Auteursarchief: Watikervandenk

Ik DENK dat ik zweef…

foksukd66

Dit verkiezingsjaar is er eentje voor in de boeken. Na de Fortuyn revolutie en de daaropvolgende opkomst van de PVV is het politiek landschap weer eens flink in beweging. Eindelijk zou je zeggen, na jaren van teleurstellende optredens van de gevestigde politieke partijen. Met name op links. Waren zij in het begin nog zo fel met hun weerwoord tegen de PVV, nu zijn we beland in een situatie dat men de kiezers goedkoop probeert te paaien. Of enerzijds met dezelfde uitsluitende retoriek als Wilders, of anderzijds met lege beloftes van diversiteit en inclusiviteit.

Voor mij was het een paar maanden geleden meer dan duidelijk, ik zou DENK stemmen. In een eerste blog zette ik uiteen wat het nieuwe geluid van deze partij voor mij symboliseerde. Gesterkt door de overtrokken en hypocriete reacties op DENK, en ook het effect dat hun aanwezigheid in de politiek meteen had, zag ik de toevoeging van deze nieuwe partij wel zitten. Alleen daarom al verdienden zij mijn stem. Niet veel later volgde er een doordacht verkiezingsprogramma waarin ook nog eens de positie van Caribische-Nederlanders expliciet en uitgebreid in genoemd werd. Alles zag er goed uit. Ik schreef een tweede blog over burgerschap en wat het betekent daaraan invulling te geven als Nederlander met een migranten en/of koloniale achtergrond. Alles zag er nog steeds goed uit. Maar toen…

Tot mijn verbazing, als donderslag bij heldere hemel, verliet Simons de partij. Enkele weken daarvoor was ik bij een ledenbijeenkomst van DENK geweest die geleid werd door Simons en waar zij de waarden en visie van de partij met verve uitdroeg. In een zaal met mensen van allerlei afkomst ervoer ik de mogelijkheden die een partij als DENK zou kunnen hebben voor mensen zoals ik. Ik verliet de bijeenkomst in een opgewekte stemming. De confrontatie met haar keuze de partij de rug toe te keren was dan voor mij ook best moeilijk. Het werd mij duidelijk dat ik een heroverweging moest maken. Laat het voorop staan dat ik pas naar DENK ben gaan kijken als serieuze kandidaat voor mijn stem nadat zij zo bombastisch werd aangekondigd als kandidaat-Kamerlid. Maar tegelijkertijd keek ik pas ook door haar samenwerking met DENK naar Simons als een potentieel volksvertegenwoordiger. De combinatie van Simons, die zo welbespraakt relevante kwesties verwoordde in de media, met een nieuwe, onverschrokken en professioneel opgezette partij, vond ik zeer aantrekkelijk. Met haar vertrek vroeg ik mijzelf af of het om het poppetje ging, of om de partij. Ik kom tot de conclusie dat het om beiden gaat.

Nu Simons met Artikel1 haar eigen partij heeft, mede dankzij het politieke ijs dat DENK voor haar brak, hangt er veel meer een ‘het wiel nog moeten uitvinden’ uitstraling om haar en de partij heen. Hoe de partij zich op social media profileert komt op mij vaak nogal amateuristisch over en met minder dan een maand te gaan verschijnt er nu pas een verkiezingsprogramma. Het is ook nogal wat om in zo’n kort tijdsbestek een nieuwe partij op te willen zetten. Haar persoon alleen is dus voor mij duidelijk niet genoeg om daar mijn stem aan toe te vertrouwen. Tegelijkertijd voel ik de verbondenheid met DENK een stuk minder sinds haar vertrek. Ik heb de vraag gesteld hoe ik dan nog vertegenwoordigd word, of mij zou moeten voelen, door de resterende kandidaat-Kamerleden. Het antwoord was niet erg bevredigend. De naar voren geduwde Albitrouw die nu op plek 4 staat profileert zich wat mij betreft onvoldoende, ik weet niet waar zij voor staat, of wat zij ter tafel brengt. Ongetwijfeld zal ze capabel zijn, maar ik heb daar onvoldoende zicht op om daar een keuze op te kunnen baseren. Ook de partij alleen is dus voor mij duidelijk niet genoeg om daar mijn stem aan toe te zeggen.

Inmiddels zijn de strepen getrokken in het zand en is op social media de spanning voelbaar tussen Artikel1 stemmers en de mensen die voor DENK zijn. De wijze waarop Simons vertrokken is bij DENK heeft begrijpelijkerwijs kwaad bloed gezet. Mij maakt het niet zoveel uit, het is politiek gemanoeuvreer. Wat mij wel tegen de borst stuit zijn de vage insinuaties over een gebrek aan diversiteit en andere zaken aan het adres van DENK die niet met concrete voorbeelden of bewijs worden gestaafd. Daar kan ik weinig mee. In deze kwesties heeft DENK in mijn optiek zich dan ook nog het meest gepast gedragen, maar er ontstaat steeds meer ruis. De schadevergoeding die DENK eist van Simons, de onhandige uitspraken van Van der Kooye (die naar mijn mening onterecht als racistisch worden bestempeld) en  Whats’app gesprekken die bij het NRC belanden zijn niet de zaken waar deze partijen zich mee bezig zouden moeten houden. Het is beschamend. De potentiële stemmers op DENK en Artikel1 verdienen beter en raken zo mogelijk vervreemd van beide partijen. Koren op de molen van de tegenstanders. Persoonlijk heb ik mijn blik weer verruimd naar de andere partijen omdat beiden in mijn ogen hebben ingeboet aan geloofwaardigheid. Ik vrees voor een verloren stem. Simons en Artikel1 hebben de tijd die nodig is voor het effectief informeren en mobiliseren van een achterban mijn inziens misschat. Ook met de mate van rehabilitatie van Simons die er nodig is om kritische kiezers naar zich toe te trekken is onvoldoende rekening gehouden, gezien het korte tijdsbestek dat zij zichzelf gegund hebben. Ik vrees ook voor een verloren stem omdat DENK haar achterban al heeft en afstevent op twee tot vier zetels. In het geheel van de zetelverdeling in de Kamer zullen die aantallen geen wezenlijk verschil zijn in het doel van DENK, om een ander geluid laten horen in de Nederlandse politiek. Opeens hoorde ik mezelf denken en daarna ook hardop zeggen: ‘Misschien is het dan toch verstandiger om op Pechtold te stemmen?’. D66 heeft een sterke staat van dienst, stijgt in de peilingen en kan met meer zetels in de Kamer daadwerkelijk effectief zijn in het uitstippelen van een nieuwe visie voor Nederland. Een ander Nederland dan dat van Wilders en Pechtold heeft er nooit voor teruggedeinsd om Wilders van scherpe repliek te dienen. In hem als leider, of zelfs premier, heb ik op dit moment meer vertrouwen dan in Rutte, Asscher, Buma of welke andere lijsttrekker ook. Ik twijfel. Volgens Stemwijzer en StemmenTracker zijn GroenLinks en de SP de partijen voor mij. Ik hou een slag om de arm, omdat ik Simons die ik op de lange termijn zeker ook zie slagen het beste gun én ook omdat ik in Kuzu nog steeds een sterk politiek leider zie met boordevol potentie.

Dus ja, ik denk wel dat ik kan zeggen dat ik zweef. Nog 26 dagen te gaan.

 

cartoons-09sept-verkiezingen

 

Advertenties

Wie DENK jij dat je bent?



Wat is het dat er verwacht wordt van migranten en hun kinderen, van nieuwkomers, van voorheen koloniale subjecten, van Caribische-Nederlanders? Moeten wij ons Nederlands voelen en Nederlands gedragen, of moeten wij naar ‘echte’ Nederlanders luisteren en doen wat zij ons opdragen?

