Categorie archief: Actualiteit en Trend

Wie DENK jij dat je bent?



Wat is het dat er verwacht wordt van migranten en hun kinderen, van nieuwkomers, van voorheen koloniale subjecten, van Caribische-Nederlanders? Moeten wij ons Nederlands voelen en Nederlands gedragen, of moeten wij naar ‘echte’ Nederlanders luisteren en doen wat zij ons opdragen?

Vroeger, toen alles beter was en ik regelmatig spijbelde van school, maakte ik lange wandelingen door Hoogvliet. Tijdens deze wandelingen zijn mijn gedachten meer dan eens afgedwaald naar mijn verantwoordelijkheden en waar die nou vandaan kwamen. ‘Waarom zou ik moeten doen wat al die andere mensen mij vertellen om te doen? In de keuzes die zij mij stellen heb ik nooit enig aandeel gehad en hoe kan ik afspraken schenden die ik nooit gemaakt heb?’ De conclusies die ik trok waren op die leeftijd natuurlijk altijd zo dat ik er met minder verantwoordelijkheden van afkwam. Lang heb ik die gedachtegang gebruikt om mijn  maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen en een egoïstische, op mijzelf gecentreerde levensvisie te na te streven. Iets wat eigenlijk niet in mijn aard ligt. Nadat ik eenmaal voor mezelf besloot dat ik een volwaardig onderdeel van de maatschappij wilde zijn heb ik het concept van een ‘sociaal contract’ ontdekt. Toen viel alles op zijn plaats. Wat het was waar ik aan deel wilde nemen en, vooral ook, wat het was dat mij daarvan weerhouden heeft.

Door verschillende filosofen zijn er door de tijden heen uiteenlopende uitwerkingen geweest van het sociaal contract, ook wel het maatschappelijk verdrag genoemd. Voor mij komt het neer op het opgeven van persoonlijke vrijheden in ruil voor het algemeen belang en inbreng om te bepalen wat dat algemeen belang concreet is. De persoonlijke vrijheden die opgegeven worden zijn onder andere het opgeven van het recht om eigen rechter te zijn en om bijvoorbeeld geweld in te zetten, door dat aan onze overheid over te laten. Onze inbreng in het bepalen van wat het algemeen belang is komt tot uiting in het passief en het actief stemrecht dat elke burger toekomt. Wij kunnen stemmen op partijen die onze visie op de maatschappij uitdragen en zelf actief deelnemen aan het politiek proces als vertegenwoordiger. Wat bij mij als tiener weerstand opleverde (wat ik later pas begreep) was het gevoel geen onderdeel te zijn van dat contract, van het maatschappelijk verdrag. Het is een perspectief dat vele met een vergelijkbare afkomst als de mijne delen, Nederland is niet van ons. Zo bedoeld of niet, dat is het gevoel dat de Nederlandse samenleving ons geeft. Het gevolg daarvan is dat het geloof ontstaat dat het sociaal contract geen betrekking op ons heeft. Ik hoor dat sentiment nog altijd gedeeld worden, een acceptatie van onvolwaardig burgerschap.

In mijn zoektocht naar mijn identiteit ben ik van heel erg Antilliaans-Nederlands, naar Nederlands-Antilliaans gegaan en heen en weer. Nergens heb ik mij zo thuis gevoeld als tijdens vakanties op de Antillen, tegelijkertijd beseffend dat ik er niet lang zou kunnen wonen want ik zou Nederland ontzettend missen. Het klinkt heel simpel maar het duurde even voordat ik het kon begrijpen en erin kon berusten Antilliaans én Nederlands te zijn. Te weten en te waarderen dat mijn Nederlands zijn niet is wat Antillianen denken dat het is en dat mijn Antilliaans zijn niet is wat Nederlanders denken dat het is. Dat ik dat zelf bepaal. Dat die twee identiteiten in de context van de geschiedenis en mijn leven enorm verschillen en tegelijkertijd hetzelfde zijn. Vanuit deze visie is het dat ik deelneem aan maatschappelijke debatten, dat ik stem, dat ik tweet. Dat ik schrijf en mijn gedachtes deel.

