Maandelijks archief: april 2014

Solidariteit: de ruggengraat van vrijheid

Mag je vrijheid aan anderen opleggen?

vrij·heid (dev; vrijheden) 1 het vrij zijn, 2 privilege.

so·li·da·ri·teit (dev) bewustzijn van saamhorigheid en bereidheid om de consequenties daarvan te dragen
(bron: Van Dale)

Solidariteit
William English Walling en Mary White Ovington waren solidair. Solidair met de strijd van de Amerikanen van Afrikaanse afkomst om gelijk behandeld te worden. Gelijk met de blanken. In een tijd waar het, voor hen als blanken, ongetwijfeld gemakkelijker en minder problematisch was geweest om in acceptatie te leven van de heersende tradities van ongelijkheid en onderdrukking van het negroïde ras (zoals dat toen bekend stond), kozen zij anders. Hoewel zij slechts bekend zullen zijn bij direct betrokkenen, hun nakomelingen en enkele historici, hebben zij een onmiskenbaar aandeel gehad in het realiseren van de gelijke behandeling en de burgerlijke vrijheden om te doen en laten die dit met zich meebrengt.

De aanleiding
Verenigde Staten, Augustus 1908, Springfield Illinois.

Walling en zijn vrouw Anna Strunsky maken verslag van een weerzinwekkende gebeurtenis. Een rellende blanke menigte, opgezweept door feitelijke en verzonnen gebeurtenissen en racistische aanjagers, zal een ‘zwarte’ wijk platbranden, daarbij duizenden ontheemden en 2 onschuldige donkere mannen, met toevallig beide een blanke vrouw, lynchen. Hij bericht hierover in zijn artikel “The Race war of the North”[1] in het blad Independent. De strekking van het artikel: een groot gedeelte van de blanke bevolking (in dat gebied) voert een permanente oorlog tegen de Afro-Amerikanen. Hij ziet als enige oplossing voor dit conflict, het politiek en sociaal gelijk behandelen van de “Neger”. Mary Ovington leest het artikel en reageert. Samen zullen zij – met anderen, blank en bruin – aan de wieg staan van “The National Association for the Advancement of Coloured People”(NAACP). Eén van de meest bekende NAACP-leden is Rosa Parks, de mevrouw die weigerde haar zitplaats af te staan aan een blanke man in de bus, en zo publieke afkeer van het segregatiebeleid aanwakkerde. De NAACP is tegenwoordig een van Amerika’s meest invloedrijke burgerrechtenorganisaties, nog steeds strijdend voor de rechten van de Afro-Amerikaan.

Verandering
In de volksmond zegt men: “Er zal eerst een ramp moeten plaatsvinden, voordat er daadwerkelijk verandering optreedt”. Ik ben geneigd dit te geloven. Maar ik denk dat naast deze externe motivatie er ook een interne, wellicht sluimerende, motivatie aanwezig moet zijn. Binnen de groep die de voordelen ontvangt of de nadelen niet ondervindt van een scheve situatie moet, op een gegeven moment, de onwenselijkheid en een realisatie van de onhoudbaarheid hiervan ontstaan. Als dit niet gebeurt en binnen de heersende klasse er geen steun komt voor het verbeteren van de positie van minderheden, zullen niet alleen de minderheden hieraan ten onder gaan. En mens kan het onverdraaglijke, simpelweg, niet lang verdragen. Hoe vanzelfsprekend deze uitspraak ook is, in de geschiedenis hebben velen hem over het hoofd gezien.

De onvermijdelijke strijd die volgt bij het uitblijven van een gelijkwaardige behandeling van de medemens, kan leiden tot omverwerping van instituties, gemeenschappen en staten in hun geheel. Zie de Franse Revolutie of de arbeidersrevoluties in Rusland en China. Zulke omwentelingen gaan niet zelden gepaard met hoge kosten voor mens en bezit. Het is dan ook in ieders belang om dit te voorkomen en veranderingen gestaag doch zeker en omkleed met waarborgen te realiseren. Want een gegeven is dit: veranderingen zullen er komen en een ieder zal met zijn tijd mee moeten.