Vroeger, toen alles beter was en ik regelmatig spijbelde van school, maakte ik lange wandelingen door Hoogvliet. Tijdens deze wandelingen zijn mijn gedachten meer dan eens afgedwaald naar mijn verantwoordelijkheden en waar die nou vandaan kwamen. ‘Waarom zou ik moeten doen wat al die andere mensen mij vertellen om te doen? In de keuzes die zij mij stellen heb ik nooit enig aandeel gehad en hoe kan ik afspraken schenden die ik nooit gemaakt heb?’ De conclusies die ik trok waren op die leeftijd natuurlijk altijd zo dat ik er met minder verantwoordelijkheden van afkwam. Lang heb ik die gedachtegang gebruikt om mijn  maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen en een egoïstische, op mijzelf gecentreerde levensvisie te na te streven. Iets wat eigenlijk niet in mijn aard ligt. Nadat ik eenmaal voor mezelf besloot dat ik een volwaardig onderdeel van de maatschappij wilde zijn heb ik het concept van een ‘sociaal contract’ ontdekt. Toen viel alles op zijn plaats. Wat het was waar ik aan deel wilde nemen en, vooral ook, wat het was dat mij daarvan weerhouden heeft.

Door verschillende filosofen zijn er door de tijden heen uiteenlopende uitwerkingen geweest van het sociaal contract, ook wel het maatschappelijk verdrag genoemd. Voor mij komt het neer op het opgeven van persoonlijke vrijheden in ruil voor het algemeen belang en inbreng om te bepalen wat dat algemeen belang concreet is. De persoonlijke vrijheden die opgegeven worden zijn onder andere het opgeven van het recht om eigen rechter te zijn en om bijvoorbeeld geweld in te zetten, door dat aan onze overheid over te laten. Onze inbreng in het bepalen van wat het algemeen belang is komt tot uiting in het passief en het actief stemrecht dat elke burger toekomt. Wij kunnen stemmen op partijen die onze visie op de maatschappij uitdragen en zelf actief deelnemen aan het politiek proces als vertegenwoordiger. Wat bij mij als tiener weerstand opleverde (wat ik later pas begreep) was het gevoel geen onderdeel te zijn van dat contract, van het maatschappelijk verdrag. Het is een perspectief dat vele met een vergelijkbare afkomst als de mijne delen, Nederland is niet van ons. Zo bedoeld of niet, dat is het gevoel dat de Nederlandse samenleving ons geeft. Het gevolg daarvan is dat het geloof ontstaat dat het sociaal contract geen betrekking op ons heeft. Ik hoor dat sentiment nog altijd gedeeld worden, een acceptatie van onvolwaardig burgerschap.

In mijn zoektocht naar mijn identiteit ben ik van heel erg Antilliaans-Nederlands, naar Nederlands-Antilliaans gegaan en heen en weer. Nergens heb ik mij zo thuis gevoeld als tijdens vakanties op de Antillen, tegelijkertijd beseffend dat ik er niet lang zou kunnen wonen want ik zou Nederland ontzettend missen. Het klinkt heel simpel maar het duurde even voordat ik het kon begrijpen en erin kon berusten Antilliaans én Nederlands te zijn. Te weten en te waarderen dat mijn Nederlands zijn niet is wat Antillianen denken dat het is en dat mijn Antilliaans zijn niet is wat Nederlanders denken dat het is. Dat ik dat zelf bepaal. Dat die twee identiteiten in de context van de geschiedenis en mijn leven enorm verschillen en tegelijkertijd hetzelfde zijn. Vanuit deze visie is het dat ik deelneem aan maatschappelijke debatten, dat ik stem, dat ik tweet. Dat ik schrijf en mijn gedachtes deel.

Samen met de migranten, hun kinderen, de nieuwkomers, de voorheen koloniale subjecten, de Caribische-Nederlanders en alle anderen die zich in Nederland bevinden en willen bijdragen aan de maatschappij heb ik de bewuste keuze gemaakt om mijzelf niet alleen een volwaardig burger te achten maar mij er ook naar te gedragen. Er zijn echter nog velen die zich niet gesterkt voelen deze keuze te maken. Zij zien in de huidige politiek, van links tot rechts en alles wat er tussen zit of tegenaan hangt, geen representatie van wie zij zijn. Dat begrijp ik. Zij zien al jaren een afwijzing van wie zij zijn. Expliciet in uitingen van Wilders en de premier, maar ook impliciet in de compromissen van de PvdA nu zij deelnemen aan een regering met de VVD. Zij zien het in het gemak waarmee SP prominenten bepaalde uitspraken doen en vriendelijkheden uitwisselen met zelfverklaarde racisten. Zij zien het in de overtrokken en beschadigende opstelling van GroenLinks bij het kandidaat lijsttrekkerschap van Tofik Dibi. Zij zien het in de in elkaar gekunstelde ondemocratische samenwerking van het CDA met de ondemocratische PVV. Zij zien het overal in de politiek. Zij zien het in de onkunde om de rug te rechten en Wilders echt van repliek te dienen, met een eigen verhaal en eigen handelingen van inclusiviteit. Zij zien het in de assimilatie van de al zo in geringe aantal zijnde niet-witte Kamerleden. Om van invloed te kunnen zijn binnen en gevestigde politieke partij moet je dusdanig cultureel Nederlands zijn dat je afkomst geen waarde meer heeft, positief of negatief. Je moet van je ‘kleur’ en cultuur ontdaan zijn. Behalve natuurlijk als het ‘lekker exotisch’ is. Je Nederlands moet beter zijn dan dat van de gemiddelde Nederlander en dat van menig Kamerlid. Je standpunten mogen zich niet teveel richten op je culturele achtergrond om geen twijfel aan je loyaliteit te doen rijzen. Tegelijkertijd wordt je achtergrond er constant aan de haren bij gesleept, of het voor het onderwerp relevant is of niet. Deelname (aan de politiek) in de gevestigde partijen is deelname aan iets wits, niet aan iets Nederlands. Dit is niet hoe ik het sociaal contract voor ogen had, daarom denk ik aan verandering. Wij verkiezen ervoor ergens vóór te kiezen, voordat we weer in de situatie belanden ergens tegen te moeten kiezen vanuit een gebrek aan een beter alternatief.

Instituties met alleen maar witte mensen zijn niet per definitie fout of slecht, maar de kans op eenzijdige belichting van kwesties is wel groter. Maak echt gebruik van de diversiteit in dit land. In een wereld die in een stroomversnelling zit van verandering, kunnen we juist van verandering onze kracht maken. Verschillende perspectieven op waarde kunnen schatten is daar een groot onderdeel van.