Samen met de migranten, hun kinderen, de nieuwkomers, de voorheen koloniale subjecten, de Caribische-Nederlanders en alle anderen die zich in Nederland bevinden en willen bijdragen aan de maatschappij heb ik de bewuste keuze gemaakt om mijzelf niet alleen een volwaardig burger te achten maar mij er ook naar te gedragen. Er zijn echter nog velen die zich niet gesterkt voelen deze keuze te maken. Zij zien in de huidige politiek, van links tot rechts en alles wat er tussen zit of tegenaan hangt, geen representatie van wie zij zijn. Dat begrijp ik. Zij zien al jaren een afwijzing van wie zij zijn. Expliciet in uitingen van Wilders en de premier, maar ook impliciet in de compromissen van de PvdA nu zij deelnemen aan een regering met de VVD. Zij zien het in het gemak waarmee SP prominenten bepaalde uitspraken doen en vriendelijkheden uitwisselen met zelfverklaarde racisten. Zij zien het in de overtrokken en beschadigende opstelling van GroenLinks bij het kandidaat lijsttrekkerschap van Tofik Dibi. Zij zien het in de in elkaar gekunstelde ondemocratische samenwerking van het CDA met de ondemocratische PVV. Zij zien het overal in de politiek. Zij zien het in de onkunde om de rug te rechten en Wilders echt van repliek te dienen, met een eigen verhaal en eigen handelingen van inclusiviteit. Zij zien het in de assimilatie van de al zo in geringe aantal zijnde niet-witte Kamerleden. Om van invloed te kunnen zijn binnen en gevestigde politieke partij moet je dusdanig cultureel Nederlands zijn dat je afkomst geen waarde meer heeft, positief of negatief. Je moet van je ‘kleur’ en cultuur ontdaan zijn. Behalve natuurlijk als het ‘lekker exotisch’ is. Je Nederlands moet beter zijn dan dat van de gemiddelde Nederlander en dat van menig Kamerlid. Je standpunten mogen zich niet teveel richten op je culturele achtergrond om geen twijfel aan je loyaliteit te doen rijzen. Tegelijkertijd wordt je achtergrond er constant aan de haren bij gesleept, of het voor het onderwerp relevant is of niet. Deelname (aan de politiek) in de gevestigde partijen is deelname aan iets wits, niet aan iets Nederlands. Dit is niet hoe ik het sociaal contract voor ogen had, daarom denk ik aan verandering. Wij verkiezen ervoor ergens vóór te kiezen, voordat we weer in de situatie belanden ergens tegen te moeten kiezen vanuit een gebrek aan een beter alternatief.

Instituties met alleen maar witte mensen zijn niet per definitie fout of slecht, maar de kans op eenzijdige belichting van kwesties is wel groter. Maak echt gebruik van de diversiteit in dit land. In een wereld die in een stroomversnelling zit van verandering, kunnen we juist van verandering onze kracht maken. Verschillende perspectieven op waarde kunnen schatten is daar een groot onderdeel van.