Nederland
Hoewel de situatie vandaag de dag, met betrekking tot onze niet-westerse medeburgers, van een andere orde is dan het bovengenoemde, durf ik toch een parallel te trekken. Globalisering is een feit. De wereld van de individu wordt steeds groter, hij gaat over de hele wereld op vakantie, eet gerechten uit alle werelddelen en neemt kennis van verschillende volkeren en culturen. Tegelijkertijd wordt de wereld voor diezelfde persoon steeds kleiner, hij ondervindt gevolgen van besluiten aan de andere kant van de wereld, ziet de wereld op zijn beeldscherm en televisie en komt in aanraking met de verschillende volkeren en culturen, ditmaal niet op vakantie maar in zijn eigen leefomgeving. Velen hebben hier moeite mee en voelen zich onzeker in de steeds sneller veranderende wereld. Er wordt vastgehouden aan het bekende en het nieuwe en onbekende is, zoals men zegt, onbemind. Enkele minder verlichte geesten wakkeren deze xenofobie aan en wijzen op misstanden die zij wijten aan de aanwezigheid van het ‘onbekende’. Echter, het is het tegenovergestelde wat effect sorteert in de bestrijding van misstanden. Het ‘onbekende’ moet omarmd worden, die wil moet er zijn het te begrijpen, te doorgronden en het niet meer te vrezen. Mijns inziens zal dit resulteren in het besef dat ieder mens in principe hetzelfde nastreeft; een dak boven zijn hoofd en eten voor hem en zijn kinderen. Grof gezegd dan.

Steeds meer mensen lijken deze visie te onderstrepen en tonen zich betrokken en solidair met de welwillende vreemdelingen in ons land. Een heugelijke ontwikkeling, te meer nu er groeperingen zich roeren en constant hameren op de verschillen en mislukkingen zonder de context van successen en onderlinge samenhang van de maatschappij te belichten. Alleen door solidair te zijn in de bescherming van de rechten van de mens, zoals zij nu bestaan in de westerse wereld, garanderen wij het behoud van deze rechten en vrijheden voor onszelf en voor onze kinderen. Er is echter wel een punt waar men bedachtzaam op moet zijn in zijn queeste solidair te zijn met zijn, in onze ogen in zijn vrijheid beperkte, medemens. Alleen het individu, de persoon zelf, kan zijn vrijheid opeisen. Vrijheid opgelegd is per definitie geen vrijheid maar slechts dezelfde onderdrukking in een wat moderner outfit. Dus voordat we met zijn allen de buurman een nieuw pak gaan aanmeten, vergewis uzelf van de wenselijkheid van uw optreden, in de ogen van de buurman. Het kan zijn dat hij zich op hetzelfde pad begeeft als u alleen met een wat langzamer voertuig. Maar zoals het stuk over de oprichting van de NAACP hiervoor laat zien, als men er klaar voor is kan solidariteit de katalysator zijn voor echte verandering.

Solidariteit: de ruggengraat van vrijheid? Zeer zeker, zo houden we het letterlijk in stand. Mag je vrijheid aan anderen opleggen? Dat nooit. In goed Nederlands: “That defeats the purpose.”

Dit stuk verscheen al eerder als gastbijdrage op http://www.derekotte.nl

[1] http://www.eiu.edu/past_tracker/AfricanAmerican_Independent65_3Sept1908_RaceWarInTheNorth.pdf

De uitspraak van de Hoge Raad inzake pedofielenvereniging Martijn

De Hoge Raad heeft in al haar wijsheid overwogen dat de pedofielen vereniging Martijn door het karakter van haar werkzaamheid – het voeden van de overtuiging dat seksuele relaties tussen kind en volwassene gewenst is en dat het kind hierbij gebaat is, daarbij het gevaar voor de psychosociale ontwikkeling van het kind bagatelliserend – een daadwerkelijke aantasting is van het beginsel tot beschermen van de lichamelijke en seksuele integriteit van het kind.[1]

Het blijkt dat er aan de overwegingen van de Raad getwijfeld wordt. Ik zal uiteenzetten waarom mijns inziens dit een juist en toe te juichen rechterlijk oordeel is.