Dat steeds meer mensen niet alleen in Nederland willen wonen maar ook actief willen bijdragen moet juist stemmen tot vreugde. Het is volkomen in lijn met de Nederlandse ambities en waarden van zelfontplooiing dat er een partij opstaat die denkt dat het anders moet, daar plannen voor aandraagt en deze volgens onze democratische methodes wil realiseren. Wat mij daarom dwars zit en prikkelbaar maakt is de onheuse bejegening van DENK. Dat rechts het niet zitten dat twee Turkse-Nederlanders een partij oprichten is te verwachten. Zij begrijpen dat DENK pal tegenover hen staat en zich niet laat intimideren. Wat mij meer stoort is de reactie op links en van velen in het antiracisme kamp. Het meegaan met de vooringenomen persoonlijke aanvallen, insinuaties en diskwalificaties op grond van de culturele achtergrond van de leden. Linkse lieden die ongegeneerd DENK vergelijken met de PVV en de huidige polarisatie in hun schoenen proberen te schuiven, een aanklacht zo belachelijk dat ik mij genoodzaakt voel de motieven van diegenen die dat roepen in twijfel te trekken. Onzinnige betichtingen van racisme aan het adres van DENK door rechts die niet fel en onvoorwaardelijk verworpen en van tegengas voorzien worden door de vele zelfbenoemde experts op het onderwerp, die wat ik opmerk zeker niet ontgaan kan zijn. Waar blijft de steun voor Simons nu zij daadwerkelijk de daad bij het woord voegt? Gewoon de algemene steun voor iemand die onze waarden deelt en zich op het strijdtoneel begeeft, niet alleen de steun wanneer zij weer eens doelwit is van racisme? Elke kleine misstap van DENK (of zelfs de mogelijkheid van een misstap) wordt aangegrepen als excuus om maar niet de gedeelde verantwoordelijkheid te hoeven nemen om het proces eerlijk te houden. Zonder het geheel in de bredere context te plaatsen van wat gebruikelijk is in de Nederlandse politiek en de unieke gebeurtenissen van deze tijd. ‘Zetelroof!’ wordt er verontwaardigd van de daken geschreeuwd, alsof de grootste partij in de peilingen niet een afscheiding is van de voornaamste regeringspartij van vandaag. Alsof afscheidingen en fusies niet behoren tot de politieke stoelendans die de Nederlandse politiek altijd al is geweest. De integriteit van Öztürk wordt breed uitgemeten in de krant in twijfel getrokken en gekoppeld aan de voor corruptie aangeklaagde Van Rey, maar wanneer dat onterecht blijkt is dat vrijwel nergens terug te vinden. De situatie in Turkije is schrijnend maar de berichtgeving vaak ook vooringenomen en voor oneigenlijke motieven ingezet. Huis-tuin-en-keuken Turkije specialisten werpen constant de huidige mensenrechtenschendingen in Turkije en de Armeense kwestie op als bewijs dat de Turkse DENK leden onbetrouwbaar zouden zijn. Dat zij zich niet loyaal aan Nederland van hun taak als Kamerleden zouden kunnen kwijten. Omdat zij niet genoeg van hun culturele achtergrond ontdaan zijn voor het establishment. Bejegening die niet alle Kamerleden in vergelijkbare posities ten deel valt. GroenLinks gooit een Turks-Nederlands raadslid uit de partij vanwege een naar verluid met de partijstandpunten onverenigbare opvatting, om vervolgens een zelfverklaard liberaal prominent op de kieslijst te plaatsten. De PvdA stelt haar Turks-Nederlandse Kamerleden voor het ultimatum om een met de PVV flirtende integratienota te steunen of uit de partij gezet te worden, maar draait om en laat Monasch wekenlang heulen met extreemrechts zonder enige consequenties daaraan te verbinden. Hoe ik dat zie is dat om een bepaald deel van het electoraat te bekoren, dat deel dat steeds minder neigt naar saamhorigheid en meer naar verdeling. Dat deel dat steeds meer neigt naar ‘de witte Nederlander maakt hier de dienst uit’. Er zijn bijna ontelbaar veel voorbeelden van zulke vergelijkbare situaties waarbij Kamerleden met meer dan alleen een Nederlandse achtergrond veel minder bewegingsruimte hebben. Zij worden eerder afgerekend en vervolgens geportretteerd als niet loyaal aan Nederland, of niet loyaal aan de dan opeens onbeweegbare partijstandpunten. Wat de gevestigde partijen doen is ongeschreven voorwaarden scheppen voor deelname aan het politiek proces. Voorwaarden gebaseerd op het eerst moeten bewijzen van loyaliteit doormiddel van wat in essentie op zelfverloochening uitkomt. Dat de verwijten van disloyaliteit ontstaan uit niet op ratio gestoelde motieven deert niet.

Wellicht is het nog niet de tijd voor een partij als DENK, maar na elf jaar Wilders en geen effectieve weerlegging van zijn politiek vraag ik mij af wanneer is het dan wel tijd voor een andere invalshoek? Nu DENK is opgestaan, een duidelijke visie heeft en bedachtzaam te werk gaat is mijn interesse in de politiek, in hun receptie en bejegening sterk gewekt. Niet alleen met oog op deze verkiezingen, maar ook met oog op het creëren van een wezenlijk alternatief voor de gevestigde partijen op de langere termijn. DENK en haar leden hoeven wat mij betreft in hun eerste rondje om de kerk niet perfect te zijn, het zijn hun intenties die mij bekoren. De manier waarop hun (kandidaat) Kamerleden zich bekwamen in publieke optredens, de rust die zij uitstralen en de kennis van zaken die zij etaleren. De positieve en inclusieve boodschap. Niet alleen durven benoemen wat er mis is, maar ook een concrete visie uiteenzetten hoe die verandering te bewerkstelligen. DENK wil institutioneel racisme niet alleen agenderen maar ook aanpakken door mogelijke veranderingen in verankerde systemen bespreekbaar te maken. Voor een Nederland waar alle inwoners op basis van wederzijdse acceptatie gelijkwaardig deelnemen. Meer dan eens is de wens naar concrete acties daartoe door velen in de antiracisme voorhoede uitgesproken. Met tien thema’s die al onze levensgebieden raken en bij elk thema tien voorstellen, schetst DENK een positief toekomstbeeld voor het Nederland waar iedereen inbrengt en bijdraagt. Dit klinkt mij als muziek in de oren, dus ik luister kritisch en aandachtig.

Natuurlijk zijn er vele stemmen die het tegenovergestelde roepen van wat ik schrijf en ik sta open voor kritische beschouwing van alles wat ik stel. Graag ga ik de discussie aan over wat goed is voor Nederland en of er een plek is voor een partij als DENK. Enige voorwaarde die ik stel is dat dat op basis van feiten gebeurt. De wijze waarop het er nu aan toe gaat is oneerlijk en onrechtvaardig en dat is uitermate teleurstellend. Te weinig zijn zich voldoende bewust van de steun die DENK genereert bij een groeiend deel van de samenleving. Nu verbolgen linkse partijen met een rancuneuze houding en rechtse partijen met hun vertrouwde afwijzing onze samenleving elkaar gevonden lijken te hebben in de bejegening van DENK, wordt er door velen met steeds meer ongeloof naar het schouwspel gekeken. De vooringenomen media die ervoor kiest om aannames en veronderstellingen te verspreiden alsof het feiten zijn, doet dat zo consequent en schaamteloos dat het bijna persoonlijk lijkt en verliest daarmee steeds meer geloofwaardigheid. Misschien kijk ik wel te positief naar DENK en projecteer ik mijn verwachtingen op hen maar tot op heden zijn er geen handelingen of uitspraken van hen geweest om dit beeld voor mij te veranderen. Toch, je hoeft mij niet te geloven op mijn woord en mijn beeld van DENK op basis daarvan over te nemen. Klik op de onderstaande link, lees zelf maar waar zij voor staan en stel jezelf de vraag of dit een sociaal contract is zoals jij dat voor ogen had.

https://www.bewegingdenk.nl/wp-content/uploads/2016/11/Verkiezingsprogramma_DENK_2017-2021.pdf
verkiezingsprogramma_denk_2017-2021_banner

Untitled

We’ve lost it in the Netherlands, well and truly lost it. Dazed by Trump’s victory in the states and the subsequent spike in hate crimes accompanied by jubilant right-wing enthusiasm, I’ve been torn between feelings of numbness and outrage. I’ve tried to remember what it is that motivates me, what it was that shaped me. What used to make me say I was Dutch, what still makes me want to say it because that’s how I feel. And why that now fills me with shame. Why now I only whisper it or pretend to say it in jest. In fear of ridicule from others or even from myself. I’ve tried to remember my forming years in this, what I thought to be a tolerant country. Was that tolerance – just as ever-growing voices proclaim – an illusion? Was it disingenuous? I’ve said those words myself. Yet now I realize it was said in anger, it was said as a plea,  as an accusation I wanted disproven. Realizing how much I wanted what my middle school teacher Meester Theo instilled in me with his teachings and demeanor to be true. That the society  I lived in  was strongly rooted in the ideas and ideals of equality and fairness, a place where people with good and honorable intentions lived and thrived.