Dat steeds meer mensen niet alleen in Nederland willen wonen maar ook actief willen bijdragen moet juist stemmen tot vreugde. Het is volkomen in lijn met de Nederlandse ambities en waarden van zelfontplooiing dat er een partij opstaat die denkt dat het anders moet, daar plannen voor aandraagt en deze volgens onze democratische methodes wil realiseren. Wat mij daarom dwars zit en prikkelbaar maakt is de onheuse bejegening van DENK. Dat rechts het niet zitten dat twee Turkse-Nederlanders een partij oprichten is te verwachten. Zij begrijpen dat DENK pal tegenover hen staat en zich niet laat intimideren. Wat mij meer stoort is de reactie op links en van velen in het antiracisme kamp. Het meegaan met de vooringenomen persoonlijke aanvallen, insinuaties en diskwalificaties op grond van de culturele achtergrond van de leden. Linkse lieden die ongegeneerd DENK vergelijken met de PVV en de huidige polarisatie in hun schoenen proberen te schuiven, een aanklacht zo belachelijk dat ik mij genoodzaakt voel de motieven van diegenen die dat roepen in twijfel te trekken. Onzinnige betichtingen van racisme aan het adres van DENK door rechts die niet fel en onvoorwaardelijk verworpen en van tegengas voorzien worden door de vele zelfbenoemde experts op het onderwerp, die wat ik opmerk zeker niet ontgaan kan zijn. Waar blijft de steun voor Simons nu zij daadwerkelijk de daad bij het woord voegt? Gewoon de algemene steun voor iemand die onze waarden deelt en zich op het strijdtoneel begeeft, niet alleen de steun wanneer zij weer eens doelwit is van racisme? Elke kleine misstap van DENK (of zelfs de mogelijkheid van een misstap) wordt aangegrepen als excuus om maar niet de gedeelde verantwoordelijkheid te hoeven nemen om het proces eerlijk te houden. Zonder het geheel in de bredere context te plaatsen van wat gebruikelijk is in de Nederlandse politiek en de unieke gebeurtenissen van deze tijd. ‘Zetelroof!’ wordt er verontwaardigd van de daken geschreeuwd, alsof de grootste partij in de peilingen niet een afscheiding is van de voornaamste regeringspartij van vandaag. Alsof afscheidingen en fusies niet behoren tot de politieke stoelendans die de Nederlandse politiek altijd al is geweest. De integriteit van Öztürk wordt breed uitgemeten in de krant in twijfel getrokken en gekoppeld aan de voor corruptie aangeklaagde Van Rey, maar wanneer dat onterecht blijkt is dat vrijwel nergens terug te vinden. De situatie in Turkije is schrijnend maar de berichtgeving vaak ook vooringenomen en voor oneigenlijke motieven ingezet. Huis-tuin-en-keuken Turkije specialisten werpen constant de huidige mensenrechtenschendingen in Turkije en de Armeense kwestie op als bewijs dat de Turkse DENK leden onbetrouwbaar zouden zijn. Dat zij zich niet loyaal aan Nederland van hun taak als Kamerleden zouden kunnen kwijten. Omdat zij niet genoeg van hun culturele achtergrond ontdaan zijn voor het establishment. Bejegening die niet alle Kamerleden in vergelijkbare posities ten deel valt. GroenLinks gooit een Turks-Nederlands raadslid uit de partij vanwege een naar verluid met de partijstandpunten onverenigbare opvatting, om vervolgens een zelfverklaard liberaal prominent op de kieslijst te plaatsten. De PvdA stelt haar Turks-Nederlandse Kamerleden voor het ultimatum om een met de PVV flirtende integratienota te steunen of uit de partij gezet te worden, maar draait om en laat Monasch wekenlang heulen met extreemrechts zonder enige consequenties daaraan te verbinden. Hoe ik dat zie is dat om een bepaald deel van het electoraat te bekoren, dat deel dat steeds minder neigt naar saamhorigheid en meer naar verdeling. Dat deel dat steeds meer neigt naar ‘de witte Nederlander maakt hier de dienst uit’. Er zijn bijna ontelbaar veel voorbeelden van zulke vergelijkbare situaties waarbij Kamerleden met meer dan alleen een Nederlandse achtergrond veel minder bewegingsruimte hebben. Zij worden eerder afgerekend en vervolgens geportretteerd als niet loyaal aan Nederland, of niet loyaal aan de dan opeens onbeweegbare partijstandpunten. Wat de gevestigde partijen doen is ongeschreven voorwaarden scheppen voor deelname aan het politiek proces. Voorwaarden gebaseerd op het eerst moeten bewijzen van loyaliteit doormiddel van wat in essentie op zelfverloochening uitkomt. Dat de verwijten van disloyaliteit ontstaan uit niet op ratio gestoelde motieven deert niet.

Wellicht is het nog niet de tijd voor een partij als DENK, maar na elf jaar Wilders en geen effectieve weerlegging van zijn politiek vraag ik mij af wanneer is het dan wel tijd voor een andere invalshoek? Nu DENK is opgestaan, een duidelijke visie heeft en bedachtzaam te werk gaat is mijn interesse in de politiek, in hun receptie en bejegening sterk gewekt. Niet alleen met oog op deze verkiezingen, maar ook met oog op het creëren van een wezenlijk alternatief voor de gevestigde partijen op de langere termijn. DENK en haar leden hoeven wat mij betreft in hun eerste rondje om de kerk niet perfect te zijn, het zijn hun intenties die mij bekoren. De manier waarop hun (kandidaat) Kamerleden zich bekwamen in publieke optredens, de rust die zij uitstralen en de kennis van zaken die zij etaleren. De positieve en inclusieve boodschap. Niet alleen durven benoemen wat er mis is, maar ook een concrete visie uiteenzetten hoe die verandering te bewerkstelligen. DENK wil institutioneel racisme niet alleen agenderen maar ook aanpakken door mogelijke veranderingen in verankerde systemen bespreekbaar te maken. Voor een Nederland waar alle inwoners op basis van wederzijdse acceptatie gelijkwaardig deelnemen. Meer dan eens is de wens naar concrete acties daartoe door velen in de antiracisme voorhoede uitgesproken. Met tien thema’s die al onze levensgebieden raken en bij elk thema tien voorstellen, schetst DENK een positief toekomstbeeld voor het Nederland waar iedereen inbrengt en bijdraagt. Dit klinkt mij als muziek in de oren, dus ik luister kritisch en aandachtig.