Verweer
De vereniging Martijn heeft als verweer aangevoerd onder de bescherming te staan van het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vereniging. Subsidiair dat: door de verwijzing in de statuten naar gedrag conform maatschappelijke en wettelijke grenzen, de vermelding op de website adviserende tegen strafbare handelingen en het uitsluitend plaatsen van ‘niet-strafbare’ uitingen en afbeeldingen, op de vereniging ‘niets is aan te merken’. Dit verweer kan verdeeld worden in: (1) de beperking van de vrijheidsrechten en (2) bezwaren tegen de werkzaamheid van de vereniging.

Beperking van vrijheidsrechten
De Hoge Raad maakt hier korte metten mee. De vrijheden zijn niet absoluut. Aan de hand van de inhoud van de betreffende artikelen [2] over vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging zet de Raad uiteen dat: (…) de uitoefening daarvan worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties (i) die bij de wet zijn voorzien en (ii) die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn (iii) in het belang van limitatief omschreven gronden, waaronder de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van rechten en vrijheden van anderen.[3]

In dit geval worden er beperkingen opgelegd voor de bescherming van de openbare zeden/orde (in deze kwestie hetzelfde [4]) en de bescherming van rechten en vrijheden van anderen, het kind in dit geval. Het Hof overwoog, en de Raad sloot zich hierbij aan, dat de enkele omstandigheid dat de werkzaamheid van een vereniging een bedreiging vormt voor de openbare orde niet voldoende is voor beperking van het fundamentele recht op vereniging van deze pedofielen. Er zal een zwaarder wegend belang in het geding moeten zijn om dit verbod en ontbinding van de vereniging te verantwoorden. Deze is er in het beschermen van de rechten en vrijheden van het kind. Rechterlijke uitspraken van het EHRM, het Verdrag van Lanzarote en Richtlijnen van het Europees Parlement en de Raad sturen aan en verplichten tot een ‘zero tolerance’ beleid inzake het bestrijden en voorkomen van kindermisbruik. Zij geven hierbij de Staat verregaande ruimte om preventief te handelen, ook als het ‘gevaar’ zich nog niet direct heeft gemanifesteerd maar wel al concrete stappen zijn genomen in die richting [5]. Dat brengt ons bij de werkzaamheid van de vereniging waarin het deze concrete stappen heeft genomen.

Bezwaren tegen de werkzaamheid van de vereniging
Het Hof heeft in hoger beroep gemotiveerd dat er geen sprake is maatschappelijke ontwrichting sinds de oprichting van de vereniging en een verbodenverklaring slechts aanvaardbaar is indien (…) het als noodzakelijke maatregel is om gedragingen te voorkomen die een daadwerkelijke en ernstige aantasting vormen van [wezenlijke] beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten. De Raad stelt dat dit gezichtspunt echter niet met zich mee brengt dat het een noodzakelijke voorwaarde is dat de samenleving daadwerkelijk ontwricht is door de werkzaamheid van de vereniging. Van belang is in deze kwestie, stelt de Hoge Raad, dat onderzocht moet worden aan de hand van de genoemde overwegingen in het EHRM, Verdrag en Europese Richtlijnen of het verbod en de ontbinding van de vereniging (…) noodzakelijk zijn in het belang van de bescherming (…) van de rechten en vrijheden van anderen.[6]