Growing up a popular saying was ‘What happens in the States will happen over here in 10 years’. For a while now that hasn’t been true. Almost simultaneously as it happened in the States like-minded individuals found their strength and validation in their common exclusion of others. In blaming the Other. In their common proclamation of rejection of national unity. In their common cry for regression, bigotry and hatred. They were empowered, not only by their own but also by those that were supposed to bar the door. I did not hear the deafening sound of outright dismissal and disapproval I was taught the only thing appropriate. I heard acceptance and legitimization of racism, nowadays thinly veiled as ‘fear’ and ‘concern’. Intellectuals urging to keep the peace as if what is happening all around us isn’t an outright declaration of war against my being. Against the fact that I exist and do not want my humanity to be subject to terms and conditions. The symbolism of hope surrounding the election of Barack Obama as president garnered him a Nobel Peace prize just for being who he was at that point in time. Being who we needed him to be. Pulling the world back from the abyss with a message of hope. I wonder, what prize should Donald Trump be given, what does HE represent at this point in time?

I feel outraged thinking of the massive amounts of brazenly open racist statements I’d never thought to have to endure on such a regular basis. Things I’ve only read about in history books, or as an anecdote in the newspaper about someone, somewhere where I didn’t live. Things that used to be incidents, or at least perceived as such by me. Now they feel as if they’re happening next door. I feel numbed by the thought of that what I would say in reply. What I and many others have been saying repeatedly these past years. Addressing racism and in particular anti-blackness in the Netherlands has been centered around protests against the very visible practice of blackface. A saying I hear repeated by people who fashion themselves reasonable proponents of the practice is ‘leave others to their own values’. Asking to respect the practices of others if we want respect in return. What vexes me when I hear this is the lack of empathy and understanding it portrays. How can I respect your values and practices when your values and practices continually and pervasively disrespect me? This outright refusal to accept any wrongdoing from their part seems to have widened the gap and I’m not sure anymore of it can be bridged. Rather than force an honest accounting of what ails us, we as a nation have grown very much more divided. As I read all to familiar words by old and new faces I’m left thinking, what more CAN we say? What is there left to say that hasn’t already been said, crudely or eloquently? The case against racism and its many iterations has been stated following the guiding principles of this land, blunt and straight to the point using arguments backed by hard scientific evidence and historical analysis. Stated on national television with teary eyes pleading to recognize our shared humanity and to not only consider their children but also our children. This sickness we live in was confronted head-on with the strength of conviction. On our streets, in our communities, in literature, in news outlets, on social media, and all the while enduring emotional, physical and economic hardships. Risking our physical and emotional well-being. Yet to no avail it seems. I’m convinced now there’s no convincing those that don’t believe me to have the right to approach the subject of their misconduct. So now, what am I, what are we to do?

I feel strangely lost as I write this. I have no true direction as I’ve felt in most my writings, though I feel it must be written. There was a fleeting moment not too long ago where I felt a connection. Not only amongst different communities here in the Netherlands but also within communities. I don’t feel that connection anymore. We lack leadership. Those that can lead, won’t. Those that want to, can’t. Having no leadership leads to pulling in different directions. Towards fragmentation and alignments based on loyalty and friendships rather than effectiveness. I did not pay it much mind, and even when I did it was from a place of annoyance at the arrogance of others. Something I myself at times displayed. Now I feel ashamed at the thought of squandered possibilities. And now while fragmented our efforts are under threat of being in vain as the right-wing Freedom Party surges in the polls.

A few weeks ago I was sure that we had passed a point of no return, the racist figure of Black Pete was on its way out. Awareness was growing. Today I feel different, it is not enough. The others have regrouped and have found new strengths. They’re not about to let it go and so-called moderates won’t oppose them. Appeasement and seeing their ‘perspective’ is being touted as the right thing to do. And that is something I cannot do. The way things are looking now they will win our elections just as they’ve done in the States and what once took 10 years to reach us will now only have taken months.

cw12mxexaaelti-jpg-large

Wat ik ervan DENK

denk1Het was ergens rond middernacht dat ik een berg kleren stond te vouwen terwijl ik tv keek. Opeens zag ik in een flits, terwijl ik langs de kanalen zapte, ‘Turkey Coup’ en stond aan de grond genageld. WTF?! Meteen hing ik aan de telefoon met een vriendin. Stomverbaasd. Na al die jaren toch weer een ingrijpen door het Turkse leger, dat van de vader des vaderlands -Atatürk- het expliciete mandaat meegekregen heeft om de seculiere staat te beschermen. We hadden er, gezien het afglijden van de rechtsstaat en de groeiende nadruk op religie door de regering, al eerder over gespeculeerd maar de kans erop als miniem beoordeeld.

‘Eindelijk, het leger doet wat het moet doen en komt op voor het Turkse volk.’ Ik was in een jubelstemming. De democratische rechtsstaat zou weer overwinnen. Weliswaar niet op conventionele wijze, maar Turkije is in deze kwestie een geval apart. ‘Desperate times call for desperate measures,’ zei ik. Maar naarmate de nacht vorderde en er steeds meer informatie naar buiten sijpelde, bleek dat het leger of beter (wat later bleek), elementen binnen het leger, een grove misschatting hadden gemaakt. Zij hadden onvoldoende steun van het volk waar zij dachten voor op te staan. Hier sloeg mijn stemming om van een pro-leger houding naar een pro-regering houding. Maar nog altijd een pro-democratische rechtsstaat houding. Dat is immers waar het altijd op uit moet komen; democratische zelfbeschikking van volkeren. Turkije ging de straat op en uit de mond van burgers, de oppositie, de legertop en naar mijn weten de gehele Turkse pers, klonk het eensgezind: de democratisch gekozen regering moest blijven. Turkije is de tijd van militair ingrijpen ontgroeid en de Turken zijn de enige die dat besluit kunnen en mogen nemen. Dat besluit luidt dat onenigheden en conflicten langs de rechtsstatelijke weg beslecht moeten worden. Vergis je niet, dit is de verdienste van de mede door de AK partij ingezette -ongekende- economische groei die Turkije de afgelopen decennia heeft meegemaakt. Voor mij was het niet verwonderlijk dat de leden van DENK vierkant achter de regering in Ankara gingen staan. It was the right thing to do, op dat moment.  Het steunen van een democratisch gekozen regering is een logisch uitgangspunt van democratisch gekozen parlementariërs. Ondanks de spanningen waar de rechtsstaat onder staat heeft het Turkse volk ervoor gekozen om een moderne democratie te zijn, ingrijpen van het leger is niet meer nodig. Erdogan, die hen zoveel voorspoed en trots heeft gebracht had, niet verrassend, nog wat krediet.

Tijdens dit alles viel mij iets merkwaardigs op. De Amerikanen bleven stil. Europa bleef stil. Uit Incirlik, de uitvalsbasis van het Amerikaans leger, of uit Washington, kwam er geen snelle en ondubbelzinnige verwerping van de coup. Net zomin uit de Europese hoofdsteden of Brussel. Het werd al snel duidelijk voor mij (en voor de Turken zeker al helemaal) dat men de uitkomst afwachtte. Het met de belerende vinger wijzende Westen was bereid tegen de eigen idealen in te gaan. Steun voor een door het leger geïnstalleerde interim-regering was een reële optie. Toen het duidelijk werd dat de coup mislukt was, was er zelfs teleurstelling te bemerken. Toch, wederom, niet verwonderlijk. Wanneer hebben westerse idealen waarmee naar de rest van de wereld geschermd wordt het ooit gewonnen van westerse economische belangen?