Natuurlijk zijn er vele stemmen die het tegenovergestelde roepen van wat ik schrijf en ik sta open voor kritische beschouwing van alles wat ik stel. Graag ga ik de discussie aan over wat goed is voor Nederland en of er een plek is voor een partij als DENK. Enige voorwaarde die ik stel is dat dat op basis van feiten gebeurt. De wijze waarop het er nu aan toe gaat is oneerlijk en onrechtvaardig en dat is uitermate teleurstellend. Te weinig zijn zich voldoende bewust van de steun die DENK genereert bij een groeiend deel van de samenleving. Nu verbolgen linkse partijen met een rancuneuze houding en rechtse partijen met hun vertrouwde afwijzing onze samenleving elkaar gevonden lijken te hebben in de bejegening van DENK, wordt er door velen met steeds meer ongeloof naar het schouwspel gekeken. De vooringenomen media die ervoor kiest om aannames en veronderstellingen te verspreiden alsof het feiten zijn, doet dat zo consequent en schaamteloos dat het bijna persoonlijk lijkt en verliest daarmee steeds meer geloofwaardigheid. Misschien kijk ik wel te positief naar DENK en projecteer ik mijn verwachtingen op hen maar tot op heden zijn er geen handelingen of uitspraken van hen geweest om dit beeld voor mij te veranderen. Toch, je hoeft mij niet te geloven op mijn woord en mijn beeld van DENK op basis daarvan over te nemen. Klik op de onderstaande link, lees zelf maar waar zij voor staan en stel jezelf de vraag of dit een sociaal contract is zoals jij dat voor ogen had.

https://www.bewegingdenk.nl/wp-content/uploads/2016/11/Verkiezingsprogramma_DENK_2017-2021.pdf
verkiezingsprogramma_denk_2017-2021_banner

Alternatieve Piet vs Zwarte Piet. 

alto piet

De Raad van State adviseerde deze week over het wetsvoorstel van de PVV om Zwarte Piet vast te leggen als enige toegestane uiting van Piet in het sinterklaasfeest. Haar oordeel was dat zo’n wetsvoorstel de uitingsvrijheid van burgers -vastgelegd in de Grondwet en EVRM- die alternatieve Pieten willen uitvoeren, ongeoorloofd zou beperken. Het wetsvoorstel is in strijd met de wet en verdrag.

Uitingsvrijheid
Velen, zie ik op Twitter, lezen daarin dat de overheid dan ook niet mag bepalen dat de figuur Zwarte Piet uit het sinterklaasfeest gehaald moet worden. Immers, dat zou de uitingsvrijheid van voorstanders van Zwarte Piet ook aantasten. Deze analoge lezing is maar gedeeltelijk juist. Ja, het klopt dat het advies van de Raad van State uiteenzet dat aan de inhoud van culturele manifestaties niet getornd mag worden. Nee, dit is, vanwege de historische context, niet per definitie overdraagbaar naar de figuur Zwarte Piet. De overheid dient zich te onthouden van een inhoudelijk oordeel over culturele uitingen, bijvoorbeeld bij verlening van vergunningen. Dit houdt in, alleen toetsen aan het voldoen aan procedurele regels. Slechts bij verstoring van de openbare orde, of iets in die trant, mag de overheid ingrijpen en moet dan per geval oordelen.
Wat de Raad echter ook zegt is dat de overheid de uitingsvrijheid van burgers de ruimte moet geven en deze zo ruim mogelijk moet afbakenen. Afbakenen is waar het bij Zwarte Piet om gaat. Dit betekent dat alles mag, zolang het niet in strijd is met de goede zeden, hogere wetten, verdragen of de rechten van anderen. De rechten die neergelegd zijn in de Grondwet en het EVRM. De afbakening mag dus bijvoorbeeld niet vanwege economische redenen, of het heersende politiek klimaat o.i.d. zijn.

