Maandelijks archief: november 2016

Wie DENK jij dat je bent?



Wat is het dat er verwacht wordt van migranten en hun kinderen, van nieuwkomers, van voorheen koloniale subjecten, van Caribische-Nederlanders? Moeten wij ons Nederlands voelen en Nederlands gedragen, of moeten wij naar ‘echte’ Nederlanders luisteren en doen wat zij ons opdragen?

Vroeger, toen alles beter was en ik regelmatig spijbelde van school, maakte ik lange wandelingen door Hoogvliet. Tijdens deze wandelingen zijn mijn gedachten meer dan eens afgedwaald naar mijn verantwoordelijkheden en waar die nou vandaan kwamen. ‘Waarom zou ik moeten doen wat al die andere mensen mij vertellen om te doen? In de keuzes die zij mij stellen heb ik nooit enig aandeel gehad en hoe kan ik afspraken schenden die ik nooit gemaakt heb?’ De conclusies die ik trok waren op die leeftijd natuurlijk altijd zo dat ik er met minder verantwoordelijkheden van afkwam. Lang heb ik die gedachtegang gebruikt om mijn  maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontlopen en een egoïstische, op mijzelf gecentreerde levensvisie te na te streven. Iets wat eigenlijk niet in mijn aard ligt. Nadat ik eenmaal voor mezelf besloot dat ik een volwaardig onderdeel van de maatschappij wilde zijn heb ik het concept van een ‘sociaal contract’ ontdekt. Toen viel alles op zijn plaats. Wat het was waar ik aan deel wilde nemen en, vooral ook, wat het was dat mij daarvan weerhouden heeft.

Door verschillende filosofen zijn er door de tijden heen uiteenlopende uitwerkingen geweest van het sociaal contract, ook wel het maatschappelijk verdrag genoemd. Voor mij komt het neer op het opgeven van persoonlijke vrijheden in ruil voor het algemeen belang en inbreng om te bepalen wat dat algemeen belang concreet is. De persoonlijke vrijheden die opgegeven worden zijn onder andere het opgeven van het recht om eigen rechter te zijn en om bijvoorbeeld geweld in te zetten, door dat aan onze overheid over te laten. Onze inbreng in het bepalen van wat het algemeen belang is komt tot uiting in het passief en het actief stemrecht dat elke burger toekomt. Wij kunnen stemmen op partijen die onze visie op de maatschappij uitdragen en zelf actief deelnemen aan het politiek proces als vertegenwoordiger. Wat bij mij als tiener weerstand opleverde (wat ik later pas begreep) was het gevoel geen onderdeel te zijn van dat contract, van het maatschappelijk verdrag. Het is een perspectief dat vele met een vergelijkbare afkomst als de mijne delen, Nederland is niet van ons. Zo bedoeld of niet, dat is het gevoel dat de Nederlandse samenleving ons geeft. Het gevolg daarvan is dat het geloof ontstaat dat het sociaal contract geen betrekking op ons heeft. Ik hoor dat sentiment nog altijd gedeeld worden, een acceptatie van onvolwaardig burgerschap.

In mijn zoektocht naar mijn identiteit ben ik van heel erg Antilliaans-Nederlands, naar Nederlands-Antilliaans gegaan en heen en weer. Nergens heb ik mij zo thuis gevoeld als tijdens vakanties op de Antillen, tegelijkertijd beseffend dat ik er niet lang zou kunnen wonen want ik zou Nederland ontzettend missen. Het klinkt heel simpel maar het duurde even voordat ik het kon begrijpen en erin kon berusten Antilliaans én Nederlands te zijn. Te weten en te waarderen dat mijn Nederlands zijn niet is wat Antillianen denken dat het is en dat mijn Antilliaans zijn niet is wat Nederlanders denken dat het is. Dat ik dat zelf bepaal. Dat die twee identiteiten in de context van de geschiedenis en mijn leven enorm verschillen en tegelijkertijd hetzelfde zijn. Vanuit deze visie is het dat ik deelneem aan maatschappelijke debatten, dat ik stem, dat ik tweet. Dat ik schrijf en mijn gedachtes deel.