Bijkomend van de teleurstelling dat de Turken hun democratie niet naar Westers goeddunken te grabbel hebben gegooid, werd de aanval op DENK geïntensiveerd. Eindelijk was er een grote, harde en zware stok om mee te slaan. Nu kon iedereen die zich tot dusverre afzijdig had gehouden -vanwege het racisme dat kritiek op de leden van DENK omkleedde- zich beroepen op de schendingen van de rechtsstaat die meteen na de coup volgden. Moedwillig werd de steun van DENK voor de regering in Ankara, voor het rechtop houden van de democratische rechtsstaat, gelijkgesteld aan onvoorwaardelijke steun voor Erdogan en al zijn overtrokken maatregelen. Ik sloeg het gade. Sinds de toetreding van Simons tot DENK ben ik er heel attent op geworden te horen wat mensen daadwerkelijk zeggen, ongeacht de woorden die zij gebruiken. Waarom, wanneer en hoe dingen worden gezegd is minstens even belangrijk als wat er gezegd wordt. De boodschap achter wat er gezegd wordt is voor steeds meer mensen klip en klaar, glashelder: Allochtone parlementsleden worden langs een veel hogere lat gelegd dan autochtone. Niet alleen door wit Nederland.

denk3

Als je als allochtone volksvertegenwoordiger niet bij elke stap die je zet een disclaimer toevoegt van twee kantjes over hoe Nederland het beste land op aarde is, wordt er aan je loyaliteit getwijfeld. Verbondenheid met het land van herkomst is een diskwalificatie. Een mening die niet in lijn is met de waan van de dag is een diskwalificatie. Niet vooraan lopen om bij elke misstap in het land van herkomst stellig van leer te trekken is een diskwalificatie. Een diskwalificatie, niet alleen als volksvertegenwoordiger, maar als intellectueel, als professional, als Nederlander. Een notie rechtstreeks uit een oriëntalistisch wereldbeeld. Uitgedragen nota bene in dit land. Dit land dat de Armeense kwestie uit volle borst genocide noemt maar het eigen optreden in Nederlands-Indië eufemistisch ‘politionele acties’. Dit land waar in fractiekamers pontificaal de vlag van een vreemde mogendheid hangt. Dit land waar burgers met toestemming dienen in het leger van die vreemde mogendheid. Dit land waar het dan niet uitmaakt dat men daar de Geneefse Conventies met enige regelmaat aan hun laars lapt. Dit land waar parlementsleden vol heimwee verwijzen naar de tijd van Apartheid in Zuid-Afrika. Dit land dat wegkijkt bij een nieuwe Apartheid in Palestina en waarvan parlementsleden op snoepreisjes gaan tussen de illegale nederzettingen. Dit land dat vol trots de gerechtshoven van de  internationale rechtsorde huisvest en de berechting van oorlogsmisdadigers faciliteert, maar waar de langzame genocide door die ene misdadiger niet deert. Dit land waar haat normaliseert. In dit land wil men massaal met het opgeheven vingertje, nog voordat alle feiten boven tafel zijn, de moraalridder uithangen. De hypocrisie in dit land zou komisch zijn ware het niet zo tragisch. Alsof we niet met zijn allen aan de rand van de afgrond staan met de PVV fier bovenaan in de peilingen.

De daden van Erdogan dienen als een schild van waarachter alles geroepen wordt en waarheden verdraaid worden zodat men een moreel verheven standpunt kan innemen. Maar het eigen aandeel in wat er nu in Turkije gebeurt ziet niemand. Waar dat land decennialang getracht heeft toenadering te zoeken tot Europa, werden zij bij voortduring uitgekotst. Ondanks hun pogingen werd het duidelijk dat het niet uitmaakt aan welke voorwaarden zij voldoen, zij zullen nooit als Europees gezien worden en dus nooit toegelaten worden tot de EU. Het Midden-Oosten en moslims zijn altijd al verbonden geweest met Europa en scheidslijnen die men nu wil hanteren zijn niet alleen onzinnig maar diep racistisch en arrogant. Mijn vermoeden is dat in Turkije dit besef doorgedrongen is en erger, geaccepteerd is. Een ontwikkeling met zorgwekkende  gevolgen inderdaad. Maar ook hier in de EU kunnen de handen niet in onschuld gewassen worden, de Europese arrogantie om de deur stijf dicht te houden heeft de voorwaarden voor de huidige ontwikkelingen daar mede geschapen. Voordat je een oordeel velt over Turkije en Turken in Nederland, besef dat goed. De enige met recht van spreken over hoe te handelen nu zijn de Turken, voor wie linksom of rechtsom de consequenties niet te overzien zijn. Doordrammen op standpunten die geen reële gevolgen hebben voor jouw leven dag tot dag is onverantwoord en hypocriet. Zeker in dit land waar men amper familieleden en vrienden durft aan te spreken op racisme of openlijk er voor uit durft te komen PVV te stemmen. Waar haal je het lef vandaan om in kwesties die niet jouw zaken zijn een antwoord te eisen onder jouw voorwaarden in de door jou gestelde termijn? Doe rustig.

Kuzu en DENK worden er van beschuldigd constant Turkije ter sprake te brengen. De omgekeerde wereld natuurlijk nu Simons vrijwel alleen over Turkse kwesties bevraagd wordt en de andere leden van DENK idem dito. De blinde vlekken in dit land worden één grote zwarte waas. Laat het dan ook net die zaken zijn, voor velen van ondergeschikt belang, die voor mij belangrijk zijn. Anti-racisme is een nagedachte in dit land. Sterker nog, van de VVD tot de SP en van GroenLinks tot D66, links en rechts, men valt over elkaar heen om met Wilders’ retoriek zieltjes te winnen. Over de ruggen van mensen zoals ik. Wat betekenen economische groei, algemene welvaart en andere zaken voor mij als ik door aanhoudend racisme geen volwaardig burger ben? Voor wit Nederland kan racisme misschien geen prioriteit zijn, voor mij en mijn naasten is het een obstakel dat als eerste geslecht moet worden. Ik ben opgegroeid met het geloof dat het op den duur goed zou komen. Van die aandoening ben ik inmiddels wel genezen. Racisme viert hoogtij, men voelt zich steeds meer gesterkt om het te uiten. En wat doet de politiek? De kwestie bagatelliseren. De kwestie vermijden. De kwestie negeren. Lip service zonder echte maatregelen. Het risico is te groot om het groeiend deel van het electoraat dat steeds racistischer wordt te vervreemden. Verkiezingen komen eraan. Betrokken en geschrokken is er maar één daadwerkelijke keuze. Een partij voor iedereen, door iedereen. Een partij die Nederlandse waarden uitdraagt waar iedereen onderdeel van kan zijn. Niet alleen voor de bühne. Een partij die mijn kwesties agendeert. Een partij waar plek is voor een divers ledenbestand dat zich richt op echte inclusiviteit. Wat er in Turkije gebeurt zal mij een zorg wezen wanneer het gaat om standpunten in Nederland. Net zoals het jullie in maart een zorg zal wezen dat de SP, ChristenUnie, PvdA, VVD, PVV, D66, CDA etc etc allemaal handjes hebben staan schudden met een oorlogsmisdadiger. Daarom zeg ik: Ik stem DENK.