Alternatieve Piet vs Zwarte Piet
De alternatieve Pieten zijn met geen enkele mogelijkheid te typeren als aantasting van onze goede zeden of de rechten van anderen. Zwarte Piet daarentegen is door verschillende, onafhankelijke nationale en internationale, partijen erkend als zijnde een racistische karikatuur van mensen met Afrikaanse afkomst. Een racistische karikatuur van donkere mensen die hen als dom en onderdanig typeert, in een voornamelijk witte samenleving waar wit een economische en sociale machtspositie heeft tegenover zwart, is racisme. Het negatief stereotyperen van zwarte mensen in verhouding tot witte mensen in de onderlinge relatie Sinterklaas en Zwarte piet kan aangemerkt worden als onderscheid maken op grond van ras. Discriminatie op basis van ras, onderdeel van racisme, is in strijd met artikel 1 van de Grondwet -niet voor niks het eerste artikel- en nog vele andere artikelen, in vele andere wetten en verdragen. Daarnaast, voor sommigen is dit wellicht een stap te ver, stel ik dat racisme ook in strijd is met de goede zeden.

De uitingsvrijheid waar de Raad naar verwijst is de vrijheid van meningsuiting, die niet absoluut is zoals velen veronderstellen. Het kan beperkt worden door andere (grond)rechten, letterlijk staat er ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’ (art. 7, lid 1 GW). Het kan dus afgebakend worden. De uitingsvrijheid van burgers afbakenen om schending van de grondrechten van anderen en van verdrag te beletten is dus wel degelijk mogelijk -zoals o.a. de beledigingsdelicten waar de Raad in haar advies naar verwijst-  aantonen. Aannemende dat Zwarte Piet racisme is en dat handelingen die oneigenlijk onderscheid maken en uitmonden in racisme in strijd zijn met de wet, goede zeden en /of verdrag, kan de uitingsvorm van Zwarte Piet mijn inziens legitiem beperkt worden. Daarvoor is het niet nodig dat bestuurders of rechters een inhoudelijk oordeel vellen over deze culturele uiting. Zij kunnen voldoen met vaststelling dat alle uitingen kunnen plaatsvinden mits deze conform geldende wetgeving zijn.
Het is dan de taak van de politie, handhavers van onze wetgeving, om een uiting in strijd met wet, halt toe te roepen. Een rechter moet daarna oordelen of het wel of niet toestaan van de uitingen in deze kwestie voldoet aan de procedurele vereisten, waaronder dus het niet door de overheid faciliteren en/of subsidiëren van schendingen van wet, verdrag en openbare zeden. Bij vaststelling dat er niet voldaan is aan de genoemde procedurele vereisten kan een vergunning en subsidieverlening voor het sinterklaasfeest in de openbare ruimte ingetrokken worden tenzij het onderdeel dat buiten de afbakening valt van de uitingsvrijheid van belanghebbenden (een racistische karikatuur in strijd met goede zeden, wet en verdrag) weggenomen wordt.

Emotie
Veel van het bovenstaande is afhankelijk van de weging van het ene grondrecht ten aanzien van het andere. Vooraanstaande sociale wetenschappers hebben uitvoerig uiteengezet dat het positieve zelfbeeld van tolerantie en onschuld volgens een ‘master narrative’ in Nederland tot een massale vorm van culturele afasie geleid heeft, dat een objectieve blik naar racisme kwesties voor velen blokkeert. Het is dus nog maar de vraag of, ondanks onze wetgeving, uiterst geprivilegieerde witte mannen in het witte bolwerk dat ons rechterlijke macht is, tot een objectieve en eerlijke afweging kunnen komen. Gezien dat in deze kwestie het gedrag van de politie tot op heden veelal niet conform wetgeving is, gezien dat er ondanks terechtwijzingen door de Nationale Ombudsman geen gevolgen kleven aan dat gedrag van politie en justitie en gezien dat de Raad van State telkens om de hete brij heen draait, is handhaving en objectieve vaststelling van wet en regelgeving voorlopig nog niet aan de orde.
Onze huidige wetgeving biedt voldoende handvatten om dit te beslechten, ik kan daarom alleen maar concluderen dat degene die het moeten interpreteren en handhaven hun posities inzetten om het te negeren en te ontwijken, ten gunste van de publieke opinie en de eigen emotionele overwegingen, waar enige rationaliteit in ver te zoeken is.

