Maandelijks archief: mei 2016

Aanklacht of Pleidooi

Twitter Logo

Lange tijd heb ik de gewoonte gehad om bij het wakker worden meteen het nieuws of het journaal op te zetten. Het haalt me uit de slaapstand en activeert de hersenen. Zonder ben ik veel te veel geneigd om maar weer om te draaien en door te slapen. Al enkele jaren werk ik nu middagen en avonden waardoor ik het ochtendnieuws mis. Twitter is een meer dan waardige vervanger gebleken, een betere zelfs. Twitter is actueler, interactief en veelomvattender. Keerzijde is dat ook mindere zaken koud op je dak komen, zo bij het wakker worden.

Gisteren werd ik weer wakker met dit vertrouwde ritueel en werd geconfronteerd met een bekend fenomeen; het gedraai rond en het minimaliseren en goedpraten van racisme. Het is gemeengoed geworden dat mensen die racisme nauwelijks kunnen definiëren, noch lived experiences hebben, weloverwogen en onderbouwde standpunten in twijfel trekken met erbarmelijk slecht geschreven, doch wel groot uitgemeten stukken, krantenartikelen en blogs. Een artikel bevroeg of die Chinese reclame wel racistisch was met een betoog dat zich richtte op onwetendheid, iets wat geenszins de geuite onwenselijkheid van zwart zijn weerlegde. De NTR die de hakken in het zand zet en vraagt of we nog even een decennium willen wachten met racisme uit  het sinterklaasfeest te verbannen. Voor de goede orde ook nog de op het oog doodnormale mensen die met fysiek geweld dreigen omdat BN’ers een brief ondertekend hebben. Vanuit de emotie deed ik wat ik vaak vermijd, een reeks tweets afvuren vanuit gevoel in tegenstelling tot ratio. De reeks eindigde met een paar opmerkingen en observaties over de anti-racisme beweging. Over de richting, de focus en de doelgroep van verschillende inzetten die gepleegd worden teneinde het racisme in Nederland te beslechten. Mijn inziens is dit te weinig gericht op de mensen die de kennis, die de beweging heeft, broodnodig hebben, en teveel gericht op het houden van steeds door dezelfde mensen bezochte bijeenkomsten. Weliswaar op prachtige locaties, in mooie zalen en met prominente gasten maar toch zonder degenen voor wie gesproken wordt.

Met deze blog probeer ik wat dieper in te gaan op wat ik stelde in de voorgenoemde tweets. Neem bijvoorbeeld Gloria Wekker, een briljante vrouw met rake inzichten en dat al sinds de jaren ’80. Zelf ben ik opgegroeid in Hoogvliet Rotterdam in een vrij zwarte omgeving. Vrijwel al mijn vrienden waren zwart, kansarm en rebels. We waren met tientallen, meer dan honderd soms. We waren niet heel significant anders dan onze witte leeftijdsgenoten, toch ervoeren wij dat wel zo. Veel van wat Wekker beschreef als alledaags racisme waren nou precies die dingen waar mijn vrienden en ik ons zo boos over konden maken. De onrechtvaardigheid waar we steeds meer verbolgen over raakten, wat ons de overtuiging gaf er niet en nooit bij te kunnen horen. Wij waren koppig en weigerden te erkennen dat wat wij waren, fout was. We ontwikkelden een gevoel van trots dat zich richtte op juist alle verkeerde dingen. Recalcitrant gedrag, afzondering en verering van het negatieve. Andere zwarte jongeren die naar onze mening toegaven aan de druk en zich “Nederlands” opstelden werden door ons vervloekt. “Laat ze maar” zeiden we tegen elkaar, “de dag dat ze uitgespuugd worden door diezelfde mensen die ze willen zijn komt onvermijdelijk toch, bounty’s”. Uiteindelijk waren het die door ons vervloekte jongeren die ‘geslaagd’ zijn in deze maatschappij, weliswaar door zich af te zetten tegen types als wij en door zichzelf zo wit mogelijk te presenteren, maar toch. En wij, wij raakten verbitterd, geïsoleerd, naar binnen gekeerd en criminaliseerden. Waarom zou je een aandeel nemen in, of regels respecteren van, een maatschappij die jou buitensluit of eronder houdt?

Hoewel ik mijzelf lang overtuigd had van de legitimiteit van dat standpunt; het is niet wie ik ben en dat schuurde steeds meer. Als één van de weinigen die mijzelf buiten school opleidde, actualiteit volgde en verder keek én ook de capaciteit had om de afvoerput van het MBO te ontlopen, maakte ik de overstap naar de ‘andere groep’. Daarbij nog steeds, maar gestaag steeds minder, terugreikend naar de oude groep totdat ik er vervreemd van raakte. Er volgde een periode van schipperen tussen identiteiten en perspectieven. Na omzwervingen langs verschillende opleidingsniveaus en het maken van vrienden uit verschillende klassen, besefte ik door de inzichten die ik verkreeg en nu weer door het huidige debat verkrijg, waar ik mij in bevond en bevind. Hoe anders was het gelopen met mij en mijn vrienden als alleen ik al (van de groep) in de jaren ’90 wist wat Wekker had geschreven? Wat had het betekend om te weten dat wij niet het probleem waren maar dat het probleem ons overkwam en ons problematiseerde? Dat wij, menselijk als we waren, omdát we menselijk waren, ons er naar schikten en het beste ervan maakten. Goedschiks of kwaadschiks.