De werkzaamheid van de vereniging, onbetwist door partijen, omvat: dat in het geval van de vereniging sprake is van een hechte groep personen die de overtuiging koestert dat kinderen in beginsel gebaat zijn bij seksuele intimiteit met volwassenen, (ii) dat de vereniging door de keuze van het materiaal dat zij op haar website publiceert, die overtuiging voortdurend voedt, en aldus (iii) steun geeft aan de overtuiging van haar leden dat seksuele relaties tussen kinderen en volwassenen puur en goed kunnen zijn. Dusdoende (iv) bagatelliseert de vereniging de gevaren van seksueel contact met jonge kinderen, en praat zij dergelijke contacten niet alleen goed, maar verheerlijkt ze zelfs. Dit alles samenvattend is naar het onbestreden oordeel van het hof sprake van (v) een werkzaamheid van de vereniging die een daadwerkelijke en ernstige aantasting is van het als wezenlijk ervaren beginsel dat de lichamelijke en seksuele integriteit van het kind dient te worden beschermd.
De publicatie van deze overtuigingen op de website, de bevordering en het laagdrempelig maken van deze gedachten door het plaatsen van beelden van jonge kinderen (al dan niet volledig ontkleed) en het bagatelliseren van de gevaren voor het kind zijn direct in strijd met het voornemen van verdragspartijen, de EU en de uitspraken van het EHRM.

Bescherming van het kind
De vrijheden van meningsuiting en vereniging zijn van grote betekenis in de democratische rechtstaat en elke beperking van deze fundamentele rechten moet met uiterste terughoudendheid benaderd worden. Alleen zwaarder wegende belangen kunnen omkleed met voorwaarden hier inbreuk op maken. Gezien de afhankelijke verhouding van kinderen ten aanzien van volwassenen en de destructieve invloed van seksueel misbruik op de gezondheid en psychosociale ontwikkeling van het kind, gecombineerd met de zorgwekkende proporties die het kindermisbruik aan het nemen is, is er besloten dat het belang van het kind hier zwaarder weegt dan het belang van de pedofielen om zich te verenigen. Hier ben ik het onvoorwaardelijk mee eens. Deze beperking van het recht op vereniging is dusdanig omkleed met voorwaarden en uitgebreid beargumenteerd (dat de schade voor het kind vele malen groter is dan de schade die de pedofielen wordt toegebracht door het verbod) dat het geen precedenten schept die gebruikt kunnen worden om willekeurig het recht op vereniging te gaan beperken van anderen. Deze positie en de geschonden belangen van het kind zijn zodanig specifiek dat het een dergelijke willekeurigheid niet toestaat.

Afsluitend wil ik nog belichten dat, hoewel binnen de grenzen van de wet, de publicatie van expliciete erotische verhalen en foto’s van bijna geheel ontklede kinderen wel degelijk schade berokkent aan de kinderen afgebeeld op de site van de vereniging. Zij zullen moeten verwerken het seksueel genotsobject te zijn van pedofielen zonder daar enige invloed op te hebben gehad. Waar is het recht van privacy van het kind, het recht op eerbiediging van de lichamelijke integriteit? Volwassenen kunnen nog protesteren en openbaring van hun beeltenis bevechten. Dit recht voor kinderen, om hier niet aan blootgesteld te hoeven worden, moet zonder enig voorbehoud streng bewaakt en beschermd worden door ons volwassenen. Daarom vind ik dit een toe te juichen uitspraak. Hiermee zeggen wij, handen af van onze kinderen en als je ook alleen maar één beweging richting het schaden van mijn kind maakt zitten wij er bovenop. En zo hoort het ook.

Update: Reactie van Ring The Alarm, internationale coalitie van kinderrechten organisaties
http://ring-the-alarm.com

[1]ECLI: NL:HR:2014:984 – http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:948

[2] Art. 7 en 8 GW; art. 10 en 11 EVRM

[3]r.o. 3.4 -3.9

[4] MvA II bij de Wet tot wijziging van enige bepalingen over verboden rechtspersonen (Kamerstukken II 1984-1985, 17 476, nr. 5, p. 3 onder 10)

[5]r.o. 3.8

[6]r.o. 3.10

Hoe je het noemen wilt…

Geen racist maar realist.
Nederland is niet volwassenen genoeg (meer) voor het benoemen.
Benoemen kan alleen in een open niet veroordelende maatschappij die rationele argumentatie, gestaafd door oprechte waarheidsvinding, als leidraad heeft.