anti piet demo

De uitspraak van de Hoge Raad inzake pedofielenvereniging Martijn

De Hoge Raad heeft in al haar wijsheid overwogen dat de pedofielen vereniging Martijn door het karakter van haar werkzaamheid – het voeden van de overtuiging dat seksuele relaties tussen kind en volwassene gewenst is en dat het kind hierbij gebaat is, daarbij het gevaar voor de psychosociale ontwikkeling van het kind bagatelliserend – een daadwerkelijke aantasting is van het beginsel tot beschermen van de lichamelijke en seksuele integriteit van het kind.[1]

Het blijkt dat er aan de overwegingen van de Raad getwijfeld wordt. Ik zal uiteenzetten waarom mijns inziens dit een juist en toe te juichen rechterlijk oordeel is.

Verweer
De vereniging Martijn heeft als verweer aangevoerd onder de bescherming te staan van het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vereniging. Subsidiair dat: door de verwijzing in de statuten naar gedrag conform maatschappelijke en wettelijke grenzen, de vermelding op de website adviserende tegen strafbare handelingen en het uitsluitend plaatsen van ‘niet-strafbare’ uitingen en afbeeldingen, op de vereniging ‘niets is aan te merken’. Dit verweer kan verdeeld worden in: (1) de beperking van de vrijheidsrechten en (2) bezwaren tegen de werkzaamheid van de vereniging.

Beperking van vrijheidsrechten
De Hoge Raad maakt hier korte metten mee. De vrijheden zijn niet absoluut. Aan de hand van de inhoud van de betreffende artikelen [2] over vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging zet de Raad uiteen dat: (…) de uitoefening daarvan worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties (i) die bij de wet zijn voorzien en (ii) die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn (iii) in het belang van limitatief omschreven gronden, waaronder de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van rechten en vrijheden van anderen.[3]

In dit geval worden er beperkingen opgelegd voor de bescherming van de openbare zeden/orde (in deze kwestie hetzelfde [4]) en de bescherming van rechten en vrijheden van anderen, het kind in dit geval. Het Hof overwoog, en de Raad sloot zich hierbij aan, dat de enkele omstandigheid dat de werkzaamheid van een vereniging een bedreiging vormt voor de openbare orde niet voldoende is voor beperking van het fundamentele recht op vereniging van deze pedofielen. Er zal een zwaarder wegend belang in het geding moeten zijn om dit verbod en ontbinding van de vereniging te verantwoorden. Deze is er in het beschermen van de rechten en vrijheden van het kind. Rechterlijke uitspraken van het EHRM, het Verdrag van Lanzarote en Richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad sturen aan en verplichten tot een ‘zero tolerance’ beleid inzake het bestrijden en voorkomen van kindermisbruik. Zij geven hierbij de Staat verregaande ruimte om preventief te handelen, ook als het ‘gevaar’ zich nog niet direct heeft gemanifesteerd maar wel al concrete stappen zijn genomen in die richting [5]. Dat brengt ons bij de werkzaamheid van de vereniging waarin het deze concrete stappen heeft genomen.

Bezwaren tegen de werkzaamheid van de vereniging
Het Hof heeft in hoger beroep gemotiveerd dat er geen sprake is maatschappelijke ontwrichting sinds de oprichting van de vereniging en een verbodenverklaring slechts aanvaardbaar is indien (…) het als noodzakelijke maatregel is om gedragingen te voorkomen die een daadwerkelijke en ernstige aantasting vormen van [wezenlijke] beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. De Raad stelt dat dit gezichtspunt echter niet met zich mee brengt dat het een noodzakelijke voorwaarde is dat de samenleving daadwerkelijk ontwricht is door de werkzaamheid van de vereniging. Van belang is in deze kwestie, stelt de Hoge Raad, dat onderzocht moet worden aan de hand van de genoemde overwegingen in het EHRM, Verdrag en Europese Richtlijnen of het verbod en de ontbinding van de vereniging (…) noodzakelijk zijn in het belang van de bescherming (…) van de rechten en vrijheden van anderen.[6]