Samen met de migranten, hun kinderen, de nieuwkomers, de voorheen koloniale subjecten, de Caribische-Nederlanders en alle anderen die zich in Nederland bevinden en willen bijdragen aan de maatschappij heb ik de bewuste keuze gemaakt om mijzelf niet alleen een volwaardig burger te achten maar mij er ook naar te gedragen. Er zijn echter nog velen die zich niet gesterkt voelen deze keuze te maken. Zij zien in de huidige politiek, van links tot rechts en alles wat er tussen zit of tegenaan hangt, geen representatie van wie zij zijn. Dat begrijp ik. Zij zien al jaren een afwijzing van wie zij zijn. Expliciet in uitingen van Wilders en de premier, maar ook impliciet in de compromissen van de PvdA nu zij deelnemen aan een regering met de VVD. Zij zien het in het gemak waarmee SP prominenten bepaalde uitspraken doen en vriendelijkheden uitwisselen met zelfverklaarde racisten. Zij zien het in de overtrokken en beschadigende opstelling van GroenLinks bij het kandidaat lijsttrekkerschap van Tofik Dibi. Zij zien het in de in elkaar gekunstelde ondemocratische samenwerking van het CDA met de ondemocratische PVV. Zij zien het overal in de politiek. Zij zien het in de onkunde om de rug te rechten en Wilders echt van repliek te dienen, met een eigen verhaal en eigen handelingen van inclusiviteit. Zij zien het in de assimilatie van de al zo in geringe aantal zijnde niet-witte Kamerleden. Om van invloed te kunnen zijn binnen en gevestigde politieke partij moet je dusdanig cultureel Nederlands zijn dat je afkomst geen waarde meer heeft, positief of negatief. Je moet van je ‘kleur’ en cultuur ontdaan zijn. Behalve natuurlijk als het ‘lekker exotisch’ is. Je Nederlands moet beter zijn dan dat van de gemiddelde Nederlander en dat van menig Kamerlid. Je standpunten mogen zich niet teveel richten op je culturele achtergrond om geen twijfel aan je loyaliteit te doen rijzen. Tegelijkertijd wordt je achtergrond er constant aan de haren bij gesleept, of het voor het onderwerp relevant is of niet. Deelname (aan de politiek) in de gevestigde partijen is deelname aan iets wits, niet aan iets Nederlands. Dit is niet hoe ik het sociaal contract voor ogen had, daarom denk ik aan verandering. Wij verkiezen ervoor ergens vóór te kiezen, voordat we weer in de situatie belanden ergens tegen te moeten kiezen vanuit een gebrek aan een beter alternatief.

Instituties met alleen maar witte mensen zijn niet per definitie fout of slecht, maar de kans op eenzijdige belichting van kwesties is wel groter. Maak echt gebruik van de diversiteit in dit land. In een wereld die in een stroomversnelling zit van verandering, kunnen we juist van verandering onze kracht maken. Verschillende perspectieven op waarde kunnen schatten is daar een groot onderdeel van.