Nog beter, een maatschappij die dit als een fundamentele vereiste stelt voor alle besluitvorming. Die competentie, dat vermogen, is dit land verloren. Het heeft vele oorzaken die allemaal samen zijn te vatten in angst en arrogantie. De angst voor het verliezen van de welvaart en verworvenheden, onbewust gelegen in de in alle toonaarden ontkende inktzwarte investering in mensenlevens die het tot op de dag van vandaag nog steeds kost. De arrogantie dat diezelfde welvaart behouden kan worden zonder de ‘Ander’ die daaraan heeft bijgedragen te erkennen en een gelijkwaardige plek te gunnen aan de tafel der verdiensten.

Politici kunnen benoemen wat zij willen. Opiniestukken schrijven en verschijnen op Late Night televisie, het zal alleen maar bijdragen aan het vergroten van de kloof van onbegrip. Zolang er geen uitgebreide en aanhoudende informatiestroom en voorlichting richting de massa is zal deze alleen maar verder wegzakken in populistische en polariserende mechanismen. Wat dit land ooit bij elkaar hield en ervoor zorgde dat bestuurders zich eerder lieten leiden door wijsheden zoals neergelegd in de Grondwet en het EVRM dan door onderbuikgevoelens van de gefrustreerde schreeuwlelijkerds is mij niet geheel duidelijk. Maar wat ik wel weet is, die tijd is voorbij.

Onze Mark Rutte doet zo zijn best om de beste jongetje van de klas te zijn, zoals een goed VVD’er betaamt, dat hij niet door heeft inmiddels tot de achterhoede te behoren. Het is die arrogantie weer, hij weet het wel beter dan al die economen en buitenlandse kredietbeoordelaars. En stuurt ons intussen allen de sloot in, of erger de Noordzee. Samsom is zo blij dat hij mag mee regeren dat hij daadwerkelijk denkt wat bij te dragen in plaats van constant voor het (liberale) karretje gespannen te worden. Het is die angst weer, om geen invloed te hebben, om gemarginaliseerd te worden als je staat voor je principes en niet capituleert. Intussen tankt hij de bak vol voor de rampzalige roadtrip van Mark. Pechtold houdt zijn pot stijf en is de intellectuele stem van rede in barre tijden. Totdat hij daadwerkelijk zijn poot stijf moet houden en het kabinet het zelf maar moet laten uitzoeken hoe zij de troep die zij veroorzaakt hebben opruimen. Nee, dan is het opeens belang van het land en ander gezever dat er toch niet doet want voor een ander belang zet hij alles weer opzij. De arrogantie en angst ineen, om te denken dat diegenen die met rationele argumenten gewonnen zijn dat niet doorzien en de angst om nooit die leider te zijn die D66 weer groot maakt. Intussen maakt hij de weg vrij en zwaait wanneer Mark en Diederik voorbij razen in de oldtimer van hun ouders. Net volwassen zijn ze. En nee Alex, je krijgt geen lift.
Zo kan ik wel doorgaan met de laffe, van de zijlijn schreeuwende SP tot de waanzinnige SGP en de PvdD. In de aan waanzin lijdende betekenis van het woord bedoel ik dat. Maar goed ik dwaal af.