De werkzaamheid van de vereniging, onbetwist door partijen, omvat: dat in het geval van de vereniging sprake is van een hechte groep personen die de overtuiging koestert dat kinderen in beginsel gebaat zijn bij seksuele intimiteit met volwassenen, (ii) dat de vereniging door de keuze van het materiaal dat zij op haar website publiceert, die overtuiging voortdurend voedt, en aldus (iii) steun geeft aan de overtuiging van haar leden dat seksuele relaties tussen kinderen en volwassenen puur en goed kunnen zijn. Dusdoende (iv) bagatelliseert de vereniging de gevaren van seksueel contact met jonge kinderen, en praat zij dergelijke contacten niet alleen goed, maar verheerlijkt ze zelfs. Dit alles samenvattend is naar het onbestreden oordeel van het hof sprake van (v) een werkzaamheid van de vereniging die een daadwerkelijke en ernstige aantasting is van het als wezenlijk ervaren beginsel dat de lichamelijke en seksuele integriteit van het kind dient te worden beschermd.
De publicatie van deze overtuigingen op de website, de bevordering en het laagdrempelig maken van deze gedachten door het plaatsen van beelden van jonge kinderen (al dan niet volledig ontkleed) en het bagatelliseren van de gevaren voor het kind zijn direct in strijd met het voornemen van verdragspartijen, de EU en de uitspraken van het EHRM.

Bescherming van het kind
De vrijheden van meningsuiting en vereniging zijn van grote betekenis in de democratische rechtstaat en elke beperking van deze fundamentele rechten moet met uiterste terughoudendheid benaderd worden. Alleen zwaarder wegende belangen kunnen omkleed met voorwaarden hier inbreuk op maken. Gezien de afhankelijke verhouding van kinderen ten aanzien van volwassenen en de destructieve invloed van seksueel misbruik op de gezondheid en psychosociale ontwikkeling van het kind, gecombineerd met de zorgwekkende proporties die het kindermisbruik aan het nemen is, is er besloten dat het belang van het kind hier zwaarder weegt dan het belang van de pedofielen om zich te verenigen. Hier ben ik het onvoorwaardelijk mee eens. Deze beperking van het recht op vereniging is dusdanig omkleed met voorwaarden en uitgebreid beargumenteerd (dat de schade voor het kind vele malen groter is dan de schade die de pedofielen wordt toegebracht door het verbod) dat het geen precedenten schept die gebruikt kunnen worden om willekeurig het recht op vereniging te gaan beperken van anderen. Deze positie en de geschonden belangen van het kind zijn zodanig specifiek dat het een dergelijke willekeurigheid niet toestaat.

Afsluitend wil ik nog belichten dat, hoewel binnen de grenzen van de wet, de publicatie van expliciete erotische verhalen en foto’s van bijna geheel ontklede kinderen wel degelijk schade berokkent aan de kinderen afgebeeld op de site van de vereniging. Zij zullen moeten verwerken het seksueel genotsobject te zijn van pedofielen zonder daar enige invloed op te hebben gehad. Waar is het recht van privacy van het kind, het recht op eerbiediging van de lichamelijke integriteit? Volwassenen kunnen nog protesteren en openbaring van hun beeltenis bevechten. Dit recht voor kinderen, om hier niet aan blootgesteld te hoeven worden, moet zonder enig voorbehoud streng bewaakt en beschermd worden door ons volwassenen. Daarom vind ik dit een toe te juichen uitspraak. Hiermee zeggen wij, handen af van onze kinderen en als je ook alleen maar één beweging richting het schaden van mijn kind maakt zitten wij er bovenop. En zo hoort het ook.

Update: Reactie van Ring The Alarm, internationale coalitie van kinderrechten organisaties
http://ring-the-alarm.com

[1]ECLI: NL:HR:2014:984 – http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:948

[2] Art. 7 en 8 GW; art. 10 en 11 EVRM

[3]r.o. 3.4 -3.9

[4] MvA II bij de Wet tot wijziging van enige bepalingen over verboden rechtspersonen (Kamerstukken II 1984-1985, 17 476, nr. 5, p. 3 onder 10)

[5]r.o. 3.8

[6]r.o. 3.10

Tatta’s be Like

20140105-022638.jpg

Eerst was er ‘Nigga’s be Like’, hartstikke stereotyperend, ongezouten en soms keihard. Nu is er ‘Tatta’s be Like’, vergelijkbaar en even confronterend. Negatieve en minder flatteuze generalisaties van excessen en stereotiepen onder blanke Nederlanders worden messcherp geaccentueerd en geparadeerd.

Een kijkje op m’n Facebook Timeline en wat blijkt? Dit schiet sommigen door het verkeerde keelgat. Wie had dat gedacht? Het zou discriminerend zijn, beledigend en racistisch. Maar is dit wel zo?