Dat steeds meer mensen niet alleen in Nederland willen wonen maar ook actief willen bijdragen moet juist stemmen tot vreugde. Het is volkomen in lijn met de Nederlandse ambities en waarden van zelfontplooiing dat er een partij opstaat die denkt dat het anders moet, daar plannen voor aandraagt en deze volgens onze democratische methodes wil realiseren. Wat mij daarom dwars zit en prikkelbaar maakt is de onheuse bejegening van DENK. Dat rechts het niet zitten dat twee Turkse-Nederlanders een partij oprichten is te verwachten. Zij begrijpen dat DENK pal tegenover hen staat en zich niet laat intimideren. Wat mij meer stoort is de reactie op links en van velen in het antiracisme kamp. Het meegaan met de vooringenomen persoonlijke aanvallen, insinuaties en diskwalificaties op grond van de culturele achtergrond van de leden. Linkse lieden die ongegeneerd DENK vergelijken met de PVV en de huidige polarisatie in hun schoenen proberen te schuiven, een aanklacht zo belachelijk dat ik mij genoodzaakt voel de motieven van diegenen die dat roepen in twijfel te trekken. Onzinnige betichtingen van racisme aan het adres van DENK door rechts die niet fel en onvoorwaardelijk verworpen en van tegengas voorzien worden door de vele zelfbenoemde experts op het onderwerp, die wat ik opmerk zeker niet ontgaan kan zijn. Waar blijft de steun voor Simons nu zij daadwerkelijk de daad bij het woord voegt? Gewoon de algemene steun voor iemand die onze waarden deelt en zich op het strijdtoneel begeeft, niet alleen de steun wanneer zij weer eens doelwit is van racisme? Elke kleine misstap van DENK (of zelfs de mogelijkheid van een misstap) wordt aangegrepen als excuus om maar niet de gedeelde verantwoordelijkheid te hoeven nemen om het proces eerlijk te houden. Zonder het geheel in de bredere context te plaatsen van wat gebruikelijk is in de Nederlandse politiek en de unieke gebeurtenissen van deze tijd. ‘Zetelroof!’ wordt er verontwaardigd van de daken geschreeuwd, alsof de grootste partij in de peilingen niet een afscheiding is van de voornaamste regeringspartij van vandaag. Alsof afscheidingen en fusies niet behoren tot de politieke stoelendans die de Nederlandse politiek altijd al is geweest. De integriteit van Öztürk wordt breed uitgemeten in de krant in twijfel getrokken en gekoppeld aan de voor corruptie aangeklaagde Van Rey, maar wanneer dat onterecht blijkt is dat vrijwel nergens terug te vinden. De situatie in Turkije is schrijnend maar de berichtgeving vaak ook vooringenomen en voor oneigenlijke motieven ingezet. Huis-tuin-en-keuken Turkije specialisten werpen constant de huidige mensenrechtenschendingen in Turkije en de Armeense kwestie op als bewijs dat de Turkse DENK leden onbetrouwbaar zouden zijn. Dat zij zich niet loyaal aan Nederland van hun taak als Kamerleden zouden kunnen kwijten. Omdat zij niet genoeg van hun culturele achtergrond ontdaan zijn voor het establishment. Bejegening die niet alle Kamerleden in vergelijkbare posities ten deel valt. GroenLinks gooit een Turks-Nederlands raadslid uit de partij vanwege een naar verluid met de partijstandpunten onverenigbare opvatting, om vervolgens een zelfverklaard liberaal prominent op de kieslijst te plaatsten. De PvdA stelt haar Turks-Nederlandse Kamerleden voor het ultimatum om een met de PVV flirtende integratienota te steunen of uit de partij gezet te worden, maar draait om en laat Monasch wekenlang heulen met extreemrechts zonder enige consequenties daaraan te verbinden. Hoe ik dat zie is dat om een bepaald deel van het electoraat te bekoren, dat deel dat steeds minder neigt naar saamhorigheid en meer naar verdeling. Dat deel dat steeds meer neigt naar ‘de witte Nederlander maakt hier de dienst uit’. Er zijn bijna ontelbaar veel voorbeelden van zulke vergelijkbare situaties waarbij Kamerleden met meer dan alleen een Nederlandse achtergrond veel minder bewegingsruimte hebben. Zij worden eerder afgerekend en vervolgens geportretteerd als niet loyaal aan Nederland, of niet loyaal aan de dan opeens onbeweegbare partijstandpunten. Wat de gevestigde partijen doen is ongeschreven voorwaarden scheppen voor deelname aan het politiek proces. Voorwaarden gebaseerd op het eerst moeten bewijzen van loyaliteit doormiddel van wat in essentie op zelfverloochening uitkomt. Dat de verwijten van disloyaliteit ontstaan uit niet op ratio gestoelde motieven deert niet.