Nederland verdient het niet meer om zelf te mogen denken. Nederland moet in de hoek. Nederland, ga slapen. Je bent dronken. Was het maar zo makkelijk om het vuil en slijm dat dagelijks op sociale media platforms worden gespuwd na een goede nachtrust van ons af te douchen. Ik dwaal af. Weer. Waar ik naartoe wil is dat de gemiddelde Nederlander dom is (geworden). Terwijl het kennisniveau stijgt, daalt het intelligentieniveau. Men weet veel, overal een beetje van, maar ontbreekt de mentale kracht en souplesse om dit toe te passen in het dagelijks leven. Om verbindingen te leggen op basis van feitelijke beoordelingen, eigen kritische en eerlijke reflectie. In plaats daarvan worden incidenten opgeblazen, feiten verdraaid en de toevlucht gezocht bij ja-knikkers en napraters. Vraag de meeste mensen met een grote mond die negatief spuwen over de maatschappij en de ‘Ander’ naar hun redeneringen en het blijft angstvallig stil. Als er al een oppervlakkig antwoord geformuleerd wordt is dat vrijwel direct te herkennen als een ergens opgevangen riedeltje in plaats van een eigen gevormde mening. En dat is weer die arrogantie om te denken omdat er ooit een bepaald niveau behaald is dat vanzelf wel gehandhaafd zou worden, de arrogantie om niet te denken dat er aan gewerkt zou moeten worden. De grove overschatting van het het volk. Alsof uitsluiting, uitbuiting en gevoelens van suprematie niet door het hele land prevalent was. Alsof alleen handelaren ervan geprofiteerd hebben. Alsof wat er gebeurde in de West en in de Oost niet op de schouders van heel het land gerust heeft.

Een verleden zoals dit land heeft. Zoals bijna elk land een zwaarbevochten verleden heeft met donkere hoofdstukken. Zo’n verleden kan niet verheerlijkt worden, van geleerd worden, trots op teruggekeken worden, als het land als geheel niet eerlijk ook rouwt om haar daden en de schaamte en schuld eerlijk verwerkt. Oprechte excuses aanbiedt. Rehabiliteert. Daarom kraakt dit land nu in al haar voegen. Daarom doen mensen de meest racistische dingen en roepen in alle oprechtheid: “Maar ik ben geen racist!”. En wanneer ze erop gewezen worden door de met stomheid geslagen mensen die het wel begrijpen, zich dusdanig miskend voelen dat zij ervoor kiezen om eerder die openlijke racist dan maar te worden dan aan zelfreflectie te doen om te na te gaan waarom zij zich zo opstellen. Dan de ‘Ander’ gelijk te geven.

Pas wanneer zij die ertoe in staat zijn de informatie beschikbaar stellen, de voorlichting geven en de educatie van het land voorop stellen dan pas kunnen wij benoemen wat er mis is in dit land op gebied van raciale verhoudingen en dan ook daadwerkelijk naar een oplossing werken waar iedereen zich in herkent. De geschiedenisboeken zijn toe aan revisie, laten we dat samen doen.

20140409-031006.jpg

Realisaties ten aanzien van Generalisaties

Vanochtend kwamen er een paar tweets voorbij van tweeps die ik best hoog heb zitten. Mensen die zinnige dingen zeggen en deze ook vaak goed onderbouwen.

Het onderwerp van vanochtend was of het gepast/nodig is voor blanken om te reageren met: “Maar niet alle blanken zijn zo.” wanneer er (door niet-blanken) generaliserende opmerkingen worden gemaakt over racisme van blanken. Er kwamen hierbij ook enkele blogs voorbij waar naar gelinked werd die de strekking hadden van: “Ja we weten dat niet alle blanken zo zijn maar als jij als ‘bondgenoot’ dat moet benadrukken elke keer als iemand generaliseert dan ontspoor je het discours daarmee. En bovendien weten we al dat het niet zo is, dat alle blanken zo zijn, dus het heeft geen nut om op de generalisatie te wijzen.”

Ik las de blogs, las de tweets en had tegenstrijdige gevoelens. Uiteindelijk kristalliseerde m’n gedachten richting; nee, daar ben ik het niet mee eens. En wel hierom niet.