Wekker voelde zich een roepende in de woestijn, toch was er wel degelijk vruchtbare aarde. Haar stem reikte daar alleen niet. Dat neem ik de zwarte intellectuele voorhoede kwalijk. Als zo iemand als Wekker zo waarheidsgetrouw in de roos schiet is het ons aller verantwoordelijkheid haar te steunen, haar woord te verspreiden, de jeugd op te leiden en volwassen bij te sturen. Wat ik nu zie is een herhaling van zetten. Intellectuelen weten en begrijpen het keerpunt waarop we staan, intrinsiek gemotiveerden sluiten aan. Maar verder niemand. En dat is niet verwonderlijk, persoonlijk heb ik een hoge mate van ontoegankelijkheid ervaren waar het kennisdeling betreft. Iets wat juist nu van onmiskenbaar groot belang is. Het was een wit persoon die mij de juiste kant op wees, mij kennis liet maken met literatuur die ongelooflijk verhelderend was. Hoe veelzeggend is dat? Ik ben er mij er dan ook heel scherp van bewust van wie bereikt wordt met verschillende initiatieven. Dat er twee werelden zijn. Terwijl wij op social media het woord “neger” uit het Nederlandse vocabulaire trachten te weren stappen onze jongeren over van de geuzenbenaming “nigga” naar het sterk racistische “nigger”. Voor mij illustreert dit de alom aanwezige en verder groeiende kloof in het verschil van beleving in deze werelden. Om dan steeds dezelfde bijeenkomsten te zien, in dezelfde kring, met dezelfde uitkomst, steekt. Ik kan mij maar moeilijk onttrekken aan het beeld van zelfverheerlijking van hoogopgeleiden en intellectuelen. Van elitevorming. Voor wie is de beweging als het niet voor de meest gemarginaliseerden is? Wat weten wij van deze groep, waarom lukt het niet deze groep te activeren, wat wil deze groep? Waarom spreken wij voor en over deze groep, zonder deze groep? Er zijn meer uitsluitingsmechanismen dan kleur.

IMG_4483

Als ik denk aan mijn jeugd en wat ik meegekregen heb van de ouderen om mij heen over de verschillende werelden is het vooral in de ene wereld geen aandacht naar je toe trekken, racisme negeren en keihard werken om anders te zijn dan de slechtsten onder ons, de criminelen, de werklozen, de onaangepasten. Incalculeren dat je daarmee over één kam geschoren wordt en je leven daarop inrichten. Of zoals in de andere wereld gewoon schijt hebben aan alles, iedereen vervloeken en de negatieve stempel omarmen. Het is mijn overtuiging dat dit ten grondslag ligt aan de vaak apathische houding van ouderen, die vooral niet willen dat al hun verworvenheden en fragiele bestanden met witte collega’s en witte buren onder druk komt te staan en de racisme reproducerende jeugd dat inclusiviteit invult aan de hand van schadelijke zelfbeelden; zoals verregaande normalisering van racistisch taalgebruik,  acceptatie en uitdragen van beperkte toekomstperspectieven en hyperseksualisering. Neem respectievelijk een draaiende Humberto Tan bij de vraag van Sylvana Simons of hij een kunstmatig plafond ervaart bij het bespreken van bepaalde onderwerpen (om maar niet tegen tenen te stoten) en de uitspraak van de populaire rapper Sevn Alias die witte meiden als blanke vrouwen omschrijft en zwarte meiden als “nigger peki’s” en dan niet snapt wat het probleem is, als sprekende voorbeelden. Het wegstoppen en negeren van de gemarginaliseerden moet veranderen in het opzoeken en incorporeren van deze groepen.

In een eerder blog heb ik in een optimistische bui hier al uiting aan gegeven maar ik voel de noodzaak het te herhalen. Onze krachten moeten meer naar binnen gericht worden, naar de eigen groep. Naar zij die anti-zwart racisme in al haar facetten ondergaan in deze samenleving. Consolidatie van wat en wie wij zijn is naar mijn mening het enige dat een stem creëert die krachtig genoeg is om gehoord te worden en een debat faciliteert waar halve waarheden, drogredeneringen en racistische retoriek minder beklijft. Gelijkwaardigheid eis je op, dat pak je, dat druk je door. Gelijkwaardigheid afdwingen vereist een krachtige en uniforme stem. Gelijkwaardigheid is niet iets dat je krijgt, wat eufemistische geschiedschrijving ons ook wil doen geloven.

Advertenties