Wellicht is het nog niet de tijd voor een partij als DENK, maar na elf jaar Wilders en geen effectieve weerlegging van zijn politiek vraag ik mij af wanneer is het dan wel tijd voor een andere invalshoek? Nu DENK is opgestaan, een duidelijke visie heeft en bedachtzaam te werk gaat is mijn interesse in de politiek, in hun receptie en bejegening sterk gewekt. Niet alleen met oog op deze verkiezingen, maar ook met oog op het creëren van een wezenlijk alternatief voor de gevestigde partijen op de langere termijn. DENK en haar leden hoeven wat mij betreft in hun eerste rondje om de kerk niet perfect te zijn, het zijn hun intenties die mij bekoren. De manier waarop hun (kandidaat) Kamerleden zich bekwamen in publieke optredens, de rust die zij uitstralen en de kennis van zaken die zij etaleren. De positieve en inclusieve boodschap. Niet alleen durven benoemen wat er mis is, maar ook een concrete visie uiteenzetten hoe die verandering te bewerkstelligen. DENK wil institutioneel racisme niet alleen agenderen maar ook aanpakken door mogelijke veranderingen in verankerde systemen bespreekbaar te maken. Voor een Nederland waar alle inwoners op basis van wederzijdse acceptatie gelijkwaardig deelnemen. Meer dan eens is de wens naar concrete acties daartoe door velen in de antiracisme voorhoede uitgesproken. Met tien thema’s die al onze levensgebieden raken en bij elk thema tien voorstellen, schetst DENK een positief toekomstbeeld voor het Nederland waar iedereen inbrengt en bijdraagt. Dit klinkt mij als muziek in de oren, dus ik luister kritisch en aandachtig.

Natuurlijk zijn er vele stemmen die het tegenovergestelde roepen van wat ik schrijf en ik sta open voor kritische beschouwing van alles wat ik stel. Graag ga ik de discussie aan over wat goed is voor Nederland en of er een plek is voor een partij als DENK. Enige voorwaarde die ik stel is dat dat op basis van feiten gebeurt. De wijze waarop het er nu aan toe gaat is oneerlijk en onrechtvaardig en dat is uitermate teleurstellend. Te weinig zijn zich voldoende bewust van de steun die DENK genereert bij een groeiend deel van de samenleving. Nu verbolgen linkse partijen met een rancuneuze houding en rechtse partijen met hun vertrouwde afwijzing onze samenleving elkaar gevonden lijken te hebben in de bejegening van DENK, wordt er door velen met steeds meer ongeloof naar het schouwspel gekeken. De vooringenomen media die ervoor kiest om aannames en veronderstellingen te verspreiden alsof het feiten zijn, doet dat zo consequent en schaamteloos dat het bijna persoonlijk lijkt en verliest daarmee steeds meer geloofwaardigheid. Misschien kijk ik wel te positief naar DENK en projecteer ik mijn verwachtingen op hen maar tot op heden zijn er geen handelingen of uitspraken van hen geweest om dit beeld voor mij te veranderen. Toch, je hoeft mij niet te geloven op mijn woord en mijn beeld van DENK op basis daarvan over te nemen. Klik op de onderstaande link, lees zelf maar waar zij voor staan en stel jezelf de vraag of dit een sociaal contract is zoals jij dat voor ogen had.

https://www.bewegingdenk.nl/wp-content/uploads/2016/11/Verkiezingsprogramma_DENK_2017-2021.pdf
verkiezingsprogramma_denk_2017-2021_banner

Advertenties

Untitled

We’ve lost it in the Netherlands, well and truly lost it. Dazed by Trump’s victory in the states and the subsequent spike in hate crimes accompanied by jubilant right-wing enthusiasm, I’ve been torn between feelings of numbness and outrage. I’ve tried to remember what it is that motivates me, what it was that shaped me. What used to make me say I was Dutch, what still makes me want to say it because that’s how I feel. And why that now fills me with shame. Why now I only whisper it or pretend to say it in jest. In fear of ridicule from others or even from myself. I’ve tried to remember my forming years in this, what I thought to be a tolerant country. Was that tolerance – just as ever-growing voices proclaim – an illusion? Was it disingenuous? I’ve said those words myself. Yet now I realize it was said in anger, it was said as a plea,  as an accusation I wanted disproven. Realizing how much I wanted what my middle school teacher Meester Theo instilled in me with his teachings and demeanor to be true. That the society  I lived in  was strongly rooted in the ideas and ideals of equality and fairness, a place where people with good and honorable intentions lived and thrived.