1. Vaak ben ik, en mijn afkomst, ook het onderwerp geweest van generalisaties. Vaak dacht ik hierbij tegen te moeten ageren want: “We zijn niet allemaal zo!” Want het steekt en reduceert je tot een soort statistiek. Een nummer. Dat is niet een gevoel wat je een medemens, een medeburger moet willen meegeven. Generalisaties zijn (in deze context) nergens goed voor. En als je al intelligent en communicatief vaardig genoeg bent om zinnige dingen over complexe zaken als racisme en discriminatie te verwoorden, dan ben je m.i. ook wel in staat om generalisaties te vermijden. En de kern van je betoog met precisie de wereld in te sturen in plaats van in de wilde weg alles en iedereen te willen raken en als iemand niet zo (racistisch) dacht heeft hij/zij maar pech gehad, want je bent van de ‘verkeerde’ kleur. Ik betwijfel ten zeerste of en wie er daar bij gebaat is. Dat brengt mij dan gelijk bij mijn tweede overweging; ontsporen.

2. Er wordt gesteld dat bij het corrigeren van deze generalisaties de ‘blanke’ (in dit geval) de discussie ondermijnt en ontspoort richting bijzaken. Ik kan deze redenering volgen in de zin van dat de inhoud prioriteit moet hebben over de vorm. En als de vorm de overhand neemt en we hebben het over de toon etc, dan hebben we het over bijzaken, geen discussie daar.

Maar als men stelt dat er niet gegeneraliseerd hoeft te worden kan ik mij daarin vinden. Hoewel als men dat dan aan de andere kant (extreem) gaat doortrekken en generalisaties naar blanken toe om het minste of geringste bijvoorbeeld gaan bestempelen als ‘reverse racism’ is dan weer te ver gaan ermee en dat ontspoort inderdaad.

Ik vind generalisatie gemakzuchtig, anderzijds mag je als schrijver wel verwachten dat men de boodschap leest in je tekst en niet alleen een opeenvolging van woorden en zinnen ziet. Maar als ik, als onderwerp van racisme, niet wil dat men generaliseert over mij en mijn afkomst/etniciteit door deze een diversiteit van handelen en zijn te ontkennen, waarom zou ik dat bij anderen wel toestaan? Zijn generalisaties (gepaard met xenofobie) niet een groot onderdeel van het probleem waarom er groepsvorming is en men tegenover elkaar staat? Onwetendheid dat gecultiveerd wordt door instandhouding van generalisaties? Als je het mij vraagt zeg ik dat elk intelligent persoon die vecht tegen intolerantie, discriminatie en racisme de plicht heeft om zichzelf aan een hogere standaard te verbinden door zo secuur en doeltreffend mogelijk te zijn in het verwoorden van standpunten en het blootleggen van structuren die het bovengenoemde in stand houden.
Hoe is het voor wie dan ook bevorderlijk dat men steeds over en weer generaliseert? Nuance brengt relativering en begrip voor de ander -in mijn optiek – en is in mijn visie van een beschaafde wereld met eerlijke, waarheidsgetrouwe discussies en debatten een groot goed.
Wederkerigheid, daar draait het wat mij betreft om. En ja het klopt dat sommige groepen meer vergevingsgezindheid moeten tonen dan anderen en ja er zijn er die vanuit geprivilegieerde positie allerlei onzin uitkramen. Maar dat weerhoudt mij er niet van om te stellen dat als gelijkheid en gelijkwaardigheid de einddoelen zijn waar wij als een ‘regenboogcoalitie’ naar streven, onze uitgangspunten gelijke behandeling en respect zouden moeten zijn. Over de gehele linie. Hoeveel moeite kost het nou om gericht en met precisie je woorden af te vuren op zij die het verdienen in tegenstelling tot het roekeloos plat bombarderen van een hele groep om je punt over te brengen. Laten we trachten onszelf op moreel hogere posities te positioneren, niet alleen vanwege de waardigheid van de strijd die wij voeren maar óók door de wijze waarop wij deze strijd voeren.

Einde bericht 😉