denk2

‘Goed lokaal gebruik’

hqdefault

Afgelopen week stond Kuzu -lijsttrekker van DENK- als enige met een rechte rug in ons politiek centrum en weigerde om net als de keur aan salonsocialisten, labbekakkerige liberalen en koketterende christenen mooi weer te spelen met de misdadige Netanyahu. In plaats van de pathetische platitudes opperende politicus uit te hangen en te poseren voor een foto met de leider van een apartheidsstaat, weigerde Kuzu de genocide apologeet een hand toe te reiken. In plaats daarvan confronteerde hij hem met de resultaten van zijn, op zijn zachts gezegd, inhumaan beleid. Israël is door het Internationaal Gerechtshof, op luttele meters afstand van waar diens premier vol egards ontvangen wordt, meerdere malen veroordeeld voor aanhoudende schendingen van het internationaal recht. Veroordelingen zonder gevolg. Geen haan die ernaar kraait bij de grote nieuwszenders in ‘het land van de internationale rechtsorde’. Geen moment hoefde Netanyahu zich dan ook zorgen te maken om, al is het maar voor één seconde, ter verantwoording te worden geroepen. Niet alle oorlogsmisdadigers zijn gelijk, ook niet als oud-premiers de misdadigheid van hun handelen ondubbelzinnig voor ons uiteenzetten. Maar vraag de heren en dames op het Binnenhof naar Erdogan en al schuimbekkend vallen ze over elkaar heen om de eens zo bejubelde leider en heel Turkije als de afvoerput van de beschaving te schetsen. Erdogan en Turkije die als enige stelling namen toen 9 activisten in internationale wateren vermoord werden door Israëlische commando’s. Waarschijnlijk moet ik hier een disclaimer plaatsen vanwege hetgeen nu in Turkije plaatsvindt. Maarja. Dusss… waar was ik?

Oh ja, context. Volledig in lijn met de rest van de Nederlandse media, die het heus niet op DENK gemunt hebben, besluiten ze bij Lubach op Zondag om niet de algemene hypocrisie rondom Israël en Netanyahu op de korrel te nemen. Nee, want dat is wat een echt scherp en humoristisch programma zou doen. Dat is wat echte media zouden doen. Zelfs in de VS en in Israël zelf krijgt de zionistische lobby meer tegengas van de media daar dan in Nederland. Niet dat de misdaden van Israël hier niet op het netvlies staan. Het item van Lubach begint nota bene met een typering van Nederland als de ‘Westelijke Rijnoever’, een verwijzing naar de aanhoudende illegale expansiepolitiek van Israël. Dat zou nog eens een mooi item geweest zijn. Opkomen voor de Palestijnse zaak is een nagedachte die hoon verdient van de puberale, oh zo grappige, verstandelijk beperkte politieke commentators. Volgens goede Nederlandse traditie wordt er liever naar beneden getrapt. Nota bene in de week dat Netanyahu Palestijnen beticht van ‘etnische zuiveringen’ omdat ze tegen illegale nederzettingen zijn en heel de wereld de ironie daarvan inziet, kiezen zij voor het belachelijk maken van DENK. Lef om publiekelijk stelling te nemen waar het er echt toe doet ontbreekt zoals gewoonlijk. Daar waar de Daily Show Netanyahu op de hak neemt wanneer hij op zijn borst klopt in Amerikaans Congres, kiest men in Nederland voor het belachelijk maken van Kuzu. Triomfantelijk is het ‘Lubach Sloopt Kuzu’, hoe haalt die Turk het ook in zijn harses om een Israëlische premier niet op handen te dragen. Toch?

 

nytimes-cover

Nee, vooringenomen als men is in het land waar politici van regerende partijen racisme als beleid propageren, waar publiekelijke steun voor witte suprematie in oud-kolonies niet alleen uitgesproken wordt maar een verdienmodel is, is de grap waarmee afgetrapt wordt ‘Erdogan filiaaltje’. Misschien eerst even de hand in eigen boezem steken? Van politieke scherpte kunnen ze in ieder geval niet beschuldigd worden. Noch van enige kennis van het eigen vakgebied. Slappe aftreksels van The Daily Show met Jon Stewart zijn al meerdere keren jammerlijk mislukt in Nederland, zo ook met Lubach op Zondag. Waarom?  Simpel gebrek aan kennis van wat humor echt is en wanneer grappig verandert in vals en rancuneus. Voor rake humor die verder reikt dan de eigen groep is een zekere mate van zelfkennis, zelfspot én zelfbeheersing nodig. Niet meteen op de ‘easy joke’ springen en bewust zijn van de eigen bias. De olifant in de kamer. Dit is waar ook Lubach jammerlijk faalt. De uitzending van afgelopen zondag is hier een treffend voorbeeld van. Althans voor de neutrale toeschouwer. Daar waar het onderbuik gevoel welig tiert vallen grappen die dat cultiveren natuurlijk wel in de smaak. Blijkbaar is stelling nemen tegen onmenselijkheden waar anderen wegkijken, of lopen, iets wat geridiculiseerd moet worden.

Om nog een tandje bij te schakelen wordt er een vergelijking gemaakt met uitspraken van Kuzu. Met enerzijds het opgeheven vingertje van Nederland waar het gaat om normen & waarden en anderzijds het aankaarten van erkende internationale misdaden. Jawel, onenigheid over normen & waarden in Nederland staat gelijk aan uitspreken tegen misdaden tegen de menselijkheid op het internationaal toneel. Misdaden waar de daders in kwestie al daadwerkelijk voor veroordeeld zijn. Het opgeheven vingertje naar islamistische landen vinden misstaan houdt in dat we dus de andere kant op moeten kijken ten aanzien van Israël. Een hele scherpe vergelijking. Tuurlijk. Lubach sluit af met een stukje van Kuzu over respecteren van elkaars gebruiken, implicerend dus dat ook de gebruiken van Israël gerespecteerd dienen te worden op straffe van belachelijk gemaakt te worden vanwege inconsequentie. Je leest het goed, het nastreven van gelijkwaardigheid en gelijke behandeling door DENK in Nederland is iets om belachelijk te maken omdat zij niet als de rest van de Kamer Israël ook in hun waarde laten met hun genocidale gebruiken. De één zijn langzame genocide is immers de anders goed lokaal gebruik. Ofzo.

#FreePalestine

 

Beste Kiza

colorisme

Beste Kiza,

Met grote interesse heb ik het stuk ‘Het monster is niet alleen de witte man’ van jouw hand gelezen. Ik moet zeggen dat ik het na de opvallende titel wel even opkeek toen ik je zag aanvangen met wat ik niet anders kan omschrijven dan een vrij karikaturale omschrijving van het ‘antiracisme kamp’, waar ik moeite heb herkenning in te vinden; een feestelijke en gezellige stemming van een groep waar consensus in bereikt is. Er is geen consensus en al was er consensus is dit niet het overgesimplificeerde ‘de witte man is een monster dat gebroken moet worden’. Iets waar jij van op de hoogte moet zijn gezien je verwijzing naar structuren en de verhouding daarvan met de persoonlijke schuldvraag en intentie van individuen.

Tuurlijk, ik begrijp waar je op doelt en waar je naar verwijst maar om je betoog te starten met een onjuiste weergave van het landschap op aanmatigende toon is niet aan te raden. Persoonlijk ben ik een fervent voorstander van kritische beschouwing gepaard met zelfreflectie, maar dan graag wel gebaseerd op sterk onderbouwde feiten. Woorden als ‘gezellig’ en ‘feestelijk’ om een collectief aan te duiden dat racisme bestrijdt -door zich te richten op overmatig politiegeweld, traumatiserende beeldvorming en emotionele en fysieke schade die men oploopt vanwege racisme-  dragen bij aan een impliciete diskwalificatie van de omschreven groep. Om het geheel dan nog, in navolging van typeringen als ‘militant’ in de pers etc., als ‘leger’ te omschrijven onderstreept dat impliciete diskwalificeren. Ik kan mij maar moeilijk voorstellen dat je met zo’n binnenkomer tracht de stem van rede te zijn. Een stem die solidariteit, niet alleen intersectioneel denken maar ook het zijn, moet uitdragen. Misschien ben ik op dit punt al persoonlijk te verontwaardigd geraakt door de toon die gezet is, maar de omschrijvingen van Helper Whitey en Whitesplaining konden mij ook al niet bekoren. Echter, dat is bijzaak.

