keerpunt waarop we staan, intrinsiek gemotiveerden sluiten aan. Maar verder niemand. En dat is niet verwonderlijk, persoonlijk heb ik een hoge mate van ontoegankelijkheid ervaren waar het kennisdeling betreft. Iets wat juist nu van onmiskenbaar groot belang is. Het was een wit persoon die mij de juiste kant op wees, mij kennis liet maken met literatuur die ongelooflijk verhelderend was. Hoe veelzeggend is dat? Ik ben er mij er dan ook heel scherp van bewust van wie bereikt wordt met verschillende initiatieven. Dat er twee werelden zijn. Terwijl wij op social media het woord “neger” uit het Nederlandse vocabulaire trachten te weren stappen onze jongeren over van de geuzenbenaming “nigga” naar het sterk racistische “nigger”. Voor mij illustreert dit de alom aanwezige en verder groeiende kloof in het verschil van beleving in deze werelden. Om dan steeds dezelfde bijeenkomsten te zien, in dezelfde kring, met dezelfde uitkomst, steekt. Ik kan mij maar moeilijk onttrekken aan het beeld van zelfverheerlijking van hoogopgeleiden en intellectuelen. Van elitevorming. Voor wie is de beweging als het niet voor de meest gemarginaliseerden is? Wat weten wij van deze groep, waarom lukt het niet deze groep te activeren, wat wil deze groep? Waarom spreken wij voor en over deze groep, zonder deze groep? Er zijn meer uitsluitingsmechanismen dan kleur.

IMG_4483

Als ik denk aan mijn jeugd en wat ik meegekregen heb van de ouderen om mij heen over de verschillende werelden is het vooral in de ene wereld geen aandacht naar je toe trekken, racisme negeren en keihard werken om anders te zijn dan de slechtsten onder ons, de criminelen, de werklozen, de onaangepasten. Incalculeren dat je daarmee over één kam geschoren wordt en je leven daarop inrichten. Of zoals in de andere wereld gewoon schijt hebben aan alles, iedereen vervloeken en de negatieve stempel omarmen. Het is mijn overtuiging dat dit ten grondslag ligt aan de vaak apathische houding van ouderen, die vooral niet willen dat al hun verworvenheden en fragiele bestanden met witte collega’s en witte buren onder druk komt te staan en de racisme reproducerende jeugd dat inclusiviteit invult aan de hand van schadelijke zelfbeelden; zoals verregaande normalisering van racistisch taalgebruik,  acceptatie en uitdragen van beperkte toekomstperspectieven en hyperseksualisering. Neem respectievelijk een draaiende Humberto Tan bij de vraag van Sylvana Simons of hij een kunstmatig plafond ervaart bij het bespreken van bepaalde onderwerpen (om maar niet tegen tenen te stoten) en de uitspraak van de populaire rapper Sevn Alias die witte meiden als blanke vrouwen omschrijft en zwarte meiden als “nigger peki’s” en dan niet snapt wat het probleem is, als sprekende voorbeelden. Het wegstoppen en negeren van de gemarginaliseerden moet veranderen in het opzoeken en incorporeren van deze groepen.

In een eerder blog heb ik in een optimistische bui hier al uiting aan gegeven maar ik voel de noodzaak het te herhalen. Onze krachten moeten meer naar binnen gericht worden, naar de eigen groep. Naar zij die anti-zwart racisme in al haar facetten ondergaan in deze samenleving. Consolidatie van wat en wie wij zijn is naar mijn mening het enige dat een stem creëert die krachtig genoeg is om gehoord te worden en een debat faciliteert waar halve waarheden, drogredeneringen en racistische retoriek minder beklijft. Gelijkwaardigheid eis je op, dat pak je, dat druk je door. Gelijkwaardigheid afdwingen vereist een krachtige en uniforme stem. Gelijkwaardigheid is niet iets dat je krijgt, wat eufemistische geschiedschrijving ons ook wil doen geloven.

Kleine Dingen

Vanochtend las ik een artikel van @frontaalnaakt waarvan de titel de hele dag in mijn hoofd ronddwaalde. De titel was: Dit is geen discriminatie meer; dit is Duitsland in de jaren ’30

Iets stak me in deze zin. Het duurde even maar ik denk dat ik het heb. Het waren twee dingen.


Dit Is Geen Discriminatie Meer
Als eerste, de veronderstelling dat waar we tot nu toe mee te maken hebben slechts discriminatie is en niet de uitwassen van het zwaarder wegende, en veel meer omvattende, Institutioneel Racisme. Gegrond in de gedachte van Witte Suprematie. Waarvan de instandhouding niet (alleen) bij de uitgesproken racisten ligt. Wat er aan de hand is, is veel meer dan het (wederrechtelijk) maken van onderscheid.

Dit Is Duitsland In De Jaren ’30
Het tweede was de implicatie dat Nazi-Duitsland iets totaal anders was, een anomalie, een ‘one-off’, dat in de jaren ’30 opkwam en na de oorlog weer verdween, dan wat het daadwerkelijk was; een logisch gevolg van kolonialisme/Europese expansiedrift en het daarmee gepaard gaande rassenleer en hiërarchische indeling van volkeren.
Nazi-Duitsland was een Europese mogendheid die de in de koloniën beproefde tactieken doorgezet en uitgewerkt heeft. Alleen dan dichter bij huis. Met strengere voorwaarden voor wie superieur was of niet. Tactieken die grotendeels na de Tweede Wereldoorlog elders ter wereld gewoon werden doorgezet door de andere Europese mogendheden. Ik noem een Nederlands Indië en Frans Algerije.

Redelijk Onschuldig
Op het oog is zo’n zin natuurlijk redelijk onschuldig, we begrijpen allemaal wat er mee bedoeld wordt. Zeker gezien de bekende standpunten van de auteur.

Tot je er bij stilstaat dat het anders benoemen en het verzwakken, erger, het veelvoorkomend gebruik van eufemismen, ten grondslag liggen aan de collectieve culturele afasie en cognitieve dissonantie in Nederland die door zoveel sociale wetenschappers treffend is omschreven.
Die twee dingen, culturele afasie en cognitieve dissonantie, zijn op hun beurt weer sturend in het onbegrip van velen in deze samenleving (en in andere samenlevingen van voormalig koloniale mogendheden), wanneer zij gewezen worden op het causale verband tussen het staatsgestuurd racisme van de afgelopen eeuwen en de racistische uitspattingen (inclusief normalisering daarvan) in het Nederland van nu.

Kleine Dingen
Het zijn zulke kleine dingen die doorwerken in het geheel. Zodoende bijdragend aan het gegeven dat wat ten grondslag ligt aan Nazi-Duitsland nooit verbannen is uit Europa maar alleen genegeerd. Waardoor het weer zichtbaar kon opborrelen in de 21ste eeuw. Zeggen dat iets geen discriminatie is maar ‘Nazi-Duitsland’ is een stap overslaan. De stap van het erkennen van Institutioneel Racisme en het afbreken van de (on)bewuste (vaak subtiel geïmpliceerde) overtuiging van Witte Suprematie. De stap waar onze gedeelde verantwoordelijkheid ligt om een terugval te voorkomen. De stap die wij aan het naderen zijn met elke vordering die we als land maken in het racismedebat. De stap die nodig is zodat uitgesproken racisten niet weer Politicus van het Jaar worden.