Is het discriminerend omdat er flagrante generalisaties gedaan worden? Is het racistisch omdat het om ‘tatta’s’ gaat ipv van om ‘Nederlanders’? Is het niet grappig omdat er een specifieke groep belachelijk wordt gemaakt voor het vermaak van anderen? Is het ongepast omdat er mensen zich beledigd kunnen voelen?
Een herkenbaar onderwerp dat al uitvoerig besproken is in de afgelopen maanden. Wat maakt iets racistisch of discriminerend? Moet men ervaren beledigingen maar gewoon slikken?

Racisme
Is dit racisme? Ik vroeg het mezelf af en kwam tot de volgende conclusie. Neuh… En hierom niet. 1. Het gaat om autochtone Nederlanders en niet om het blanke ‘ras’. Waarbij ‘Tatta’s’ geen vergelijkbare historische negatieve associatie heeft als ‘Nigga’s’ ondanks de geuzennaam status die het laatst genoemde in de populaire cultuur heeft. 2. Racisme centreert zich rondom een machtsverhouding waarbij de ene groep de andere aan de hand van een toegekend inherente minderwaardigheid benadert en behandelt. Daar is hier geen sprake van. Minderheden hebben die macht niet.

Discriminatie
Is het misschien dan discriminatie? Ook hier denk ik van niet. Want er zullen geen gevolgen kleven aan deze satire in het dagelijks leven van blanke Nederlanders. Niet op de werkvloer, op school of in de publieke ruimte. Het is overduidelijk satire en de beeldvorming rond wat blank en Nederlands is, is zodanig sterk dat een dergelijke hype niet eens registreert op het algemene beeld dat van autochtonen heerst. De verscheidenheid van dit beeld wordt in elke film, tv serie etc. bewaakt net als in diezelfde films en series een gebrek aan verscheidenheid over wat donkere mensen zijn ook in stand gehouden wordt. Verder wordt er geen ongelijkheid opgezet, instandgehouden of uitgebuit.

Beledigend
Is het misschien beledigend? Zou kunnen, maar was een belediging niet iets wat je zelf toelaat? Tenminste dat heb ik me laten vertellen in de discussie de afgelopen maanden. Echter, ik zelf ben wel van mening dat het wel beledigend is/kan zijn. Hoewel, niet erger dan dat in Nederland blijkbaar de norm is. Als je grapt en grolt met de karikaturen van de Dino Show, lekker mee huppelt met Zwarte Piet en Alleen Maar Nette Mensen zo’n leuke film/boek vond, dan is dit ook leuk. ‘Tatta’s be Like’ is niet altijd even grappig en soms misplaatst. Maar soms ook wel hilarisch. Hoewel ik persoonlijk om een aantal posts wel kon lachen zijn er ook een aantal die gewoon ronduit onbetamelijk en respectloos zijn.

Onderscheid
Wat dit gegeven wat mij betreft onderscheidt van andere culturele ongevoeligheden en uitingen van racisme in dit land, ook lijken ze in de oppervlakte op elkaar, is dat het niet gepaard gaat met een verleden waarin dit gekoppeld ging met daadwerkelijke negatieve en soms ook fysieke gevolgen voor de betreffende groep. Aanhoudende gevolgen die een extra, soms emotioneel verpletterend, gewicht geven aan vergelijkbare pogingen tot humor ten aanzien van minderheden. Blanke Nederlanders hoeven niet te vrezen dat zo iets dergelijks gebruikt wordt om hen als collectief minderwaardig van afkomst en cultuur te karakteriseren. Als minder dan volledig en volwaardig mens te bestempelen. Andersom zijn er legio voorbeelden, eeuwenlang in de vaderlandse geschiedenis, waar dit wel het geval is. Tot de dag van vandaag.

Cognitieve dissonantie bij autochtonen (de individuele loskoppeling als blanke Nederlander van de gedeelde geschiedenis en verantwoordelijkheid voor de gedeelde gevolgen daarvan) ten spijt. Het is nu eenmaal zo. Wanneer dit fenomeen is weggewaaid en allang vergeten is staan minderheden noodgedwongen nog steeds op de barricaden in dit land voor gelijke behandeling.

Misschien helpt een page zoals deze om elkaar inzicht te verschaffen in de belevingswereld van de ander. Het heeft mij in ieder geval ertoe genoopt om deze gedachten op een rij te zetten.

20140105-022722.jpg