Nadat je op aanmatigende toon een vrij simpele analyse neergezet hebt over de antiracisme beweging verzeker je ons met de zinsnede: ‘Dit essay heeft geen enkele intentie om het breken van de witte man goed te praten of af te keuren.’, van je neutraliteit in de grote racismevraagstukken die ons land treffen. Om dan vervolgens direct met gestrekt been in te zetten op een marginale kwestie voor Afro-Nederlanders. Dit doet mij vermoeden dat de geadresseerden van je essay niet de leden van de antiracisme beweging zijn, maar haar tegenstanders. Of anders de lichtelijke met de antiracisme beweging geïrriteerde massa. Het is niet mijn intentie om hier het oordeel juist of onjuist aan op te hangen, ik wil het alleen bespreekbaar maken.  Want wanneer sommigen observeren vergeten zij vaak dat zij ook geobserveerd worden. Mijn observatie in deze is dat hetgeen je als onbesproken bestempelt en problematiseert een gegeven is dat al langer en breder dan alleen in de Nederlandse antiracisme setting aangekaart wordt, het racisme onder mensen van kleur onderling. Zwarte moslims spreken zich al jaren uit, Arabische moslims spreken hun eigen achterban aan en geleerden wijzen expliciet op Koranverzen die racisme verbieden. Nee, het is bij lange na niet genoeg en het racisme is zeker nog in sterke mate aanwezig maar wat het niet is, is onbesproken.

Als rechtstreekse afstammeling van tot slaaf gemaakten (die door toedoen van Arabische, Afrikaanse en Europese actoren zich nu als lid van een gemarginaliseerde groep bungelend aan de onderkant van deze maatschappij bevindt) ben ik mij uitermate bewust van de rol van alle actoren die daaraan hebben bijgedragen. Dat hoeft door geen één van die actoren duidelijk gemaakt te worden met verwijzing naar de ander. Ik zei net ‘met gestrekt been op een marginale kwestie voor Afro-Nederlanders’ maar laat ik het dichter bij mijzelf houden. Ik acht de Arabische slavenhandel en racisme onder Marokkanen en Turken van ondergeschikt belang vergeleken bij de grotere racismekwesties die mij treffen in dit land. Niet omdat de Trans-Atlantische slavenhandel erger was, wat wel degelijk het geval was, maar vanwege waar we wonen en de context van Nederland. Racisme en bijbehorende structuren, opvattingen en gedragingen komen voort uit het zelfbeeld en het beeld van de ander. In Nederland is dit zelfbeeld (en het beeld van de ander) ontstaan uit de concrete handelingen en overtuigingen (van Nederland zelf) die, gedeeld met omringende samenlevingen, bijgedragen hebben aan systematische -in cultuur, wetenschap en religie verankerde- denkbeelden. Het klopt ook dat deze denkbeelden niet alleen voorbehouden zijn aan witte Nederlanders. Toch,  hier komt het, zij zijn wel de eerste waar wij op moeten richten, als je het mij vraagt. Ik zal proberen te verduidelijken waarom. Intersectionaliteit is een mooi en verhelderend begrip maar ik heb ten aanzien ervan een wellicht controversiële mening. Namelijk, dat het niet bevorderlijk is in het afbreken van structuren om alles tegelijk te willen doen. Naar mijn mening moet er kritisch gekeken worden naar welke stap in het dekoloniseren van onze maatschappij helpt de volgende stap in dat proces te realiseren. Zo ook in de relatie Racisme versus Colorisme. Begrijp mij niet verkeerd, racisme tussen allochtonen onderling en colorisme is wel degelijk een probleem, doch niet een probleem dat wij mijn inziens moeten prioriteren boven onze andere problemen. De antiracisme beweging in Nederland richt zich voornamelijk op het ontmantelen van institutioneel racisme en hoe je het ook wendt of keert de macht die dat in stand houdt is wit.

In Nederland is racisme, naar de regels van de seculiere democratische rechtstaat, verboden en dit wordt aan de oppervlakte ook zo uitgedragen. De strijd die nu gevoerd wordt is er niet eentje voor het codificeren van rechtsregels of afdwingen van (grond)rechten op dit gebied. Die strijd is al geleverd. Waar nu om gestreden wordt is de intrinsieke morele verplichting die wij allen zouden moeten voelen om elkaar gelijk te behandelen en te bejegenen gemeengoed te maken. De strijd om het doen wat juist, omdat het juist is. In deze strijd worden obstakels opgeworpen door de uitwassen van wat Robin Diangelo White Fragility noemt en Professor Wekker in de Nederlandse context omschrijft als Witte Onschuld. In deze fase van de strijd, in Nederland, moet  mijn inziens het voornaamste doel zijn de grootste groep, de dominante groep, de witte Nederlanders, zo ver te krijgen dat er een breed gedragen en uitgebreide blik ontstaat op wat racisme is in al haar facetten en verschijningen. Colorisme daar aan ondergeschikt maken is niet hetzelfde als het goedpraten van colorisme, of het ophouden van schijngezelligheid op dit punt. Als wij racisme door het bovenstaande marginaliseren in onze samenleving ontnemen wij ook de racisten in onze eigen sub-gemeenschappen de voedingsbodem die zij nodig hebben om te gedijen. In tegenstelling tot wat men ons wil doen geloven integreren allochtonen groepen wel degelijk en nemen wij zeer zeker Nederlandse normen en waarden over.  Als wij als allochtonen dan ook nog eens een aandeel hebben in deze normen en waarden zullen die zeker langs alle etnische lijnen navolging vinden.

Natuurlijk zullen er in landen van herkomst racistische sentimenten blijven bestaan, maar dat is voor die maatschappijen om mee te worstelen. Ik kan alleen maar hopen dat wat wij als samenleving met elkaar bereiken als een olievlek navolging vindt in landen van herkomst. Intersectioneel denken moeten we zeker blijven doen maar intersectioneel handelen, als in zaken tegelijk en door elkaar heen aanpakken, moet wat mij betreft tegen de lat van praktische toepasbaarheid gelegd worden teneinde idealisme effectiviteit niet te laten ondermijnen.

 

Hoogachtend,

Roderick

 

 

 

Vrijheid van Meningsuiting 

1280x720-7wy
Toen Fortuyn opkwam in 2001 en de boel op stelten zette met zijn Puinhopen van 8 jaar Paars was ik verontwaardigd door wat er gesteld werd. Niet dat ik het boek gelezen had, maar de strekking was vrij duidelijk. Alles wat ervoor gezorgd had dat ik als allochtone jongere kansen kreeg was opeens het aller slechtste wat het land ooit overkomen was. De multiculturele samenleving was mislukt en Nederland ging gebukt onder alle bijstandstrekkende allochtonen. Dat we niet altijd even gewenst waren, dat wist ik. Maar mislukt? Het ergste wat het land overkomen was? Hadden we het dan zo bont gemaakt? Misschien was over auto’s heen lopen onderweg naar huis van de kermis toch niet zo’n goed idee.

Voor en tijdens deze periode begon ik mij lichtjes te interesseren in de politiek. Ving hier en daar wat op en Lubbers en Kok grossierden in de statigheid van Ministers van Staat (ja, ik had een veel te romantisch beeld). Andere politici kende ik amper, van Hirsch Ballin pronkte ooit een cartoon in de High Times maandblad van mijn stiefvader maar meer niet. Wat ik wel eerder meekreeg was dat er ene Janmaat van de Centrum Democraten allerlei racistische dingen riep. Ondanks de vrijheid van meningsuiting werd dit door de overheid aan banden gelegd. Ik berustte mij in de overtuiging dat in een beschaafd en ontwikkeld land zoals Nederland zulke sentimenten nooit echt voet aan de grond zouden krijgen. Niet meer. Tuurlijk, er waren mensen die het eens waren met Janmaat maar die zaten in de marge. Vreemde vogels die we maar moesten negeren. Intussen had ik natuurlijk al op de basisschool gehoord van de vrijheid van meningsuiting. Van het verschil tussen ‘je bent een klootzak’ en ‘ik vind je een klootzak’. Een groot goed, dat alleen beperkt werd door de toen nog hoog in het vaandel prijkende tolerantie en de heersende positieve vooruitzichten en Zeitgeist.