Growing up a popular saying was ‘What happens in the States will happen over here in 10 years’. For a while now that hasn’t been true. Almost simultaneously as it happened in the States like-minded individuals found their strength and validation in their common exclusion of others. In blaming the Other. In their common proclamation of rejection of national unity. In their common cry for regression, bigotry and hatred. They were empowered, not only by their own but also by those that were supposed to bar the door. I did not hear the deafening sound of outright dismissal and disapproval I was taught the only thing appropriate. I heard acceptance and legitimization of racism, nowadays thinly veiled as ‘fear’ and ‘concern’. Intellectuals urging to keep the peace as if what is happening all around us isn’t an outright declaration of war against my being. Against the fact that I exist and do not want my humanity to be subject to terms and conditions. The symbolism of hope surrounding the election of Barack Obama as president garnered him a Nobel Peace prize just for being who he was at that point in time. Being who we needed him to be. Pulling the world back from the abyss with a message of hope. I wonder, what prize should Donald Trump be given, what does HE represent at this point in time?

I feel outraged thinking of the massive amounts of brazenly open racist statements I’d never thought to have to endure on such a regular basis. Things I’ve only read about in history books, or as an anecdote in the newspaper about someone, somewhere where I didn’t live. Things that used to be incidents, or at least perceived as such by me. Now they feel as if they’re happening next door. I feel numbed by the thought of that what I would say in reply. What I and many others have been saying repeatedly these past years. Addressing racism and in particular anti-blackness in the Netherlands has been centered around protests against the very visible practice of blackface. A saying I hear repeated by people who fashion themselves reasonable proponents of the practice is ‘leave others to their own values’. Asking to respect the practices of others if we want respect in return. What vexes me when I hear this is the lack of empathy and understanding it portrays. How can I respect your values and practices when your values and practices continually and pervasively disrespect me? This outright refusal to accept any wrongdoing from their part seems to have widened the gap and I’m not sure anymore of it can be bridged. Rather than force an honest accounting of what ails us, we as a nation have grown very much more divided. As I read all to familiar words by old and new faces I’m left thinking, what more CAN we say? What is there left to say that hasn’t already been said, crudely or eloquently? The case against racism and its many iterations has been stated following the guiding principles of this land, blunt and straight to the point using arguments backed by hard scientific evidence and historical analysis. Stated on national television with teary eyes pleading to recognize our shared humanity and to not only consider their children but also our children. This sickness we live in was confronted head-on with the strength of conviction. On our streets, in our communities, in literature, in news outlets, on social media, and all the while enduring emotional, physical and economic hardships. Risking our physical and emotional well-being. Yet to no avail it seems. I’m convinced now there’s no convincing those that don’t believe me to have the right to approach the subject of their misconduct. So now, what am I, what are we to do?

I feel strangely lost as I write this. I have no true direction as I’ve felt in most my writings, though I feel it must be written. There was a fleeting moment not too long ago where I felt a connection. Not only amongst different communities here in the Netherlands but also within communities. I don’t feel that connection anymore. We lack leadership. Those that can lead, won’t. Those that want to, can’t. Having no leadership leads to pulling in different directions. Towards fragmentation and alignments based on loyalty and friendships rather than effectiveness. I did not pay it much mind, and even when I did it was from a place of annoyance at the arrogance of others. Something I myself at times displayed. Now I feel ashamed at the thought of squandered possibilities. And now while fragmented our efforts are under threat of being in vain as the right-wing Freedom Party surges in the polls.

A few weeks ago I was sure that we had passed a point of no return, the racist figure of Black Pete was on its way out. Awareness was growing. Today I feel different, it is not enough. The others have regrouped and have found new strengths. They’re not about to let it go and so-called moderates won’t oppose them. Appeasement and seeing their ‘perspective’ is being touted as the right thing to do. And that is something I cannot do. The way things are looking now they will win our elections just as they’ve done in the States and what once took 10 years to reach us will now only have taken months.

cw12mxexaaelti-jpg-large