Gaandeweg de eeuwwisseling begon de economie terug te lopen, de euro werd ingevoerd en mensen merkten het in hun portemonnee. Lontjes werden kort. Zondebokken werden gezocht, en gevonden. Ik heb ergens opgevangen dat tegenslag een goede graadmeter is voor karakter, dat is inderdaad zo gebleken. Het is geen toeval dat in heel West-Europa aan beide zijden van het spectrum dezelfde sentimenten geuit worden. Enerzijds dezelfde hoop en geloof in het samen maken van de samenleving versus anderzijds het zichzelf wentelen in slachtofferschap en de vermoorde onschuld. Dat laatste gaat steeds meer gepaard met agressieve en gewelddadige uitingen. Dit is onder meer het gevolg van een in de volksmond steeds verder uitbreidende (onjuiste) betekenis die gegeven wordt aan de vrijheid van meningsuiting die aan (en door) de massa, in een waan van verontwaardiging, een verlies van een niet bestaand privilege propageert. Frappant genoeg zijn het de ultranationalisten die invloed vanuit Europa vervloeken die zich in dit opzicht -zij het vanuit een verkeerd begrip- het meest beroepen op de verworvenheden van de Europese integratie. Onze grondwet kent de formulering ‘vrijheid van meningsuiting’ namelijk niet. Artikel 7 van de Grondwet (GW), het artikel van de Grondwet dat men hierbij in gedachten heeft, is het artikel dat het vereiste van voorafgaand verlof (preventieve maatregelen vanuit de overheid) voor uitingen via de drukpers (en andere uitingsmiddelen) uitsluit, waar de vrijheid van meningsuiting van afgeleid wordt. Het is artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) dat de expliciete bewoording ‘een ieder heeft het recht op vrijheid van meningsuiting’ bevat en waar de bescherming van het artikel reikt tot een zekere vorm van overdrijving waar zelfs een bepaalde mate van provocatie onder valt. Maar zelfs het ruimere artikel 10 EVRM geeft, net als artikel 7 GW, rechtmatige beperkingen die volgens wet gesteld kunnen worden (er zijn meer artikelen maar dit zijn de belangrijkste). Niet alleen de strafrechtartikelen voor belediging, smaad en laster vallen onder de toegestane beperkingen maar ook lagere regelingen, ongeschreven regels en beroepscodes, mits voldoende toegankelijk. Dit geldt niet alleen voor de verticale werking (overheid – burger) maar ook voor de horizontale werking (burgers onderling) die in artikel 7 GW wederom beperkter van aard is dan bij een beroep op artikel 10 EVRM.

Op hetzelfde moment dat de ‘ongebreidelde recht van belediging’ versie van de vrijheid van meningsuiting verdedigd wordt, tonen de gegriefde reacties op een algemene aanspraak door ‘streepjes-Nederlanders’ op de vrijheid van meningsuiting (zoals deze daadwerkelijk bedoeld is), feilloos waar het pijnpunt zit. Het pijnpunt zit hem in gelijke bejegening. Het zal waarschijnlijk moeilijk zijn om, in een wereld waar je als standaard en norm genomen wordt voor alles wat goed en fijn is, van hen te horen die dat in jouw (onbewuste) overtuiging niet zijn, dat je dat niet bent. Dat er niks speciaals aan je is, dat je gewoon een mens bent en ondanks al je individualiteit net als alle andere mensen een product bent van je maatschappij en de maatschappij van onze geschiedenis. Dat de vele opvattingen die je hebt over anderen, die geuit worden in grapjes, sneren en verwensingen over die anderen, voor die anderen (die niet zijn wat jij bent), ketens uit het verleden symboliseren en continueren. Dat je verongelijkte gevoelens -die ongecontroleerd boven komen drijven wanneer ‘de verkeerde’ aan zijn of haar irritant goed onderbouwde mening uiting geeft- voortkomen uit een overtuiging daar boven te staan en niet onderworpen te hoeven worden aan zulke ongemakken. Dat jouw gedrag onmogelijk door de ‘koffiejuffrouw’ en de ‘schoonmaker’ met dezelfde middelen en begrippen die jij inzet bij anderen geanalyseerd kan worden. Want jij bent wit. Onderbouwde argumenten? Een ‘nietes’ volstaat. Emeritus Hoogleraar? Positieve discriminatie. Cijfers, rapporten en verklaringen? Linkse propaganda, tenminste als zij de schuld niet bij etniciteit leggen. Als er al onverhoopt tussen de verwijzingen naar een genetisch criminele of een van nature luie aanleg een argument van enige waarde wordt geformuleerd, wordt dit gedaan onder valse voorwendselen en vanuit verkeerde vooronderstellingen. Valse voorwendselen die voortvloeien uit het eigen rigide en ongenuanceerde wereldbeeld doorspekt met zelfmedelijden. Het wentelen in slachtofferschap. Introspectie en zelfreflectie wordt van anderen geëist maar ontbreekt volledig op de eigen ‘nog te doen’ lijst. Net als bij de interpretatie van het recht op vrije meningsuiting ontbreekt het vermogen om te schakelen tussen algemene bewoordingen, specifieke omstandigheden per geval en uitzonderingen op de regel.

De reden waarom Zwarte Piet symbolisch zo goed past bij de hele racismekwestie in Nederland is het gemak waarmee parallellen getrokken kunnen worden voor het geheel. Zo ook hier. Het verwijt ‘Zwarte Piet is racisme’ aan de maatschappij wordt ondanks het ultieme geloof in individualisme gezien als een persoonlijke aanval. Net zoals de uitspraak ‘Nederland is een racistisch land’. Dat Nederland als geheel racistische denkbeelden reproduceert uit de koloniale tijd maakt de individuele Nederlander niet per definitie schuldig, of een racist. Het maakt ons wel allen verantwoordelijk voor het oplossen ervan. Wat je wel een racist maakt is het vooraf diskwalificeren van wetenschappers of (kandidaat) politici op hun uiterlijk of afkomst, denigrerende taal bezigen tegen onbekenden op dezelfde grond en het gebruik van racistische stereotyperingen om te kwetsen omdat je een discussie aan het verliezen bent. Het inzetten van je sociale positie en podium om snerende  columns te schrijven over hen die geen vergelijkbare podia hebben om te reageren, om vervolgens zelfvoldaan achterover te leunen in de gedachte ‘zo, die heb ik even op hun plek gezet’. Wat je een racist maakt is het aanhoudend bagatelliseren van racisme in dit land terwijl bij elke onwelgevallige mening van een niet in de pas lopende allochtone bekendheid, of een ‘land verradende’ autochtoon, de ‘apen, geiteneukers, uitkeringstrekkers en (zand)negers’ ons om de oren vliegen. Ik heb niet de illusie dat dit stuk indruk zal maken op de in perpetuele slachtofferschap wentelende witte racisten wiens gevoelens zo gekwetst worden door de inzet van de sociale wetenschap dat zij hele universiteiten afschrijven, maar irriteren zal het ze wel. Ik, en velen met mij, (zwart en wit) hoef namelijk niet racistisch en denigrerend te zijn om mijzelf beter te voelen dan een ander. Het beperkte redeneringsvermogen gepaard met kinderachtige emotionele uitbarstingen die wij dagelijks mogen aanschouwen doen al genoeg voor ons.